Toggle navigation

Vergelijk met vorig jaar (2015):

Bij een cliëntoverleg integrale jeugdhulp komen ouders, kinderen, jongeren - en als ze dat wensen ook  hun sociaal netwerk -, samen met de hulpverleners om, in complexere situaties, de ondersteuning en hulpverlening aan een gezin op elkaar af te stemmen en de continuïteit ervan te bewaken.

Een externe voorzitter, onafhankelijk van de jeugdhulpaanbieders, zit het overleg voor. De hulpvraag of -behoefte van het gezin staat centraal en hulpverleners en gezinsleden worden als gelijkwaardige partners maximaal betrokken bij het overleg. De vertrouwenspersoon van de minderjarige kan hem op dit overleg bijstaan en voor zijn belangen opkomen, en ook ouders kunnen een steunfiguur meenemen.

Het cliëntoverleg leidt tot een tastbaar resultaat: het werkplan. Daarin wordt concreet vermeld wie wat doet: wat nemen jongere, zijn context en zijn netwerk op, en waarvoor is professionele hulp nodig.

Cliëntoverleg is sinds 2008 gestaag gegroeid. 2015 doorbrak de gelijkmatige groei (n=379) en in 2016 zet deze lijn verder. De vraag naar cliëntoverleg stijgt dus opnieuw sterk (+ 36,6%; n=513). Hulpverleners en jongeren vragen ook steeds vaker vervolgoverleg aan (51,7%) i.f.v. opvolging, evaluatie en bijsturing, een stijging van 22% t.o.v. 2015. Cliëntoverleg wordt stilaan meer ingezet als instrument om trajectopvolging te doen.

Tabel: Ontvankelijke aanmeldingen cliëntoverleg
(teleenheid: volledig geregistreerde dossiers)
  Aantal %
Antwerpen 164 32,0%
Brussel 9 1,8%
Limburg 52 10,1%
Oost-Vlaanderen 140 27,3%
Vlaams-Brabant 57 11,1%
West-Vlaanderen 91 17,7%
Totaal 513 100,0%
(Bron: Registratiesysteem Cliëntoverleg)

Onderstaande tabellen geven het aantal dossiers weer dat door de voorzitters volledig zijn geregistreerd (n=346). Het gaat dus niet over het totaal aantal aanvragen (n=513).

Hoewel cliëntoverleg een langere traditie kent dan bemiddeling, vragen jongeren en ouders dit overleg zelf minder rechtstreeks aan. Aanvragen komen vooral van hulpverleners, zowel binnen als buiten de integrale jeugdhulp.

Hoewel hulpverleners de gezinnen bij de aanvraag en de voorbereiding van het cliëntoverleg betrekken, blijken in de meeste regio’s ouders, kinderen en jongeren nog niet systematisch mee rond de tafel te zitten. De participatie van ouders en minderjarigen aan het cliëntoverleg is nochtans essentieel in het concept van cliëntoverleg.

De participatiegraad is:

  • voor jongeren: 32,6% (n=113). Dat is vergelijkbaar met 2015 ( n=108; 32,1%);
  • voor ouders: 88,7% (n=307). Dat betekent een stijging t.o.v. 2015 ( n=239; 71,1%).

Hierin zijn regionale verschillen merkbaar.

Het merendeel van het cliëntoverleg (n=330; 95%) resulteert in een werkplan, waarbij meestal ook een hulpcoördinator wordt aangesteld (n=313; 90,4%). Ook hier is er stijgende trend ten aanzien van 2015. In 2015 resulteerde nog slechts 62,5% (n=210) van het cliëntoverleg in een werkplan en werd er in 203 (60,4%) situaties een hulpcoördinator aangesteld.

Tabel: Aantal registraties / vervolgoverleg / aanwezigheid jongere of ouder / uitkomst overleg in 2016
(teleenheid: cliëntoverleg)
  Antwerpen Brussel Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant West-Vlaanderen Tot. %*
Aantal vervolgoverleg 22 5 7 84 16 45 179 51,7%
Aanwezigheid jongere 52 5 4 8 8 36 113 32,6%
Aanwezigheid ouders 84 9 18 114 26 56 307 88,7%
Aantal werkplannen 80 10 18 122 27 73 330 95,3%
Aantal Hulpcoördinatoren 78 10 15 122 17 71 313 90,4%
Totaal aantal registraties 88 10 18 125 31 74 346 100,0%
(Bron: Registratiesysteem Cliëntoverleg)
* % mogen niet opgeteld worden maar worden berekend op het totaal aantal geregistreerde dossiers (346).