Toggle navigation

Vergelijk met vorig jaar (2015):

Centra voor leerlingenbegeleiding

De centra voor leerlingenbegeleiding (CLB) bereiken jaarlijks 6 op de 10 kinderen en jongeren tussen 2,5 jaar en 18 jaar. Kinderen, jongeren en hun ouders kunnen er terecht tot de leerling het leerplichtonderwijs verlaat.

De begeleidingsdomeinen van het CLB situeren zich op verschillende belangrijke levensdomeinen van kinderen en jongeren, nl.

  • onderwijs;
  • gezondheidszorg;
  • arbeidsmarkt;
  • welzijn.

Er zijn 72 CLB, verspreid over Vlaanderen, zodat er steeds een CLB in de buurt is. Ook heeft elke school een contract met een CLB, waardoor de CLB-medewerkers ook via dit kanaal een vlotte toegang kennen. De goede contacten met scholen stellen de CLB in staat om contextgericht te werken en problemen te voorkomen of escalatie te vermijden.

De CLB staan in voor de begeleiding van iedere leerling op school gedurende zijn onderwijsloopbaan. Daarbij staat het belang van de leerling steeds centraal.

Deze begeleiding wordt opgesplitst in twee verschillende soorten begeleiding. Enerzijds zijn er de medische interventies, waarbij de gezondheid van de leerling op systematische momenten wordt opgevolgd. Daarnaast is er eveneens een vraaggestuurde begeleiding, wat betekent dat een leerling, zijn/haar ouders of de school contact opneemt met het CLB i.v.m. een zorgvraag over het schools functioneren van een leerling.

De opdracht van de CLB in het kader van welzijn kent een belangrijke evolutie door het decreet Integrale jeugdhulp. Al is het actieterrein van de leerlingenbegeleiding veel ruimer dan dat. Zo is er ook een ruime samenwerking met tal van welzijnsactoren die niet behoren tot het actieterrein van de integrale jeugdhulp. En ook buiten het domein welzijn hebben de CLB belangrijke opdrachten te vervullen, bijvoorbeeld in de overgang naar de arbeidsmarkt

De opdrachten van de centra worden dan ook ingedeeld in vier begeleidingsdomeinen. We hebben het over de preventieve gezondheidszorg, waar een belangrijke plaats is weggelegd voor de periodieke medische consulten. Daarnaast hebben de CLB’s het domein onderwijsloopbaanbegeleiding en de toeleiding van jongeren naar verdere studies en de arbeidsmarkt. Ook op dit domein is er heel wat in beweging en bekijken de centra de samenwerking met de arbeidsmarktactoren om tot een betere samenwerking en afstemming te komen. Cruciaal voor de leerlingenbegeleiding is het domein leren en studeren. Heel wat jongeren kampen met leermoeilijkheden of hebben specifieke onderwijsbehoeften. Via de inzet van een tijdige diagnose en gerichte ondersteuning van leerlingen, ouders en leerkrachten zorgen de CLB’s er mee voor dat de onderwijsleersituatie van het kind of de jongere gevrijwaard blijven. Het laatste domein is dat van het psychosociaal functioneren. Ook al hanteren de CLB’s een holistisch mensbeeld en zijn de verschillende domeinen onlosmakelijk met elkaar verbonden, kunnen we stellen dat het domein psychosociaal functioneren het meeste overlap heeft met de integrale jeugdhulpverlening.

De cijfers in dit jaarverslag focussen in de eerste plaats op de rol die de CLB’s opnemen binnen de integrale jeugdhulp.

De CLB staan ook aan de vooravond van een nieuw decreet op de leerlingenbegeleiding. Dit moet niet alleen duidelijkheid brengen over de opdracht van de CLB, maar ook over de draaischijffunctie van de CLB tussen de onderwijs- en de welzijns- en gezondheidssector. De CLB werken daarbij niet geïsoleerd. Zij kunnen hun opdrachten naar leerlingen enkel kwaliteitsvol realiseren wanneer ze verder kunnen bouwen op de fundamenten van een sterke schoolinterne werking en op een sterk netwerk van partners in het bredere maatschappelijke veld.

Sinds 2011 werken alle CLB met hetzelfde elektronische leerlingendossier, LARS. Dit geeft alle relevante gegevens m.b.t. de CLB-begeleiding van een leerling.

Opmerking bij de cijfers van de CLB in het jaarverslag:

  • De cijfers geven het aantal ‘unieke leerlingen’ weer. Dit betekent dat een leerling die twee keer een beroep doet op eenzelfde actie of onderwerp, slechts één keer in de statistieken is opgenomen;
  • De cijfers hebben betrekking op het schooljaar 2015-2016. Het betreft dynamische cijfers, waardoor deze evolueren doorheen het jaar;
  • Interesse voor het volledige cijferrapport van de CLB-sector ? Neem een kijkje naar:
Tabel: Aantal unieke leerlingen medisch en vraaggestuurd, per leeftijd en per provincie
(teleenheid: unieke leerlingen)
  Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams Brabant & Brussel West-Vlaanderen Totaal % Stud tov populatie
Vraaggestuurd 88.760 41.297 78.184 52.176 66.215 325.755 27,0%
0-5 jaar 15.110 6.714 12.260 9.626 10.492 54.127 4,5%
6-11 jaar 40.507 16.934 31.065 24.870 26.867 140.018 11,6%
12-17 jaar 31.883 16.481 33.338 17.281 28.031 126.492 10,5%
18-21 jaar 5.157 2.998 4.898 2.591 3.722 19.336 1,6%
+21 jaar 175 119 117 110 96 616  
Medisch 147.836 66.513 118.486 100.055 87.529 520.263 43,0%
0-5 jaar 43.518 18.663 33.990 29.482 24.569 150.188 12,5%
6-11 jaar 63.842 28.448 51.168 44.038 37.670 225.118 19,0%
12-17 jaar 40.599 19.606 33.481 26.810 25.722 146.154 12,0%
18-21 jaar 524 242 287 216 256 1.524 0,1%
+21 jaar 41 23 14 6 11 95  
Eindtotaal 195.321 88.578 162.559 127.625 124.155 697.101 58,8%
(Bron: LARS)
*Door het werken met unieke aantallen per categorie, is het totaal niet gelijk aan de som van de aparte categorieën en zijn de percentages opgeteld niet 100%.

In het schooljaar 2015-2016 doen 697.101 unieke leerlingen voor 1 of meerdere activiteiten 1 of meerdere keren beroep op het CLB. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen de vraaggestuurde werking en medische interventies.

  • medische interventies: de gezondheid van de leerling wordt op systematische momenten opgevolgd. In totaal komen  520.263 leerlingen langs bij het CLB in het kader van een medisch consult.
  • vraaggestuurde werking: een leerling, zijn ouders of de school neemt contact op met het CLB i.v.m. een zorgvraag over het schools functioneren van een leerling. De vraaggestuurde werking bestaat uit een logische aaneenschakeling van ‘kernactiviteiten’ (onthaal, vraagverheldering, samenwerken met het netwerk …) die decretaal bepaald zijn.
    In het schooljaar 2015-2016 gaat het over 325.755 unieke leerlingen.

De vraaggestuurde werking

Zowel leerlingen en ouders als schoolpersoneel kunnen een beroep doen op het vraaggestuurde aanbod van de CLB. Het vrijwaren of versterken van het leerproces of de onderwijsloopbaan vormt steeds het uitgangspunt. Er zijn vier begeleidingsdomeinen:

  • leren en studeren: heel wat jongeren kampen met leermoeilijkheden. Door een tijdige diagnose en gerichte ondersteuning van leerlingen, ouders en leerkrachten zorgen de CLB er mee voor dat de onderwijsleersituatie van het kind of de jongere gevrijwaard blijft.

Problemen met lezen, schrijven of leren of bv. het maken van huiswerk.

Schooljaar 2015-2016: > 13%.

  • onderwijsloopbaanbegeleiding en toeleiding naar verdere studies en arbeidsmarkt: het CLB ondersteunt leerlingen en hun ouders in de zoektocht het meest gepaste studieaanbod. Dit omvat eveneens de opvolging van de leerplicht, het studie aanbod binnen het buitengewoon onderwijs, het informeren over alternatieve vormen van onderwijs (bijvoorbeeld time-out project of persoonlijk ontwikkelingstraject), de overstap naar het hoger onderwijs en/of de arbeidsmarkt. 

Vragen bij studiekeuze, studierichting, toeleiding naar inclusief onderwijs, buitengewoon onderwijs … 

Schooljaar 2015-2016: > 12%.

  • psychosociaal functioneren: Dit domein heeft betrekking op het welbevinden van de leerling. Daarbij wordt gefocust op de psychische en socio-emotionele ontwikkeling van de leerling in relatie tot zijn onderwijs-, gezins- en maatschappelijke context. 

Stress, faalangst, pestproblemen, gewelddadig gedrag, problemen thuis, ...

Schooljaar 2015-2016: > 9%.

  • preventieve gezondheidszorg: Het CLB onthaalt ten slotte ook heel wat vragen m.b.t. preventieve gezondheidszorg. Het verplichte aanbod van medische consulten en de vaccinaties zijn niet in deze cijfers vervat.

Inentingen, groeistoornissen, druggebruik, overgewicht, anticonceptie en seksualiteit …

Schooljaar 2015-2016: > 5%.

Brede instap

In het kader van integrale jeugdhulp nemen de CLB een belangrijke opdracht op binnen de brede instap. In CLB-terminologie sluit dit aan bij de in de regelgeving bepaalde kernactiviteit ‘onthaal en vraagverheldering’.

De kernactiviteit ‘onthaal’ omschrijft het breed onthaal en vraagverheldering voor kinderen en jongeren, hun ouders, opvoedingsverantwoordelijken en school.

Tabel: Aantal unieke leerlingen met de functie onthaal
(teleenheid: unieke leerlingen)
  Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams Brabant & Brussel West-Vlaanderen Totaal % Stud tov populatie
0-5 jaar 13.179 5.599 10.496 8.364 9.268 46.860 3,8%
6-11 jaar 32.364 12.670 24.772 19.565 22.128 111.365 9,2%
12-17 jaar 26.998 12.784 29.882 14.369 25.016 108.689 9,0%
18-21 jaar 4.516 2.640 4.371 2.284 3.281 17.078 1,4%
+21 jaar 360 208 233 215 198 1.212 0,1%
Volledig totaal 75.908 33.234 68.343 44.026 58.513 278.960 23,1%
Totaal zonder groep 21+ 75.774 33.144 68.255 43.935 58.436 278.960  
(Bron: LARS)
*Door het werken met unieke aantallen per categorie, is het totaal niet gelijk aan de som van de aparte categorieën en zijn de percentages opgeteld niet 100%.

Het CLB ontvangt niet enkel vragen op de klassieke manier (nl. face to face). Sinds 1 februari 2016 is er CLBch@t, waarbij kinderen, jongeren, ouders en schoolpersoneel op een laagdrempelige – en indien gewenst anonieme - manier terecht kunnen bij het CLB.

In de eerste 5 maanden voert CLBch@t 1.850 gesprekken. Dat maakt CLBch@t – na Onderwijskiezer.be – het tweede online platform van de sector. Beide Vlaamsbrede initiatieven worden door jongeren duidelijk gewaardeerd. Het succesvol verkennen van nieuwe kanalen om jongeren te ondersteunen, geeft ook CLB-medewerkers energie en goesting om innovatief verder aan de slag te gaan.

Tabel: Aantal chatgesprekken per leeftijd via CLBch@t
(teleenheid: aangenomen chatgesprekken)
Leeftijd aantal 
<12 143
12-17 jaar 813
18-20 jaar 81
>20 61
Onbekend 752
Totaal 1.850
(Bron: CLBch@t )

Kortdurende begeleiding

Voor heel wat leerlingen onderneemt het CLB zelf actie om te voorkomen dat zwaardere hulp nodig wordt. Onderstaande tabel geeft weer hoeveel leerlingen in de loop van het schooljaar een beroep doen op de kernactiviteit ‘kortdurende begeleiding’ van het CLB.

Rapport: Aantal unieke leerlingen in kortdurende begeleiding
(teleenheid: unieke leerlingen)
  Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams Brabant & Brussel West-Vlaanderen Totaal
0-5 jaar 1.254 476 683 539 540 3.491
6-11 jaar 4.920 1.986 2.692 2.500 2.176 14.260
12-17 jaar 6.438 3.382 5.630 3.565 4.227 23.166
18-21 jaar 988 582 788 552 556 3.461
+21 jaar 22 25 10 36 8 101
Volledig totaal 13.344 6.311 9.623 7.066 7.364 43.611
Totaal zonder groep 21+ 13.325 6.288 9.613 7.032 7.357 43.518
(Bron: LARS )*
*Door het werken met unieke aantallen per categorie, is het totaal niet gelijk aan de som van de aparte categorieën en zijn de percentages opgeteld niet 100%.

Wat houdt kortdurende begeleiding in:

  • het bieden van professionele, multidisciplinaire ondersteuning; om samen met de jongere te zoeken naar antwoorden en oplossingen voor de hulpvraag;
  • er is rechtstreeks contact met de actor (face to face, e-mail, telefoon …) of groep van actoren (vb. ADHD-groepjes, sociale vaardigheidstraining  …);
  • bestaat uit een aanbod van twee tot acht sessies.

Het doel van een kortdurende begeleiding is het bieden van een antwoord door het CLB op de zorgvraag van de leerling. Het CLB is dan van oordeel dat de leerling met een kortdurende begeleiding verder kan geholpen worden met de zorgvraag.

Indien het CLB van oordeel is dat een kortdurende begeleiding niet volstaat, zal het altijd beroep doen op de draaischijffunctie zodat de leerling naar meer gepaste hulp kan worden toegeleid.

Het CLB verstrekt zelf geen therapie. Ook voor het bieden van overbruggingshulp, in afwachting van de opname in een meer gespecialiseerde dienst, is de kortdurende begeleiding niet geschikt.

Samenwerking met het netwerk

Het CLB werkt waar nodig samen met netwerkpartners zodat de leerling wordt doorverwezen naar de meest gepaste hulpverlening. Het aantal samenwerkingen met het netwerk stijgt duidelijk. Een groot deel van de doorverwijzingen gebeurt binnen het toepassingsgebied van de integrale jeugdhulp. Dat bevestigt de belangrijke rol die de CLB opnemen bij de toeleiding naar probleemgebonden hulpverlening en het zorgaanbod.

Tabel: Aantal unieke leerlingen per domein en samenwerken met het netwerk
(teleenheid: unieke leerlingen)
Domein/onderwerp Aantal leerlingen 2014-2015 Aantal leerlingen 2015-2016
Leren en studeren 19.115 19.661
Onderwijsloopbaan 17.543 18.699
Psychosociaal functioneren 21.235 23.700
(Bron: LARS)

De meeste samenwerkingen vinden plaats binnen het domein psychosociaal functioneren. Dit wordt in de eerste plaats ingezet voor het onderwerp ‘problemen thuis’, gevolgd door ‘sociale ontwikkeling’.

Een voorbeeld van sociale ontwikkeling is de diagnose van ASS (autismespectrumstoornis), die niet door het CLB kan gesteld worden, maar waarvoor het CLB steeds zal doorverwijzen naar een kinderpsychiatrische dienst.

Ook binnen de domeinen leren en studeren en onderwijsloopbaan vindt heel wat samenwerking met het netwerk plaats.

Voorbeelden zijn taal-, spraak- en algemene ontwikkeling (domein leren en studeren), of de samenwerking met netwerken leerrecht (domein onderwijsloopbaan).

Naar analogie met voorgaande jaren is er ook dit schooljaar een stijging van het aantal leerlingen voor wie het CLB samenwerkt met het netwerk.

Typerend voor de CLB is dat zij niet enkel samenwerken met actoren binnen onderwijs, maar ook daarbuiten:

  • Binnen onderwijs gaat het dan in de eerste plaats over de school en de interne leerlingenbegeleiding, naast o.a. de Pedagogische Begeleidingsdienst (PBD)
  • Daarnaast gaat het dan vaak over een welzijnspartner, bv. een Centrum voor Geestelijke Gezondheidszorg (CGG) of een revalidatiecentrum;
  • Tot slot wordt samengewerkt met domeinoverstijgende actoren, zoals het Kinderrechtencommissariaat of de VDAB. Dit gezien het brede toepassingsgebied van de draaischijffunctie en de cruciale positie van de CLB (op het kruispunt tussen onderwijs en welzijn).

Een groot deel van de doorverwijzingen gebeurt binnen het toepassingsgebied van de integrale jeugdhulp.

Centra algemeen welzijnswerk

Het centrum voor algemeen welzijnswerk (CAW) helpt mensen met al hun vragen en problemen rond welzijn. Je kan er terecht met elke vraag:

  • een moeilijke relatie;
  • persoonlijke problemen;
  • financiële, administratieve, juridische of materiële problemen;
  • problemen in je gezin, familie of buurt;
  • ...

Het CAW biedt ook hulp aan slachtoffers van geweld en misbruik, aan mensen die betrokken zijn bij verkeersongevallen en misdrijven, en aan (ex-)gedetineerden en hun naasten.

Het CAW is er ook voor jongeren. Zij kunnen met al hun vragen en problemen onder meer terecht in het Jongerenadviescentrum JAC, een aanbod van het CAW specifiek voor jongeren. Net zoals in het CAW gaan hulpverleners daar concreet aan de slag met de jongere. Het JAC wil jongeren die het moeilijk hebben:

  • de steun geven om zelf (terug) verder te kunnen;
  • rust bieden wanneer ze dat kwijt zijn;
  • hun mogelijkheden versterken;
  • informeren over hun rechten en hen bijstaan in het benutten ervan.

De CAW werken steeds vanuit een integrale benadering van de problematiek en sterk contextgericht. Ze beogen de draagkracht, de autonomie en de zelfstandigheid van de jongere te vergroten. Hiervoor ondersteunen ze de aanwezige krachten van de jongere en zijn leefomgeving op een actieve wijze.

Binnen integrale jeugdhulp vervult het CAW de rol van brede instap. Vanuit hun decretale opdracht van laagdrempelig en breed onthaal voor alle kinderen en jongeren kunnen zij en hun ouders terecht bij een CAW voor eender welke welzijnsvraag.

De cijfers in het jaarverslag jeugdhulp komen uit het elektronisch cliëntdossier en de daaraan gekoppelde registratie die sectoraal gebundeld wordt. Ze hebben betrekking op het aantal kinderen en jongeren in het onthaal van de CAW. Eén minderjarige kan in principe meerdere keren geteld zijn als hij in verschillende onthaalcasussen of cliëntdossiers betrokken is.

De cijfergegevens geven een beeld van alle jongeren tot en met 25 jaar die in 2016 door de CAW zijn geholpen.

Onthaal als proces van vraagverheldering

Samen met de jongere worden de hulpvraag ontrafeld en de problemen geïnventariseerd en systematisch in kaart gebracht. Dat geeft inzicht in de aard van de problemen en staat toe alle mogelijke oplossingen te verkennen. Die vraagverheldering is een antwoord op de hulpvraag of een stap naar directe hulp of begeleiding. Directe hulp wordt veelal binnen het onthaal van het CAW zelf gegeven, waardoor geen doorverwijzing volgt.

In 2016 helpen de CAW 26.949 kinderen en jongeren tot 26 jaar:

  • het merendeel van de jongeren (68%) is tussen de 18 en 25 jaar;
  • 5% is jonger dan 12 jaar;
  • 27% is tussen 12 en 17 jaar.

Er is sprake van een stijging met 14% in vergelijking met 2015. De stijging is het sterkst in de provincies Antwerpen (+25%) en Vlaams-Brabant-Brussel (+23%).

Vooral de groep jongvolwassenen (18-25 jaar) groeit bij het onthaal van het CAW (+19%). Naast een toenemend beroep van mensen op het eerstelijns welzijnswerk, valt deze stijging mee te verklaren door de  ingebruikname in 2016 van het elektronisch hulpverleningsdossier (We-Dossier) binnen het justitieel welzijnswerk en een veralgemeende  invoering hiervan bij alle diensten van de CAW.

Tabel: Aantal kinderen en jongeren CAW op onthaal, per provincie en per leeftijdscategorie
(teleenheid: kinderen en jongeren)
Leeftijd Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant-Brussel West-Vlaanderen Totaal %
0-5 jaar 122 131 52 101 138 544 2,0%
6-11 jaar 107 176 118 128 166 695 2,6%
0-11 (niet verder in detail bekend) 41 6 10 7 26 90 0,3%
12-17 jaar 1.946 773 1.544 1.490 1.450 7.203 26,7%
18-21 jaar 2.101 722 1.763 1.317 1.341 7.244 26,9%
22-25 jaar 2.494 1.004 2.120 1.515 1.627 8.760 32,5%
18-25 (niet verder in detail bekend) 756 230 651 410 366 2.413 9,0%
Totaal 7.567 3.042 6.258 4.968 5.114 26.949 100,0%
(Bron: CAW – We-Dossier 2016)

Online contacten

Vele hulpvragen worden via e-mail gesteld. Het gaat hier vooral over de ‘mail een hulpverlener’- webformulieren die via de algemene websites (www.jac.be  en www.caw.be ) of de regionale websites (bv. www.jaccawlimburg.be, www.cawantwerpen.be  ….) – 24 sites in totaal - binnen komen. Ook wanneer de chat offline is, wordt de bezoeker doorverbonden naar het mailformulier voor een hulpvraag.

Voor de cijferanalyse van de e-mails op de JAC-sites wordt een opdeling gemaakt in gedetailleerde leeftijdscategorieën. Dat geldt niet voor de CAW-sites. Daarom kan voor de CAW-sites enkel de categorieën ’25 of jonger’ en ‘ouder dan 25’ worden meegegeven. Het aanduiden van de leeftijd is bovendien geen verplicht veld bij de webformulieren, waardoor de leeftijd niet altijd gekend is.

Zowel bij de cijfers voor de JAC- als de CAW-sites wordt een veld ‘ouder dan 25’ meegegeven. Dit geeft een beeld van het totaal aantal e-mailvragen via de website en het aandeel jongeren ten opzichte van het totaal.

De cijfers zijn een puur kwantitatieve analyse van de inzendingen van het webformulier. Sommige mensen sturen eenzelfde webformulier meerdere keren, waardoor dubbeltellingen mogelijk zijn.

In vergelijking met 2015 daalt het aantal e-mails via de website van JAC (-3%) en stijgt het aantal via de website van CAW (+10%).

Tabel: Aantal webformulieren ‘mail een hulpverlener’ via de websites van CAW en JAC
(teleenheid: webformulieren)
Mails via website JAC Mails via website CAW
0-11 jaar 34 0-25 jaar 911
12-17 jaar 990    
18-20 jaar 604    
21-25 jaar 367    
ouder dan 25 jaar 113 ouder dan 25 jaar 2.956
onbekend 288 onbekend 655
Totaal 2.396 Totaal  4.522
(Bron: CAW 2016)

Daarnaast zijn er ook heel wat chatgesprekken. In totaal zijn er 6.617 gesprekken gevoerd met kinderen en jongeren tussen 0 en 25 jaar oud:

  • 4.426 via JAC-online;
  • 879 via CAW-online;
  • 218 chatgesprekken op afspraak;
  • Van 1.094 gesprekken is de leeftijd van de cliënt onbekend. Aangezien het merendeel van deze gesprekken via de chatroom van het JAC verloopt, zijn dit waarschijnlijk ook jongeren jonger dan 25 jaar. (*)

Een vergelijking met 2015 is hier niet mogelijk omdat toen geen volledige cijfers beschikbaar waren.

Tabel: Aantal hulpverlenende chatgesprekken met jongeren via de websites www.jac.be en www.caw.be
(teleenheid: chatgesprekken)
Leeftijd  JAC CAW Op afspraak
0-11 jaar 91 7 0
12-17 jaar 2.565 137 106
18-20 jaar 977 214 32
21-25 jaar 793 521 80
ouder dan 25 jaar 61 1.501 18
onbekend (*) 841 253  
Totaal  5.328 2.633 236
(Bron: CAW 2016)

Doorverwijzingen

Er zijn tal van (categorieën van) organisaties die kinderen en jongeren doorverwijzen naar het CAW (inclusief interne doorverwijzingen). Ongeveer 50% zijn interne doorverwijzingen, waarbij 495 minderjarigen doorverwezen zijn vanuit een ander CAW:

  • jongeren tot en met 25 jaar worden het vaakst verwezen vanuit niet-professionele instanties (15%), bv. zelfhulpgroepen, jeugdadviseurs, vrijwilligerswerk, vrienden … ;
  • er wordt vaak doorverwezen vanuit OCMW (8%), onderwijs (5%), politionele diensten (6%) en justitie (3%);
  • Jongerenwelzijn, geestelijke gezondheidszorg en de huisarts nemen telkens 1 à 2 % van de doorverwijzingen voor hun rekening;
  • de doorverwijzing vanuit de ruimere samenlevingsactoren - zoals jeugdwerk, samenlevingsopbouw, minderhedensector, werk- en huisvestingsactoren - is gering maar in zijn totaliteit zeker niet te onderschatten (6%).
Tabel: Doorverwijzingen naar het CAW - aantal kinderen en jongeren per organisatie die doorverwijst naar het CAW, per provincie
(teleenheid: kinderen en jongeren – doorverwezen door)
  Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant-Brussel West-Vlaanderen Totaal %
CAW 2.286 2.191 2.462 1.908 2.129 10.976 49,35%
CGG 55 26 37 38 24 180 0,81%
CLB 115 25 88 124 88 440 1,98%
JWZ 118 27 100 79 80 404 1,82%
K&G 18 7 15 14 31 85 0,38%
VAPH 21 9 28 19 23 100 0,45%
OCJ 14 4 9 2 11 40 0,18%
VK 3 2 2 4 4 15 0,07%
SDJ 12 1 7 8 11 39 0,18%
Politie 244 122 394 229 278 1.267 5,70%
Parket 1 0 1 3 1 6 0,03%
School 175 44 114 149 247 729 3,28%
Gezondheidszorg 32 10 44 48 16 150 0,67%
Psycholoog/psychiater 21 6 20 15 20 82 0,37%
Huisarts 86 25 50 46 47 254 1,14%
OCMW 440 402 333 252 355 1.782 8,01%
Cliënt(context) 67 11 165 69 83 395 1,78%
Niet-professioneel 1.068 167 819 606 647 3.307 14,87%
Justitie 76 169 130 95 99 569 2,56%
Andere 327 205 261 319 309 1.421 6,39%
TOTAAL 5.179 3.453 5.079 4.027 4.503 22.241 100,00%
(Bron: CAW – We-Dossier 2016)

Kinderen en jongeren die omwille van hun specifieke vragen of problematiek niet (volledig) kunnen geholpen worden binnen het CAW, worden doorverwezen naar de juiste hulpverleningsinstantie. Zo kan iemand worden doorverwezen naar de geestelijke gezondheidszorg en toch ook nog verder geholpen worden binnen het CAW (in het kader van directe hulp of opvang). De meeste doorverwijzingen gebeuren naar de geestelijke gezondheidszorg (15%) en het OCMW (17%).

Uiteraard worden niet alle jongeren doorverwezen naar andere organisaties. Ze kunnen ook geholpen zijn binnen het onthaal van het CAW of doorverwezen worden naar verdere begeleiding binnen het CAW ( zie interne doorverwijzing bij bovenstaande tabel).

Jongeren worden ook doorverwezen naar een ander CAW als dit om praktische redenen gemakkelijker bereikbaar en toegankelijker is. Dat kan te maken hebben met de nabijheid of omgekeerd met het bewust kiezen voor afstand omwille van privacy.

Tabel: Doorverwijzingen door het CAW - aantal kinderen en jongeren per organisatie waarnaar het CAW doorverwijst, per provincie
(teleenheid: kinderen en jongeren – doorverwezen naar)
  Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant-Brussel West-Vlaanderen Totaal %
CAW 105 32 56 88 61 343 7,17%
CGG 96 39 93 69 81 378 7,90%
CLB 35 7 43 29 25 139 2,90%
JWZ 40 6 31 18 23 118 2,47%
K&G 9 8 11 9 6 43 0,90%
VAPH 22 4 22 9 19 76 1,59%
OCJ 9 4 7 6 6 32 0,67%
VK 3 0 2 6 0 11 0,23%
SDJ 8 1 6 4 3 22 0,46%
Politie 26 8 25 9 8 76 1,59%
Parket 1 1 0 2 0 4 0,08%
School 38 5 22 21 15 101 2,11%
Gezondheidszorg 18 10 42 20 13 103 2,15%
Psycholoog/psychiater 62 24 106 68 56 316 6,60%
Huisarts 29 18 34 30 24 135 2,82%
OCMW 257 84 191 135 169 836 17,47%
Niet-professioneel 42 7 64 8 20 141 2,95%
Justitie 74 43 69 37 56 279 5,83%
Andere 406 122 505 327 274 1.633 34,12%
TOTAAL 1.280 423 1.329 895 859 4.786 100,00%
(Bron: CAW – We-Dossier 2016)

Afsluiten onthaal

  • Bij 9.619 (36%) kinderen en jongeren wordt de hulpverlening op onthaal afgerond zonder nood aan verdere begeleiding.
  • Bij 5.012 (19%) wordt de hulpverlening op onthaal afgerond maar worden de jongeren wel doorverwezen voor verdere begeleiding: 3.907 (15%) worden intern doorverwezen binnen het CAW, 1.105 (4%) worden extern doorverwezen.
  • Bij 2.819 is de onthaalhulpverlening afgebroken: meestal (6%) door de jongere of omwille van zijn beschikbaarheid (4%, bv. wanneer de begeleiding stopt omwille van opname of detentie).
  • De missings (35%) zijn zowel de openstaande onthalen als de onthaalcasussen waarbij de hulpverlener de manier van afsluiten is vergeten registreren. Bij een openstaand onthaal was er nog een onthaalcontact minder dan 3 maanden geleden. Een onthaalcasus kan maximaal 3 maanden blijven openstaan zonder hulpverlenend contact. Indien er geen hulpverlenende contacten zijn geregistreerd de voorbije 3 maanden, wordt de onthaalcasus afgesloten.

De tabel  ‘doorverwijzingen naar het CAW’ staat los van deze tabel, want bevat zowel doorverwijzingen van kinderen en jongeren bij wie het onthaal afgerond, afgebroken of onbekend (missing) is.

Tabel: Manier van afsluiten onthaal
(teleenheid: kinderen en jongeren)
Manier van afsluiten onthaal  Aantal  %
Afgerond (hulpverlener en cliënt zijn akkoord) 9.619 35,7%
Afgerond met interne doorverwijzing voor begeleiding 3.907 14,5%
Afgerond met externe doorverwijzing voor begeleiding 1.105 4,1%
Vraag en aanbod niet compatibel 2 0,0%
Afgebroken door cliënt 1.622 6,0%
Afgebroken door dienst 148 0,5%
Afgebroken vanwege beschikbaarheid cliënt 1.049 3,9%
Missing / niet ingevuld 9.497 35,2%
Totaal  26.949 100,0%
(Bron: CAW – We-Dossier 2016)

Kind en Gezin

Preventieve gezinsondersteuning

Kind en Gezin informeert en ondersteunt gezinnen op vlak van gezondheid, voeding, verzorging, veiligheid, ontwikkeling en opvoeding van kinderen. De dienstverlening is een recht voor elk kind tot 3 jaar, gebeurt op vrijwillige basis en is gratis.

Er bestaat een grote diversiteit aan gezinnen. Daarom houdt Kind en Gezin zoveel mogelijk rekening met hun noden en verwachtingen:

  • De medische preventie ligt voor elk kind vast via consulten: deze zijn zo gepland dat ze aansluiten bij belangrijke veranderingen in de ontwikkeling van het kind en/of bij de aangewezen leeftijden voor vaccinaties;
  • De overige dienstverlening gebeurt meer op maat: ouders kunnen aansluiten bij een waaier van activiteiten. Sommige ouders verkiezen een extra huisbezoek of een inloopmoment, andere ouders willen contact via sociale media, en nog anderen houden ervan om in groep samen te komen rond een thema;
  • Om nog beter aan te sluiten op de noden worden, in samenspraak met de ouders, lokale activiteiten uitgewerkt. Ouders zijn vrij om hieraan deel te nemen.

Kind en Gezin werkt - samen met heel wat andere organisaties - een aanbod uit voor ouders met jonge kinderen, bijvoorbeeld via de Huizen van Het Kind.

Binnen integrale jeugdhulp nemen de regioteams van Kind en Gezin de functie van brede instap op (met focus op 0-3 jarigen). Ouders kunnen contact opnemen bij vragen of behoefte aan ondersteuning. Het regioteam maakt hiervoor graag tijd vrij en verwijst indien nodig door naar gespecialiseerde diensten, zowel binnen als buiten de jeugdhulp.

De preventieve zorg verwijst door naar voorzieningen binnen de integrale jeugdhulp en naar een breed spectrum van zorgverleners en diensten, bv. de behandelende arts, opvoedingswinkel, initiatieven rond ontmoeting, OCMW, sociale organisaties, kinderopvangvoorzieningen, diensten voor gezinszorg …

De cijfers van de regioteamleden van Kind en Gezin zijn afkomstig uit Mirage, hun dossier- en registratiesysteem.

In totaal is bij 187.617 unieke kinderen gebruik gemaakt van de dienstverlening van Kind en Gezin in 2016. Het betreft alle kinderen voor wie minstens één fysiek contact is geregistreerd van het type huisbezoek, consult, gehoortest en opvoedingsondersteuning. Contacten met zwangere vrouwen zijn niet meegeteld.

Het aantal bereikte kinderen ligt in de lijn van 2015 (186.771 kindcontacten).

Tabel: Aantal kinderen met minstens één fysiek contact in preventieve gezinsondersteuning K&G, per provincie
(teleenheid: unieke kinderen)
Provincie Aantal kinderen %
Antwerpen 56.582 29,9%
Limburg 24.461 12,9%
Oost-Vlaanderen 42.964 22,7%
Vlaams-Brabant-Brussel 35.215 18,6%
West-Vlaanderen 30.188 15,9%
Totaal 187.617  
(Bron: Mirage)
*Door het werken met unieke aantallen per categorie, is het totaal niet gelijk aan de som van de aparte categorieën en zijn de percentages opgeteld niet 100%.

Vanuit de preventieve gezinsondersteuning van Kind en Gezin vinden doorverwijzingen plaats naar probleemgebonden rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp binnen de integrale jeugdhulp. De registratie maakt geen onderscheid tussen gerealiseerde en niet-gerealiseerde verwijzingen.

Eenzelfde kind kan verschillende keren doorverwezen zijn, of doorverwezen zijn naar verschillende voorzieningen. Het gaat hier dus niet over het aantal verschillende kinderen dat wordt doorverwezen, wel over het aantal doorverwijzingen.

In 2016 is in totaal 403 keer doorverwezen naar een partner van integrale jeugdhulp, vooral naar rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp (RTJ):

  • Kind en Gezin (148 doorverwijzingen, 36,7%);
  • CAW (118 doorverwijzingen, 29,3%);
  • CGG (61 doorverwijzingen, 15.1%).

In vergelijking met 2015 – met 318 doorverwijzingen bij de 0- tot 3-jarigen - is dit een stijging met 27%.

Een aantal belangrijke opmerkingen hierbij:

  • De sector Kind en Gezin omvat de verwijzingen naar de centra voor kinderzorg en gezinsondersteuning (CKG) en naar de reguliere werking van de vertrouwenscentra kindermishandeling (VK). Dat laatste zijn enkel de meldingen met actieve tussenkomst. (Anonieme) advies- en/of coaching-vragen worden niet meegerekend. Verwijzingen naar de inloopteams van Kind en Gezin worden evenmin meegeteld.
  • De registraties voor de sectoren CLB (centra voor leerlingenbegeleiding) en CAW (centra algemeen welzijnswerk) maken geen onderscheid in typemodules brede instap en vervolghulp RTJ. De cijfers omvatten dus alle verwijzingen naar beide sectoren.
  • De registraties voor de sectoren CAW, CLB, CGG (centra voor geestelijke gezondheid) en VAPH (Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap) maken geen onderscheid tussen verwijzingen naar jeugdhulp of ander (regulier) aanbod. De cijfers omvatten dus alle verwijzingen naar de voornoemde sectoren, ook wanneer het een doorverwijzing is van de ouder (en niet het kind).
  • De verwijzingen worden geteld in de provincie waar het kind zijn domicilieadres heeft (op 31 december 2015). Dat is niet noodzakelijk de provincie van waaruit doorverwezen is.

Er zijn ook een paar kanttekeningen bij de wijze waarop doorverwijzingen worden geregistreerd:

  • Soms zijn regioteams betrokken bij de zorgcoördinatie die aanstuurt op doorverwijzing, maar zijn ze niet de doorverwijzer zelf – dit zit dan niet in bovenstaande cijfers vervat.
  • Het registreren van verwijzingen in Mirage was tot eind 2015 erg omslachtig. Kind en Gezin heeft in het laatste kwartaal van 2015 een nieuwe verwijsmodule in gebruik genomen waardoor de kwaliteit van de cijfers reeds beter zou moeten zijn. Dit is echter een proces, er blijft mogelijk sprake van onder-registratie, het aantal verwijzingen naar vervolghulp RTJ kan in de praktijk hoger liggen.
  • Kind en Gezin maakt verder werk van een inhoudelijke analyse van de verwijzingen naar RTJ, onder meer om provinciale verschillen te kunnen verklaren en drempels tot (registratie van) doorverwijzing in kaart te brengen.
Tabel: Aantal verwijzingen vanuit preventieve gezinsondersteuning K&G naar vervolghulp RTJ, per provincie
(teleenheid: verwijzingen)
  Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant-Brussel West-Vlaanderen Totaal %
K&G 45 37 37 10 19 148 36,7%
CAW 44 24 23 7 20 118 29,3%
CLB 4 4 11 4 3 26 6,5%
CGG 20 28 8 2 3 61 15,1%
VAPH 5 5 10 1 1 22 5,5%
JWZ 11 3 11 0 3 28 6,9%
Totaal 129 101 100 24 49 403  
% 32,0% 25,1% 24,8% 6,0% 12,2%    

Inloopteams

De inloopteams zijn gevestigd in 15 kansarme buurten in Vlaanderen en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, en werken buurtgericht. Ze vervullen opdrachten ten aanzien van (aanstaande) gezinnen met jonge kinderen in een maatschappelijk kwetsbare positie.

Inloopteams ondersteunen gezinnen bij het opnemen van hun ouderschap. Ze doen dit door tijd en ruimte te maken voor positieve ouder-kind interacties:

  • Rechtstreeks: door samenspel voor ouders en kinderen, uitwisseling rond opvoeding en ouderschap, informatiesessies rond voeding, slapen, opvoeding …, warme toeleiding naar reeds bestaande activiteiten van partners …;
  • Onrechtstreeks: door hulp te bieden bij administratieve zaken, het versterken van vaardigheden van mensen (bv. oefenen van de Nederlandse taal), (warme) doorverwijzing naar en/of afstemming met partners die instaan voor werk, huisvesting, onderwijs …

Binnen integrale jeugdhulp nemen de inloopteams - vanuit hun laagdrempelige functie en hun bereik van een kwetsbare groep van gezinnen - de functie van brede instap op.

Onderstaande cijfers zijn aangeleverd door de inloopteams zelf, die de data in hun registratiesysteem in eigen beheer hebben.

Voor de interpretatie van de cijfers is het belangrijk te weten dat de 15 inloopteams:

  • werken in bepaalde kansarme buurten in Vlaanderen en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, en dus niet heel Vlaanderen dekken;
  • een groot aantal anonieme contacten hebben (meer dan 1.000 anonieme contacten voor alle inloopteams samen) die niet in onderstaande gegevens vervat zijn omdat niet geweten is over hoeveel ‘unieke’ gezinnen het gaat;
  • niet op kindniveau maar wel op gezinsniveau registreren.

Onderstaande tabel toont het aantal unieke contacten in 2016.

In 2016 bereiken de 15 inloopteams in Vlaanderen en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest 6.175 verschillende gezinnen in een maatschappelijk kwetsbare positie. In vergelijking met 2015 is dit een behoorlijke stijging met 777 gezinnen of 14%. Daarnaast realiseren de inloopteams vanuit hun laagdrempelige werking heel wat anonieme contacten, waarvan niet geweten is over hoeveel verschillende gezinnen het gaat.

Tabel: Aantal unieke gezinnen met minstens één contactmoment
(teleenheid: unieke gezinnen)
  Aantal unieke gezinnen %
Antwerpen (4 inloopteams) 1.800 29,1%
Limburg (1 inloopteam) 227 3,7%
Oost-Vlaanderen (5 inloopteams) 2.070 33,5%
Vlaams-Brabant - Brussel (3 inloopteam) 1.113 18,0%
West-Vlaanderen (2 inloopteams) 965 15,6%
Totaal 6.175  
(Bron: registratiesysteem inloopteams)

De volgende tabel toont het aantal doorverwijzingen vanuit de inloopteams naar rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp (RTJ) binnen integrale jeugdhulp. Eenzelfde gezin kan meerdere keren doorverwezen zijn, of doorverwezen zijn naar verschillende voorzieningen. Het gaat hier dus niet over het aantal unieke gezinnen dat wordt doorverwezen, wel over het aantal doorverwijzingen.

Enkele belangrijke opmerkingen hierbij zijn:

  • De sector Kind en Gezin omvat de doorverwijzingen naar de centra voor kinderzorg en gezinsondersteuning (CKG) en naar de reguliere werking van de vertrouwenscentra kindermishandeling (VK). Verwijzingen naar de preventieve zorg van Kind en Gezin zijn niet meegerekend.
  • De registraties voor de sectoren CLB (centra voor leerlingenbegeleiding) en CAW (centra algemeen welzijnswerk) maken geen onderscheid tussen typemodules brede instap en vervolghulp RTJ.
  • Soms zijn inloopteams betrokken bij de zorgcoördinatie die aanstuurt op doorverwijzing, maar zijn ze niet de doorverwijzer zelf – dit zit dan niet in bovenstaande cijfers vervat.

De inloopteams verzorgen ongeveer 231 doorverwijzingen naar integrale jeugdhulp. Globaal ligt dit een stuk lager in vergelijking met 2015 (340 doorverwijzingen). Dat komt vooral door een daling in het aantal verwijzingen naar Kind en Gezin; naar alle waarschijnlijkheid door een correctere registratie (waarbij de preventieve zorg van Kind en Gezin duidelijker is uitgesloten van de bevraging).

Tabel: Aantal verwijzingen vanuit de 15 inloopteams naar RTJ
(teleenheid: verwijzingen)
  Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant-Brussel West-Vlaanderen Totaal %
K&G 8 0 20 4 30 62 26,8%
CAW 28 0 10 14 32 84 36,4%
CLB 5 0 20 4 13 42 18,2%
CGG 4 0 4 8 4 20 8,7%
VAPH 2 0 0 3 0 5 2,2%
JWZ 4 0 1 4 9 18 7,8%
Totaal 51 0 55 37 88 231  
% 22,1% 0,0% 23,8% 16,0% 38,1%    
(Bron: registratiesysteem inloopteams)