Toggle navigation

Vergelijk met vorig jaar (2015):

Op 1 maart 2014 gaat in heel Vlaanderen de intersectorale toegangspoort (ITP) van start (na de opstart van voorstartregio Oost-Vlaanderen op 16 september 2013). Deze regelt voor alle sectoren van integrale jeugdhulp de toegang tot de niet-rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp (NRTJ). Voor de toegangspoort betekent dit het in gebruik nemen van lopende dossiers en het verwerken van nieuwe aanvragen. Vervolgens zijn in 2015 verschillende aanpassingen gedaan aan de processen.

In 2016 ligt de nadruk op het analyseren en actualiseren van gegevens en het verder verfijnen van de output van gegevens. Ook het jeugdhulplandschap staat intussen niet stil. Zo zijn er tal van veranderingen bij de toeleiding:

  • sinds juni 2016 zijn er nieuwe typemodules NRTJ binnen de sector van het onderwijs. Het gaat over kinderen en jongeren die 7/7 verblijven in een internaat van het Gemeenschapsonderwijs;
  • de typemodule ambulante en mobiele begeleiding voor minderjarigen met een handicap is rechtstreeks toegankelijk geworden indien het louter deze hulp betreft. Deze kan wel nog worden aangevraagd indien er nood is aan intensievere ondersteuning;
  • de typemodules contextbegeleiding, dagbegeleiding in groep , weekend- en vakantieopvang overdag voor minderjarigen met een handicap en verblijf voor minderjarigen met een handicap (kortdurend) zijn nu rechtstreeks toegankelijk. 

Dit brengt ook wijzigingen in de gegevens met zich mee die het interpreteren van evoluties in de tijd bemoeilijken.

Het proces van de toegangspoort

  • Als een kind of jongere een ondersteuningsnood heeft naar NRTJ, vult de contactpersoon-aanmelder samen met hem een A-document in.
  • Het A-document gaat elektronisch naar de ITP van de regio waar de minderjarige gedomicilieerd is.
  • Het proces van indicatiestelling resulteert in het afleveren van een indicatiestellingsverslag met de typemodules die een antwoord bieden op de ondersteuningsnood. Het verslag vermeldt dus op welke soort hulp het kind of de jongere recht heeft en tot wanneer.
  • De aanvraag stroomt door naar jeugdhulpregie. Daar wordt de match gemaakt tussen de vraag (‘geïndiceerde typemodules’) en het aanbod (‘de voorzieningen die een hulpaanbod aanbieden’). Jeugdhulpregie gaat samen met de contactpersoon-aanmelder en ouders op zoek waar het kind of de jongere terecht kan voor deze hulp.

De meeste tabellen vermelden voor elke categorie en voor elk (sub)totaal het unieke aantal kinderen en jongeren. Eén minderjarige kan in meerdere categorieën voorkomen, zodat het sub- of eindtotaal niet gelijk is aan de som van de onderliggende categorieën.  De percentages worden ook steeds per categorie t.a.v. het totaal aantal unieke kinderen en jongeren weergegeven. Dit betekent dat het eindtotaal (100%) niet gelijk is aan de som van de onderliggende percentages.

Nieuw in 2016 is de integratie van het zorgregierapport voor minderjarigen met een handicap in het intersectoraal jaarverslag. De weergegeven handicapcodes zijn zowel deze toegekend door de intersectorale toegangspoort als de ‘oude’, toegekend door de Provinciale Evaluatie Commissie (voor dossiers overgedragen door het VAPH bij de opstart van de toegangspoort).

Aanvragen bij de intersectorale toegangspoort

In 2016 zijn bij de intersectorale toegangspoort 16.788 A-documenten ingediend voor 12.589 kinderen en jongeren. Eén aanvraag kwam rechtstreeks van een cliënt,  1 cliënt stelde een vraag naar contact met team indicatiestelling en 1 cliënt vroeg inzage in zijn dossier.

Voor eenzelfde kind of jongere kunnen in één jaar tijd meerdere A-documenten worden ingediend. Ook kan hij in twee leeftijdscategorieën zijn meegeteld, namelijk als hij jarig was tussen aanvraag 1 en 2. In het totaal zal hij echter slechts 1 keer zijn geteld.

De grootste groep minderjarigen voor wie in 2016 een A-document is ingediend, is tussen 12 en17 jaar (n=5.972; 47,4%). Dit ligt in dezelfde lijn als in 2015 (n= 6.294; 44%).

Tabel: Aanvragen bij de ITP naar leeftijd
(teleenheid: unieke kinderen en jongeren)
  Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant-Brussel West-Vlaanderen Totaal %
0-5 jaar 665 283 449 294 495 2.180 17,3%
6-11 jaar 934 477 754 515 727 3.403 27,0%
12-17 jaar 1.777 897 1.350 824 1.139 5.972 47,4%
18-21 jaar 384 170 248 175 246 1.221 9,7%
22- 25 jaar 14 1 7 2 3 27 0,2%
Totaal 3.718 1.789 2.758 1.782 2.572 12.589 100,0%
% 29,5% 14,2% 21,9% 14,2% 20,4% 100,0%  
(Bron: INSISTO)
*Door het werken met unieke aantallen per categorie, is het totaal niet gelijk aan de som van de aparte categorieën en zijn de percentages opgeteld niet 100%.

In 2016 (n=12.589) is voor minder kinderen en jongeren een A-document ingediend dan in 2015 (n=14.307). Dat heeft meerdere verklaringen:

  • in 2015 hebben de sociale diensten van de jeugdrechtbank kinderen en jongeren wiens hulp verlengd werd, aangemeld in INSISTO. Dit waren minderjarigen die reeds NRTJ hulp kregen, maar door de overgangsperiode nog niet gekend waren in INSISTO. Hierdoor liggen de cijfers voor ingediende A-documenten vanuit SDJ in 2016 (n= 4.146; 33,4%) lager dan in 2015 (n= 5.816; 40,6%);
  • de typemodule dagbegeleiding in groep is in 2016 rechtstreeks toegankelijk geworden, waardoor aanvragen naar uitsluitend deze hulp niet meer worden ingediend;
  • een vraag naar uitsluitend ‘mobiele en/of ambulante begeleiding voor minderjarigen met een handicap’ wordt door de uitbreiding van mogelijkheden binnen RTJ minder vaak gesteld aan de toegangspoort . Enkel indien men bijkomend meer intensieve ondersteuning aanvraagt binnen het VAPH, moet deze typemodule nog worden aangevraagd;
  • de termijn voor het recht op NRTJ binnen het VAPH is vrij lang. Daarom wordt vaak in één aanvraag meerdere niet-rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp binnen het VAPHaangevraagd. Dit leidt tot minder herindicaties;

De centra voor leerlingenbegeleiding (CLB) kunnen ofwel als multidisciplinair team (MDT) ofwel als niet-MDT aanmelden. Bij het indienen van een A-document kiezen zij hun rol. De meeste aanmeldingen (n=1.899) vanuit de CLB gebeuren vanuit hun functie als MDT, slechts in een minderheid (n= 139) als niet-MDT.  De aanmeldingen vanuit CLB als niet-MDT zijn een overschatting. Vaak gaat het om een verkeerde keuze bij het inloggen in INSISTO en is het in werkelijkheid toch een aanmelding vanuit een MDT CLB.

  • De grootste aanmelder bij de ITP is de sociale dienst van de jeugdrechtbank (n= 4.146; 33,4%).
  • Daarna volgen de voorzieningen uit de rechtstreeks en niet-rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp, in functie van verlenging of herindicatie van de hulp (n=3.471; 28%).
  • MDT melden ook een belangrijke groep aan (n=3.224; 25,6%).
  • Een beperkt aantal aanmeldingen gebeurt door de toegangspoort zelf (n=300; 2,4%).
Tabel: Aanvragen bij de ITP, naar aanmelder
(teleenheid: unieke kinderen en jongeren)
    Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant West-Vlaanderen Totaal %
Totaal CAW 84 30 47 48 40 249 2,0%
BJB CAH 0 0 1 3 1 5 0,0%
CIG 11 2 6 12 10 41 0,3%
OVBJ met verblijf 488 191 371 210 312 1.568 12,5%
OVBJ zonder verblijf 53 15 26 38 36 168 1,3%
Pleegzorg 169 80 138 90 65 541 4,3%
Totaal BJB 715 288 534 348 429 2.301 18,3%
Totaal CGG 21 5 7 8 15 56 0,4%
Totaal onderwijs 120 2 10 5 2 139 1,1%
K&G CKG 37 10 27 14 35 123 1,0%
Inloopteam 0 0 0 1 0 1 0,0%
Verpleegkundigen K&G 8 1 9 8 19 44 0,3%
Totaal K&G 45 11 36 23 54 168 1,3%
VAPH MFC 120 85 164 60 149 578 4,6%
Thuisbegeleiding 3 1 0 4 5 13 0,1%
Totaal VAPH 123 86 164 64 154 591 4,7%
Totaal voorzieningen 1.098 418 790 492 680 3.471 27,6%
Totaal sociale dienst jeugdrechtbank 1.452 521 830 600 757 4.146 32,9%
MDT COS 32 1 36 24 23 116 0,9%
GGZ 1 0 0 0 0 0 0,0%
OBC 79 26 16 11 20 152 1,2%
Diensten gespecialiseerde voorlichting bij beroepskeuze 0 41 1 4 0 46 0,4%
CLB 309 235 557 280 518 1.899 15,1%
Mutualiteit 245 105 87 85 87 609 4,8%
Kinderpsychiatrie 60 30 3 22 26 141 1,1%
Revalidatie 35 14 84 52 60 245 1,9%
OOOC 20 3 14 10 12 59 0,5%
Totaal MDT 773 444 789 482 736 3.224 25,6%
GV OCJ 444 387 374 222 465 1.888 15,0%
VK** 57 29 59 34 23 201 1,6%
Totaal gemandateerde voorzieningen 501 416 433 256 488 2.089 16,6%
Totaal ITP* 49 133 49 41 28 300 2,4%
Eindtotaal 3.718 1.789 2.758 1.782 2.572 12.589 100,0%
%   29,5% 14,2% 21,9% 14,2% 20,4% 100,0%  
(Bron: INSISTO)
*Dit gaat over dossiers waarbij de aanmelder geen toegang heeft tot INSISTO en de toegangspoort zelf het A-document indient of over rechtzettingen door de ITP.
**De vertrouwenscentra kindermishandeling hebben zowel een reguliere als een gemandateerde werking. In INSISTO kunnen zij uitsluitend vanuit hun gemandateerde werking aanmelden.
***Door het werken met unieke aantallen per categorie, is het totaal niet gelijk aan de som van de aparte categorieën en zijn de percentages opgeteld niet 100%.

Voor 12.243 (97,3%) unieke kinderen en jongeren is een gewoon A-document ingediend, voor 646 (5,1%) gaat het over een VIST . Dat is een bijzondere categorie van aanvragen voor een versnelde indicatiestelling en toewijzing.

Een VIST kan aangevraagd worden in situaties:

  • met een tekort aan aangeleverde diagnostiek;
  • waarin er vraag is naar een (intersectorale) time-out;
  • geïndiceerd vanuit het crisismeldpunt waarin er nood is aan snelle hulp;
  • waarin er specifieke acties worden aangevraagd voor de versterking van de draagkracht van de context van de jongere.

Met uitzondering van VIST voor specifieke acties,  moeten  de teams indicatiestelling  de VIST-aanvragen binnen de 5 werkdagen behandelen.  Onderstaande tabel geeft weer of de aanmelding bij de toegangspoort gebeurt via een gewoon A-document of via een versnelde indicatiestelling.

Tabel: Aanmeldingen bij de ITP, naar soort document
(teleenheid: unieke kinderen en jongeren)
  Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant West-Vlaanderen Totaal %
A documenten 3.669 1.690 2.699 1.721 2.493 12.243 97,3%
VIST  110 150 122 135 129 646 5,1%
Totaal 3.718 1.789 2.758 1.782 2.572 12.589 100,0%
% 29,5% 14,2% 21,9% 14,2% 20,4% 100,0%  
(Bron: INSISTO)
*Door het werken met unieke aantallen per categorie, is het totaal niet gelijk aan de som van de aparte categorieën en zijn de percentages opgeteld niet 100%.

Indicatiestellingsverslagen

Van de 12.589 kinderen en jongeren die in 2016 aangemeld zijn bij de intersectorale toegangspoort, is er voor 12.145 een indicatiestellingsverslag (ISV) afgeleverd. Een aantal heeft op 31 december 2016 nog geen ISV. Dit gaat o.a. over kinderen en jongeren:

  • voor wie het A-document niet ontvankelijk was en voor wie nog geen nieuw A-document is ingediend;
  • voor wie pas eind december hulp is gevraagd;
  • voor wie bijkomende informatie is gevraagd.

Onderstaande tabel toont het aantal unieke kinderen en jongeren voor wie in 2016 een indicatiestellingsverslag is afgeleverd, naar combinatie van de sectoren van de er in opgenomen typemodules.

Indien in het indicatiestellingsverslag RTJ typemodules zijn opgenomen, worden deze in dit overzicht ook mee opgenomen. Het is niet verplicht om RTJ typemodules in het indicatiestellingsverslag op te nemen. Voor eenzelfde kind of jongere kunnen er meerdere indicatiestellingsverslagen zijn. Zo kan hij in eenzelfde jaar een indicatiestellingsverslag hebben met enkel een typemodule bijzondere jeugdbijstand en een indicatiestellingsverslag met combinatie bijzondere jeugdbijstand en onderwijs.

Het gaat niet over combinaties in opgestarte hulp.

Voor 10.099 kinderen en jongeren (83,2%) is er een indicatiestellingsverslag met één of meerdere typemodules vanuit 1 sector. Voor bijna 20% van de minderjarigen is er een indicatiestellingsverslag met een combinatie van sectoren.

Tabel: Combinatie van hulp in het indicatiestellingsverslag
(teleenheid: unieke kinderen en jongeren)
  Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant West-Vlaanderen Totaal %
AWW 0 0 0 0 1 1 0,0%
JWZ 2.096 960 1.501 1.005 1.456 6.998 57,6%
Onderwijs 9 9 15 21 45 99 0,8%
KG 56 19 30 7 6 118 1,0%
VAPH 720 507 744 377 595 2.943 24,2%
Totaal 1 sector 2.861 1.481 2.278 1.401 2.098 10.099 83,2%
AWW-JWZ 56 12 35 28 19 150 1,2%
AWW-KG 1 0 0 0 0 1 0,0%
AWW-VAPH 1 1 0 0 0 2 0,0%
JWZ-OND 13 0 12 4 52 81 0,7%
JWZ-KG 292 51 172 80 113 708 5,8%
JWZ-VAPH 408 224 252 220 257 1.359 11,2%
OND-VAPH 7 2 11 2 14 36 0,3%
KG-VAPH 8 1 1   1 11 0,1%
Totaal 2 sectoren 781 291 479 333 451 2.333 19,2%
Totaal meer dan 2 sectoren 95 25 58 32 57 265 2,2%
Nvt* 30 6 15 14 36 101 0,8%
Eindtotaal 3.563 1.720 2.706 1.696 2.489 12.145 100,0%
% 29,3% 14,2% 22,3% 14,0% 20,5% 100,0%  
(Bron: INSISTO)
*nvt geeft de indicatiestellingsverslagen weer waarin geen typemodule RTJ of NRTJ is weerhouden. Het gaat hier om hulp buiten het toepassingsgebied integrale jeugdhulp.
**Door het werken met unieke aantallen per categorie, is het totaal niet gelijk aan de som van de aparte categorieën en zijn de percentages opgeteld niet 100%.

Doorlooptijd in indicatiestelling

De doorlooptijd in indicatiestelling wordt gemeten tussen het moment van indienen van een A- document en het goedkeuren van het indicatiestellingsverslag.

Binnen de toegangspoort zijn er twee soorten dossiers:

  • besprekingsdossier: het voorstel van indicatiestelling wordt besproken op het indicatiestellingsteam, waarna de toegangspoort een teambeslissing neemt over de te indiceren hulp;
  • consensusdossier: het voorstel van indicatiestelling van de aanmelder wordt overgenomen en door de toegangspoort goedgekeurd als indicatiestellingsverslag. Het team indicatiestelling doet wel nog een regisseerbaarheidtoets.

Voor besprekingsdossiers hebben de teams indicatiestelling 30 werkdagen om een A-document te behandelen en een indicatiestellingsverslag af te leveren. Deze termijn kan opschuiven doordat bv. bijkomende informatie moet worden aangeleverd door de contactpersoon-aanmelder.  Voor consensusdossiers streeft de toegangspoort naar een doorlooptijd van 5 werkdagen.

Sinds 1 januari 2016 worden MDT-dossiers algemeen als consensusdossiers beschouwd, behalve vragen voor specifieke actie (SA), individuele materiële bijstand (IMB) en persoonlijke assistentiebudget (PAB). De teams indicatiestelling bekijken deze dossiers niet meer inhoudelijk, maar voeren enkel een regisseerbaarheidstoets uit. Er gebeurt dan enkel een formele check op de regisseerbaarheid van de indicatiestelling: termijn, combinatie van typemodules, identificatiegegevens …

Aanmeldingen vanuit de sociale dienst van de jeugdrechtbank (n= 4.146)  stromen rechtstreeks door naar jeugdhulpregie. Deze dossiers worden daarom in de berekening van de doorlooptijd indicatiestelling niet meegenomen. Zo blijven er 8.314 kinderen en jongeren over voor de berekening van de doorlooptijd. De mate waarin bijkomende informatie moet worden opgevraagd – voor de regisseerbaarheidstoets bij consensusdossiers (bv. het opvragen van een advies rond de 1/3 kinderbijslag) of voor een inhoudelijke verrijking van besprekingsdossiers (bv. opvragen van bijkomende informatie voor de inhoudelijke beoordeling van een aanvraag) -, bepaalt sterk de doorlooptijd in indicatiestelling. Hiermee rekening houdend, blijven er 6.971 kinderen en jongeren voor wie dit kan worden weergegeven.

Onderstaande tabel toont de gemiddelde doorlooptijd in indicatiestelling naar type dossier. De teleenheid betreft kalenderdagen (7 kalenderdagen betreffen slechts 5 werkdagen):

  • gemiddeld 25 kalenderdagen voor besprekingsdossiers;
  • 6 kalenderdagen voor consensusdossiers.

Wat betreft dossiers die meteen ontvankelijk zijn of waarbij geen bijkomende vragen worden gesteld, is de vooropgestelde doorlooptijd behaald. De effectieve doorlooptijd bedraagt dan:

  • 21 kalenderdagen voor besprekingsdossiers;
  • 5 kalenderdagen voor consensusdossiers. 

Technisch was het in 2015 reeds mogelijk om een onderscheid te maken tussen consensus- en besprekingsdossiers, maar werd dit nog niet systematisch gedaan. Vanaf 2016 is dit wel het geval:

  • er zijn 4.059 aanvragen als een consensusdossier;
  • er zijn 4.606 aanvragen als een besprekingsdossier.

De verdeling in 2016 is dus ongeveer 50/50, in 2015 was dat nog 30%-60%.

Tabel: Doorlooptijd indicatiestelling
(teleenheid: dagen en unieke kinderen en jongeren)
    Totaal 
    dagen cliënt
totaal aantal dossiers
n = 8.314
consensus 6 4.606
bespreking 25 4.059
direct ontvankelijk en geen bijkomende vragen
n = 6.971
consensus 5 3.480
bespreking  21 3.745
(Bron: INSISTO)
*Door het werken met unieke aantallen per categorie, is het totaal niet gelijk aan de som van de aparte categorieën en zijn de percentages opgeteld niet 100%.

De behandeling van MDT-dossiers als consensusdossiers betekent dat de dossiers zonder inhoudelijke beoordeling doorstromen naar het team jeugdhulpregie. Er gebeuren wel steekproefsgewijs ex-post controles door de toegangspoort. Jaarlijks wordt dus een bepaald aantal MDT-dossiers inhoudelijk bekeken. Dit gebeurt in de eerste plaats in functie van het bieden van ondersteuning aan de MDT voor de aanmelding van minderjarigen bij de toegangspoort.

In 2016 zijn in het kader hiervan 57 MDT bezocht:

  • 10 sociale diensten jeugdrechtbank;
  • 14 Ondersteuningscentra Jeugdzorg;
  • 24 centra voor leerlingenbegeleiding;
  • 4 diensten maatschappelijk werk (mutualiteiten);
  • 1 centrum voor ontwikkelingsstoornissen;
  • 1 revalidatiecentrum;
  • 1 vertrouwenscentrum kindermishandeling;
  • 1 dienst voor kinderpsychiatrie;
  • 1 Observatie- en Behandelingscentrum.

In totaal zijn er voor de ex-post controle 569 dossiers gelezen en op kwaliteit beoordeeld.