Toggle navigation
Het vertrouwenscentrum kindermishandeling (VK) heeft naast zijn reguliere werking (zie hoofdstuk rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp) ook een opdracht als gemandateerde voorziening. Vanuit dat mandaat onderzoekt het VK of het in verontrustende situaties - met een vermoeden van kindermishandeling -, maatschappelijk noodzakelijk (mano) is om tussen te komen en hulp op te starten of verder te zetten. Indien nodig kan het VK een dossier doorverwijzen naar het Openbaar Ministerie, wanneer gerechtelijke jeugdhulp zich opdringt.

Onderstaande tabel toont het aantal unieke opgestarte procedures ‘maatschappelijke noodzaak’ (mano) voor kinderen en jongeren in 2016. De aanmeldingen die niet-ontvankelijk verklaard worden, zijn niet mee opgenomen.

In totaal gaat het om 1.107 opgestarte mano-procedures bij het VK, voor 1.091 unieke kinderen. Bij 16 kinderen is dus sprake van 2 opgestarte mano-procedures, bv. omwille van een verhuisdossier tussen twee VK of omdat er effectief twee mano-procedures doorlopen zijn voor dat kind in hetzelfde jaar, wat eerder uitzonderlijk is. Bijna 7 op 10 van de aanmeldingen (68,9%) betreft kinderen jonger dan 12 jaar.

In vergelijking met 2015 (834 mano-procedures) is er een stijging met 31%.

Tabel: Aantal unieke opgestarte mano-procedures per leeftijdscategorie
(teleenheid: unieke opgestarte mano-procedures)
  Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant Brussel West-Vlaanderen Totaal %
0-5 jaar 81 65 75 64 26 51 362 32,7%
6-11 jaar 90 93 71 60 44 43 401 36,2%
12-17 jaar 80 69 78 62 27 28 344 31,1%
Totaal 251 227 224 186 97 122 1107  
% 22,7% 20,5% 20,2% 16,8% 8,8% 11,0%    
(Bron: VK e-dossier)

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de aanmelders bij het VK voor een procedure mano. Per aangemeld kind wordt één aanmelder geteld. Een aanmelder die gelijktijdig 2 kinderen aanmeldt, wordt 2 keer geteld, nl. per kind 1 keer.

In meer dan de helft van de gevallen (54,7%) komt de aanmelding vanuit het jeugdparket. Situaties die initieel aangemeld zijn binnen de reguliere werking van het VK, kunnen intern doorverwezen worden voor een onderzoek mano. Dit gebeurt in 2016 in 191 gevallen (17,3%). Onder de categorie ‘andere’ vallen actoren uit de gezondheidszorg, het OCMW, kinderdagverblijven enz. Dit is vergelijkbaar met 2015.

Tabel: Overzicht aanmelders per regio
(teleenheid: opgestarte mano-procedures)
  Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams- Brabant Brussel West-Vlaanderen Totaal %
Parket 103,0 120 131 127 52 73 606 54,7%
Cliëntsyst. 0,0 6 0 1 0 0 7 0,6%
Interne doorverw. VK 63,0 45 32 13 27 11 191 17,3%
K&G 4 8 7 7 0 8 34 3,1%
CAW 12 1 0 7 0 2 22 2,0%
CLB 46 19 20 12 14 12 123 11,1%
CGG 1 6 0 1 1 2 11 1,0%
VAPH 2 4 10 0 0 3 19 1,7%
JWZ 11 2 13 11 1 0 38 3,4%
Andere 9 16 11 7 2 11 56 5,1%
Totaal 251 227 224 186 97 122 1107  
(Bron: VK e-dossier)

Onderstaande tabel toont de conclusies bij afloop van het onderzoek, en dus niet de mogelijke verschuivingen tijdens het casemanagement (bv. schakeling tussen observerend (OCM) en interveniërend casemanagement (ICM), of alsnog een doorverwijzing naar het Parket). Van de 1.107 opgestarte procedures in 2016, zijn er nog 35 procedures in onderzoek, wat het totaalcijfer van 1.072 verklaart:

  • iets minder dan de helft blijft bij het VK in casemanagement (45,9%);
  • 38,2% eindigt in een doorverwijzing naar het jeugdparket;
  • 16% blijkt na afloop van het onderzoek geen mano te zijn.
Tabel: Overzicht resultaten van het onderzoek mano
(teleenheid: resultaten mano-onderzoek)
  Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant Brussel West-Vlaanderen Totaal %
OCM 32 29 35 6 1 2 105 9,8
ICM 63 102 39 85 47 51 387 36,1
Parketmelding 135 51 86 56 43 38 409 38,2
Geen mano 21 43 56 15 5 31 171 16,0
Totaal 251 225 216 162 96 122 1072 100,0
(Bron: VK e-dossier)

Uit de resultaten van de gestarte procedures per type aanmelder blijkt dat van de 534 aanmeldingen door het Parket, er 167 dossiers terug keren naar het Parket na afloop van het onderzoek. Dat is goed voor 31% of bijna 1 op 3.

Tabel: Overzicht resultaten onderzoek mano, per type aanmelder
(teleenheid: resultaten mano-onderzoek)
Resultaat → OCM ICM Parketmelding Geen mano Totaal
Melder ↓          
Parket 61 201 191 133 586
  10,4% 34,3% 32,6% 22,7% 100,0%
Cliëntsyst. 1 6 0 0 7
  14,3% 85,7% 0,0% 0,0% 100,0%
Interne doorverwijzing VK 10 74 99 4 187
  5,3% 39,6% 52,9% 2,1% 100,0%
K&G 4 11 14 5 34
  11,8% 32,4% 41,2% 14,7% 100,0%
CAW 5 6 9 2 22
  22,7% 27,3% 40,9% 9,1% 100,0%
CLB 15 37 55 10 117
  12,8% 31,6% 47,0% 8,5% 100,0%
CGG 0 7 1 2 10
  0,0% 70,0% 10,0% 20,0% 100,0%
VAPH 3 3 10 3 19
  15,8% 15,8% 52,6% 15,8% 100,0%
JWZ 3 13 13 7 36
  8,3% 36,1% 36,1% 19,4% 100,0%
Andere … 3 29 17 5 54
  5,6% 53,7% 31,5% 9,3% 100,0%
Totaal 105 387 409 171 1072
(Bron: VK e-dossier)

Op een totaal van 1.107 aangemelde en opgestarte procedures, kan het VK in 207 gevallen geen diagnose stellen. Dit is vooral geval als de procedure vroegtijdig stop gezet wordt en doorverwezen is naar het Parket wegens geen medewerking van het kind of de jongere. Om het gediagnosticeerde probleem te vergelijken met het gemelde, worden de cijfers beperkt tot de 900 situaties met VK-diagnose.

De meldingen:

  • emotioneel geweld (mishandeling & verwaarlozing) wordt het vaakst gemeld (48%);
  • lichamelijk geweld (23,3% voor lichamelijke mishandeling en 5,4% voor lichamelijke verwaarlozing) wordt eveneens vaak gemeld;
  • in 23,3% is er sprake van een risicosituatie in hoofde van de aanmelder;
  • in 56 gevallen (6,2%) is er een vermoeden van seksueel misbruik.
Tabel: Belangrijkste problematiek volgens melder
  Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant Brussel West-Vlaanderen Totaal %
Emotionele mishandeling 90 56 56 68 39 23 332 36,9%
Emotionele verwaarlozing 14 16 24 23 11 12 100 11,1%
Risicosituatie 37 24 17 19 2 18 117 13,0%
Lichamelijke mishandeling 51 48 42 37 16 16 210 23,3%
Lichamelijke verwaarlozing 21 4 11 2 5 6 49 5,4%
Onbekende/andere problematiek 2 6 2 1 0 1 12 1,3%
Seksueel misbruik 20 17 9 2 2 6 56 6,2%
Grensoverschrijdend gedrag minderjarige 10 6 3 2 1 2 24 2,7%
Totaal 245 177 164 154 76 84 900  
(Bron: VK e-dossier)

De diagnose:

  • emotioneel geweld (mishandeling en verwaarlozing) wordt het vaakst gediagnosticeerd, nl. 51,0%;
  • lichamelijk geweld - 15,4% voor lichamelijke mishandeling en 3,4% voor lichamelijke verwaarlozing – wordt eveneens vaak gediagnosticeerd;
  • in 17,1% van de gevallen blijkt er sprake van een risicosituatie na onderzoek;
  • in 25 gevallen (2,8%) blijkt er na onderzoek effectief sprake van seksueel misbruik.
Tabel: Belangrijkste gediagnosticeerde problematiek volgens VK
  Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant Brussel West-Vlaanderen Totaal %
Emotionele mishandeling 77 59 52 77 38 21 324 36,0%
Emotionele verwaarlozing 24 14 37 26 17 17 135 15,0%
Risicosituatie 51 34 28 16 1 24 154 17,1%
Lichamelijke mishandeling 46 30 23 15 14 11 139 15,4%
Lichamelijke verwaarlozing 11 3 8 2 4 3 31 3,4%
Onbekende/andere problematiek 15 26 7 12 0 4 64 7,1%
Seksueel misbruik 10 6 4 3 1 1 25 2,8%
Grensoverschrijdend gedrag minderjarige 7 3 3 2 1 1 17 1,9%
Verwerkingsproblematiek 4 2 2 1 0 2 11 1,2%
Totaal 245 177 164 154 76 84 900 100,0%
(Bron: VK e-dossier)

Globaal genomen bevestigt het VK ongeveer zeven op tien gemelde problematieken in een overeenkomstige diagnose. Emotioneel geweld (mishandeling en verwaarlozing) wordt het vaakst bevestigd door het VK: respectievelijk in 78,6% en 80% van de gevallen. Seksueel misbruik wordt in 21 van de 56 gemelde situaties bevestigd.

Tabel: Vergelijking tussen gemelde en gediagnosticeerde problematiek
Gemelde problematiek Aantal gemelde problematiek Gediagnosticeerd probleem Aantal bevestigde diagnostiek %
Lichamelijke mishandeling 210 Lichamelijke mishandeling 120 57,1%
Lichamelijke verwaarlozing 49 Lichamelijke verwaarlozing 27 55,1%
Risicosituatie 117 Risicosituatie 93 79,5%
Emotionele mishandeling 332 Emotionele mishandeling 261 78,6%
Emotionele verwaarlozing 100 Emotionele verwaarlozing 78 78,0%
Seksueel misbruik 56 Seksueel misbruik 21 37,5%
Onbekende/andere problematiek 12 Onbekende/andere problematiek 8 66,7%
Grensoverschrijdend gedrag minderjarige 24 Grensoverschrijdend gedrag minderjarige 16 66,7%
Totaal 900   624 69,3%
(Bron: VK e-dossier)