Toggle navigation

Vergelijk met vorig jaar (2015):

Van de 12.145 kinderen en jongeren voor wie  in 2016 een indicatiestellingsverslag is afgeleverd, zijn er  12.028 in regie gekomen. Het verschil heeft te maken met indicatiestellingsverslagen die o.a. enkel rechtstreeks toegankelijke typemodules bevatten of hulp buiten het toepassingsgebied integrale jeugdhulp. In dat geval komen deze hulpvragen niet in regie.

Het recht op niet-rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp wordt ontleend aan het afleveren van het indicatiestellingsverslag. De wachttijd voor bepaalde hulp kan pas berekend worden wanneer dit recht actief wordt ingezet.

Het jaarverslag vermeldt daarom geen doorlooptijden meer voor dossiers vanaf het moment van aanmelden bij de intersectorale toegangspoort tot aan de opstart hulp. Het gaat immers om twee te onderscheiden processen. Er worden wel aparte doorlooptijden weergegeven voor beide processen:

  • de tijd tussen het indienen en het afleveren van de indicatiestelling (supra);

de tijd tussen de datum waarop een kind of jongere op de wachtlijst van een voorziening wordt geplaatst en de opstart van de nieuwe hulp (infra).

Nieuwe hulpvragen

Van de 12.028 kinderen en jongeren die in 2016 in regie komen, zijn er 10.266 die een nieuwe hulpvraag stellen. Het verschil tussen de indicatiestellingsverslagen die in regie komen en de nieuwe hulpvragen is te verklaren door o.a. minderjarigen voor wie een verlenging van de hulp wordt aangevraagd.  Voor 2015 beschikten we niet over deze gegevens.

Onderstaande tabel maakt per sector een onderscheid tussen:

  • NRTJ TM hulp in voorzieningen;
  • bijstand:
    • JWZ: specifieke actie;
    • VAPH:
      • doventolken,
      • individuele materiële bijstand,
      • verblijf- en verplaatsvergoeding;
  • persoonlijke assistentie voor minderjarigen met een handicap (PAB).
Tabel: Nieuwe hulpvragen
(teleenheid: unieke kinderen en jongeren)
    Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant West-Vlaanderen Totaal %
BJB NRTJ voorziening 2.266 960 1.417 1.009 1.198 6.845 66,7%
Specifieke acties 104 118 129 71 190 612 6,0%
Totaal BJB 2.346 1.062 1.520 1.066 1.354 7.343 71,5%
Totaal onderwijs 54 16 47 29 141 287 2,8%
Totaal K&G 255 49 156 85 92 637 6,2%
VAPH Doventolken 1 0 0 1 0 2 0,0%
Individuele materiële bijstand 237 117 158 111 175 798 7,8%
NRTJ voorziening 1.118 567 827 516 726 3.754 36,6%
Persoonlijke assistentie voor minderjarigen met een handicap (PAB) 92 68 41 29 39 269 2,6%
Verblijfs- en verplaatsingskosten voor minderjarigen met een handicap in het gewoon onderwijs 3 3 3 4 2 15 0,1%
Totaal VAPH 1.212 643 914 587 817 4.173 40,6%
Eindtotaal 3.123 1.550 2.168 1.494 1.937 10.266 100,0%
% 30,4% 15,1% 21,1% 14,6% 18,9% 100,0%  
(Bron: INSISTO)
*Door het werken met unieke aantallen per categorie, is het totaal niet gelijk aan de som van de aparte categorieën en zijn de percentages opgeteld niet 100%.

9.404 cliënten stellen één of meer nieuwe hulpvragen naar NRTJ binnen een voorziening:

  • Nieuw in 2016 zijn de vragen naar verblijf op schoolvrije dagen in de internaten met permanente openstelling (IPO) van het Gemeenschapsonderwijs (n=287). Sinds juni 2016 verloopt de toegang hiervoor via de toegangspoort.
  • In 2016 is op vraag van voorzieningen een aantal kinderen en jongeren administratief ingestroomd. Deze minderjarigen kregen al hulp in die voorzieningen voor de opstart van de toegangspoort, maar waren nog niet gekoppeld aan de voorziening in INSISTO. Deze administratieve instroom zorgt dat de voorziening toegang krijgt tot het dossier van deze kinderen en jongeren.

Dit kan het aantal nieuwe hulpvragen NRTJ TM hulp in voorzieningen naar boven vertekenen. Klik hier voor de regionale cijfers over de nieuwe hulpvragen NRTJ TM hulp in voorzieningen.

Tabel: Nieuwe hulpvragen NRTJ in voorzieningen
(teleenheid: unieke kinderen en jongeren)
  Vlaanderen Totaal %
BJB Begeleiding Contextbegeleiding in functie van autonoom wonen 1.008 10,7%
Contextbegeleiding kortdurend intensief 697 7,4%
Totaal begeleiding 1.612 17,1%
Totaal diagnostiek: Diagnostiek in het kader van de bijzondere jeugdbijstand 1.441 15,3%
Verblijf Kamertraining 720 7,7%
Verblijf in een pleeggezin                             [perspectiefbiedend] 2.638 28,1%
Verblijf in een pleeggezin [perspectiefzoekend] 2.222 23,6%
Verblijf in functie van diagnostiek 1.199 12,7%
Verblijf voor (aanstaande) ouder(s) en kind(eren) 226 2,4%
Verblijf voor minderjarigen 2.048 21,8%
Totaal verblijf 5.616 59,7%
BJB Totaal 6.845 72,8%
Onderwijs Verblijf Verblijf op schoolvrije dagen voor minderjarigen in een Internaat met Permanente Openstelling 258 2,7%
Verblijf voor minderjarigen in het tehuis van het gemeenschapsonderwijs 58 0,6%
Totaal onderwijs 287 3,1%
Totaal K&G: verblijf voor kinderen [lange duur] 637 6,8%
VAPH Totaal begeleiding: mobiele en/of ambulante begeleiding voor minderjarigen met een handicap [hoge frequentie] 2.809 29,9%
Behandeling Behandeling voor minderjarigen met een handicap 2.747 29,2%
Intensieve behandeling voor minderjarigen met een handicap 334 3,6%
Totaal Behandeling 2.991 31,8%
Dagopvang (School)aanvullende dagopvang voor minderjarigen met een handicap [hoge frequentie] 2.582 27,5%
Schoolvervangende dagopvang voor minderjarigen met een handicap [hoge frequentie] 2.372 25,2%
Totaal dagopvang 2.691 28,6%
Totaal diagnostiek: Diagnostiek voor minderjarigen met een (vermoeden van) handicap [hoge frequentie] 405 4,3%
Totaal training: Training voor minderjarigen met een handicap 2.775 29,5%
Verblijf Verblijf voor minderjarigen met (een vermoeden van) handicap 483 5,1%
Verblijf voor minderjarigen met een GES+-problematiek 63 0,7%
Verblijf voor minderjarigen met een handicap 2.287 24,3%
Totaal verblijf 2.631 28,0%
Totaal VAPH 3.754 39,9%
Eindtotaal 9.404 100,0%
(Bron: INSISTO)
*Door het werken met unieke aantallen per categorie, is het totaal niet gelijk aan de som van de aparte categorieën en zijn de percentages opgeteld niet 100%.

Hieronder wordt dieper ingegaan op de nieuwe hulpvragen binnen het VAPH naar doelgroep (n=4.173). Eén kind of jongere kan meerdere handicapcodes hebben. Onderstaande tabel geeft per kind of jongere de combinatie van handicaps weer. Klik hier voor meer details over de handicaps van minderjarigen met een vraag naar NRTJ.

Tabel: Nieuwe hulpvragen naar combinaties van handicap
(teleenheid: unieke kinderen en jongeren)
  Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant West-Vlaanderen Totaal %
Enkelvoudig-fysiek 87 48 76 68 52 331 7,9%
Enkelvoudig-verstandelijk 451 264 360 257 382 1.714 41,1%
Ontbrekende handicapcode 18 10 5 6 7 46 1,1%
Meervoudig-combinatie 270 80 186 89 144 769 18,4%
Meervoudig-fysiek 32 21 27 12 13 105 2,5%
Meervoudig-verstandelijk 354 220 260 155 219 1.208 28,9%
Eindtotaal 1.212 643 914 587 817 4.173 100,0%
% 29,0% 15,4% 21,9% 14,1% 19,6% 100,0%  
(Bron: INSISTO)
*Door het werken met unieke aantallen per categorie, is het totaal niet gelijk aan de som van de aparte categorieën en zijn de percentages opgeteld niet 100%.

Opgestarte hulp

In 2016 is voor 7.703 unieke kinderen en jongeren nieuwe, niet-rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp binnen een voorziening opgestart. 14 minderjarigen krijgen een persoonlijk assistentiebudget.

Hulp in voorzieningen

In 2016 is voor 7.703 unieke kinderen en jongeren een jeugdhulpbeslissing voor niet-rechtstreeks toegankelijke hulp in een voorziening opgemaakt. Het gaat louter om de eerste keer dat bepaalde hulp wordt opgestart. Beslissingen voor verlengingen van reeds lopende hulp blijven buiten beschouwing. Daarom zijn op basis van de tabel geen uitspraken mogelijk over het totaal aantal kinderen en jongeren in de jeugdhulp.

Onderstaande tabel geeft de nieuw opgestarte hulp weer, opgedeeld naar typemodule. Indien voor een minderjarige in 2016 hulp voor meerdere typemodules wordt opgestart, is dit in elke categorie geteld.

Er is een daling van de nieuw opgestarte hulp in 2016 (n=7.703) t.o.v. 2015 (n=10.955):

  • in 2015 hebben de sociale diensten van de jeugdrechtbank kinderen en jongeren wiens hulp verlengd werd, aangemeld in INSISTO. Dit ging over kinderen en jongeren die reeds NRTJ kregen, maar door de overgangsperiode nog niet gekend waren in INSISTO. Dit geeft een vertekening in de cijfers van 2015. De daling is het sterkst in pleegzorg en verblijf voor minderjarigen. Op basis van deze gegevens zijn dus geen uitspraken mogelijk over een afname of toename van nieuw opgestarte hulp voor deze typemodules.
  • binnen de sector VAPH is de daling te verklaren door de verschuiving van het aanbod van de thuisbegeleidingsdiensten (mobiele/ambulante begeleiding) naar de rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp in 2016. Kinderen en jongeren met een hulpvraag naar handicap-specifieke, niet-rechtstreeks toegankelijk jeugdhulp starten steeds met al hun typemodules en kunnen eens ingestroomd ook schakelen tussen hulp. Daarom kan niet eenduidig worden getoond welke hulp er daadwerkelijk wordt ingezet.
Tabel: Nieuw opgestarte NRTJ voorzieningen
(teleenheid: unieke kinderen en jongeren)
      Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant West-Vlaanderen Totaal %
BJB Begeleiding Contextbegeleiding in functie van autonoom wonen 228 88 148 80 120 664 8,6%
Contextbegeleiding kortdurend intensief 223 62 92 57 34 468 6,1%
Totaal begeleiding 428 146 234 131 150 1.089 14,1%
Totaal diagnostiek: Diagnostiek in het kader van de bijzondere jeugdbijstand 402 107 200 155 149 1.013 13,2%
Verblijf Kamertraining 139 42 63 43 100 387 5,0%
Verblijf in een pleeggezin [perspectiefbiedend] 371 158 202 175 148 1.054 13,7%
Verblijf in een pleeggezin [perspectiefzoekend] 216 96 178 102 131 723 9,4%
Verblijf in functie van diagnostiek 283 62 140 120 104 709 9,2%
Verblijf voor (aanstaande) ouder(s) en kind(eren) 48 11 13 23 21 116 1,5%
Verblijf voor minderjarigen 426 162 292 163 215 1.258 16,3%
Totaal verblijf 1.268 471 772 555 656 3.722 48,3%
Totaal BJB 1.663 620 988 688 817 4.776 62,0%
Onderwijs Verblijf Verblijf op schoolvrije dagen voor minderjarigen in een Internaat met Permanente Openstelling 37 14 19 25 84 179 2,3%
Verblijf voor minderjarigen in het tehuis van het gemeenschapsonderwijs 0 0 0 0 25 25 0,3%
Totaal onderwijs 37 14 19 25 109 204 2,6%
Totaal K&G: verblijf voor kinderen [lange duur] 137 29 57 25 23 271 3,5%
VAPH Totaal begeleiding: mobiele en/of ambulante begeleiding voor minderjarigen met een handicap [hoge frequentie] 551 340 555 360 512 2.318 30,1%
Behandeling Behandeling voor minderjarigen met een handicap 292 289 516 320 433 1.850 24,0%
Intensieve behandeling voor minderjarigen met een handicap 12 57 17 3 5 94 1,2%
Totaal behandeling  304 340 533 323 438 1.938 25,2%
Dagopvang (School)aanvullende dagopvang voor minderjarigen met een handicap [hoge frequentie] 433 250 515 312 462 1.972 25,6%
Schoolvervangende dagopvang voor minderjarigen met een handicap [hoge frequentie] 334 122 435 277 416 1.584 20,6%
Totaal dagopvang  451 299 522 327 475 2.074 26,9%
Totaal diagnostiek: Diagnostiek voor minderjarigen met een (vermoeden van) handicap [hoge frequentie] 87 29 25 19 33 193 2,5%
Totaal training: Training voor minderjarigen met een handicap 375 299 460 324 425 1.883 24,4%
Verblijf Verblijf voor minderjarigen met (een vermoeden van) handicap 66 63 42 21 33 225 2,9%
Verblijf voor minderjarigen met een GES+-problematiek 9 2 9 7 6 33 0,4%
Verblijf voor minderjarigen met een handicap 280 187 345 251 302 1.365 17,7%
Totaal verblijf  351 245 389 272 339 1.596 20,7%
Totaal VAPH 673 423 607 393 570 2.666 34,6%
Eindtotaal 2.439 1.058 1.625 1.097 1.484 7.703 100,0%
%     31,7% 13,7% 21,1% 14,2% 19,3% 100,0% 0,0%
(Bron:INSISTO)
*Door het werken met unieke aantallen per categorie, is het totaal niet gelijk aan de som van de aparte categorieën en zijn de percentages opgeteld niet 100%.

Onderstaande tabel geeft de nieuw opgestarte hulp naar leeftijd.  Er is één kind of jongere van wie de leeftijd onbekend is. Pleegzorg is zeker niet alleen voor jonge kinderen. Ook in de leeftijdscategorie 12-17 jaar wordt pleegzorg opgestart, hoewel de meerderheid van hen die niet thuis verblijven, opgevangen worden binnen een voorziening. Verder start er nieuwe hulp op voor 951 meerderjarigen. Ongeveer de helft van hen start in contextbegeleiding in functie van autonoom wonen. Klik hier voor regionale cijfers over nieuw opgestarte hulp.

Tabel: Nieuw opgestarte NRTJ voorziening, naar leeftijd
(teleenheid: unieke kinderen en jongeren)
        -18 jaar  +18 jaar Totaal %
Sector Functie Typemodule 0-5 jaar 6-11 jaar 12-17 jaar Totaal %* 18-21 jaar 22-25 jaar Totaal %*
BJB Begeleiding Contextbegeleiding in functie van autonoom wonen 0 0 218 218 3,2% 459 0 459 48,3% 664 8,6%
Contextbegeleiding kortdurend intensief 31 32 360 423 6,2% 51 0 51 5,4% 468 6,1%
Totaal begeleiding 31 32 558 621 9,1% 489 0 489 51,4% 1.089 14,1%
Totaal diagnostiek: Diagnostiek in het kader van de bijzondere jeugdbijstand 96 280 636 1.010 14,8% 3 0 3 0,3% 1.013 13,2%
Verblijf Kamertraining 0 0 272 272 4,0% 122 0 122 12,8% 387 5,0%
Verblijf in een pleeggezin [perspectiefbiedend] 327 286 371 982 14,4% 75 0 75 7,9% 1.054 13,7%
Verblijf in een pleeggezin [perspectiefzoekend] 296 137 281 714 10,5% 10 0 10 1,1% 723 9,4%
Verblijf in functie van diagnostiek 46 152 511 707 10,4% 2 0 2 0,2% 709 9,2%
Verblijf voor (aanstaande) ouder(s) en kind(eren) 81 6 25 112 1,6% 4 0 4 0,4% 116 1,5%
Verblijf voor minderjarigen 125 315 769 1.207 17,7% 56 0 56 5,9% 1.258 16,3%
Totaal verblijf  760 809 1.960 3.505 51,3% 248 0 248 26,1% 3.722 48,3%
Totaal BJB 827 960 2.414 4.176 61,2% 668 0 668 70,2% 4.776 62,0%
Onderwijs Verblijf Verblijf op schoolvrije dagen voor minderjarigen in een Internaat met Permanente Openstelling 11 69 81 161 4,0% 16 2 18 1,90% 179 3,5%
Verblijf voor minderjarigen in het tehuis van het gemeenschapsonderwijs 8 14 3 25 2,4% 0 0 0 0,0% 25 2,3%
Totaal onderwijs 19 83 84 186 0,4% 16 2 18 1,90% 204 0,3%
Totaal K&G: verblijf voor kinderen [lange duur] 221 49 1 271 2,7% 0 0 0 1,9% 271 2,6%
VAPH Totaal begeleiding: Mobiele en/of ambulante begeleiding voor minderjarigen met een handicap [hoge frequentie] 360 793 915 2.059 30,2% 253 8 261 27,4% 2.318 30,1%
Behandeling Behandeling voor minderjarigen met een handicap 263 607 771 1.639 24,0% 206 5 211 22,2% 1.850 24,0%
Intensieve behandeling voor minderjarigen met een handicap 5 40 48 92 1,3% 3 0 3 0,3% 94 1,2%
Totaal behandeling 268 643 817 1.725 25,3% 209 5 214 22,5% 1.938 25,2%
Dagopvang (School)aanvullende dagopvang voor minderjarigen met een handicap [hoge frequentie] 256 675 822 1.747 25,6% 219 7 226 23,8% 1.972 25,6%
Schoolvervangende dagopvang voor minderjarigen met een handicap [hoge frequentie] 232 499 681 1.407 20,6% 171 7 178 18,7% 1.584 20,6%
Totaal dagopvang 299 694 847 1.834 26,9% 233 8 241 25,3% 2.074 26,9%
Totaal diagnostiek: Diagnostiek voor minderjarigen met een (vermoeden van) handicap [hoge frequentie] 9 99 84 192 2,8% 1 0 1 0,1% 193 2,5%
Totaal training: Training voor minderjarigen met een handicap 271 602 791 1.662 24,3% 214 7 221 23,2% 1.883 24,4%
Verblijf Verblijf voor minderjarigen met (een vermoeden van) handicap 11 107 104 222 3,3% 4 0 4 0,4% 225 2,9%
Verblijf voor minderjarigen met een GES+-problematiek 0 1 28 29 0,4% 4 0 4 0,4% 33 0,4%
Verblijf voor minderjarigen met een handicap 92 406 690 1.185 17,4% 175 6 181 19,0% 1.365 17,7%
Totaal verblijf  103 507 803 1.410 20,7% 182 6 188 19,8% 1.596 20,7%
Totaal VAPH 382 946 1.083 2.401 35,2% 260 8 268 28,2% 2.666 34,6%
Eindtotaal 1.393 1.973 3.500 6.827 100,0% 941 10 951 100,0% 7.703 100,0%
(Bron: INSISTO)
*Door het werken met unieke aantallen per categorie, is het totaal niet gelijk aan de som van de aparte categorieën en zijn de percentages opgeteld niet 100%.

Er kan ook worden getoond of de minderjarige voor wie nieuwe hulp opstart in 2016, een gerechtelijk of vrijwillig traject in de jeugdhulpverlening heeft. Een minderjarige wordt geteld als ‘gerechtelijk’ wanneer de sociale dienst van de jeugdrechtbank de eerste contactpersoon was die hulp heeft aangevraagd. Wanneer een dossier verhuist van de sociale dienst voor de jeugdrechtbank naar een andere contactpersoon-aanmelder ‘niet gerechtelijk’, wordt dit niet in rekenschap gebracht.

Bij de kinderen en jongeren met nieuw opgestarte hulp in 2016, zijn er meer vanuit een vrijwillig traject (n=4.605; 59,8%) dan vanuit een gerechtelijk traject (n=3.098, 40,2%). Voor de sector van Kind en Gezin en de Bijzondere jeugdbijstand zijn de verhoudingen omgekeerd. In vergelijking met 2015 is er:

  • een grotere daling van nieuw opgestarte hulp in gerechtelijke trajecten, in het bijzonder in de sector JWZ. Dit komt door de daling van het aantal aanvragen vanuit de sociale diensten voor de jeugdrechtbank. Deze hebben in 2015 kinderen en jongeren wiens hulp verlengd werd, aangemeld in INSISTO. Dit ging over kinderen en jongeren die reeds NRTJ kregen, maar door de overgangsperiode nog niet gekend waren in INSISTO.
  • een daling van het aantal nieuw opgestarte hulp vanuit een vrijwillig traject. Dit kan te wijten zijn aan de invoer van dossiers waardoor de opstart van nieuwe hulp in 2015 ook voor de niet-gerechtelijke trajecten een vertekening van de cijfers naar boven gaf.
  • Specifiek voor het VAPH moet de verschuiving van een deel van het aanbod mobiele en ambulante begeleiding naar de rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp mee in rekening gebracht worden. Klik hier voor regionale cijfers. 
Tabel: Nieuw opgestarte NRTJ voorzieningen naar gerechtelijk / vrijwillig traject
(teleenheid: unieke kinderen en jongeren)
    Totaal %
BJB Gerechtelijk 2.515 32,6%
Niet-gerechtelijk 2.261 29,4%
Totaal 4.776 62,0%
Onderwijs Gerechtelijk 91 1,2%
Niet-gerechtelijk 113 1,5%
Totaal 204 2,6%
K&G Gerechtelijk 190 2,5%
Niet-gerechtelijk 81 1,1%
Totaal 271 3,5%
VAPH Gerechtelijk 450 5,8%
Niet-gerechtelijk 2.216 28,8%
Totaal 2.666 34,6%
Alles sectoren Gerechtelijk 3.098 40,2%
Niet-gerechtelijk 4.605 59,8%
Totaal 7.703 100,0%
(Bron: INSISTO)
*Door het werken met unieke aantallen per categorie, is het totaal niet gelijk aan de som van de aparte categorieën en zijn de percentages opgeteld niet 100%.

Voor 2.666 unieke kinderen en jongeren start in 2016 NRTJ hulp op in een voorziening VAPH.

Onderstaande tabel geeft per minderjarige de combinatie van handicaps weer. Voor 34 kinderen en jongeren kunnen geen handicapcodes worden weergegeven. Klik hier voor meer details over de handicapcodes.

Tabel: Nieuw opgestarte hulp voorzieningen naar combinaties van handicap
(teleenheid: unieke kinderen en jongeren)
  Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant West-Vlaanderen Totaal %
Enkelvoudig-fysiek 44 15 44 23 21 147 5,5%
Enkelvoudig-verstandelijk 237 153 240 161 245 1.036 38,9%
Ontbrekende handicapcode 19 8 1 6 0 34 1,3%
Meervoudig-combinatie 138 73 140 76 125 552 20,7%
Meervoudig-fysiek 16 16 19 5 5 61 2,3%
Meervoudig-verstandelijk 219 158 163 122 174 836 31,4%
Totaal 673 423 607 393 570 2.666 100,0%
%* 25,2% 15,9% 22,8% 14,7% 21,4% 100,0%  
(Bron: INSISTO)
*Door het werken met unieke aantallen per categorie, is het totaal niet gelijk aan de som van de aparte categorieën en zijn de percentages opgeteld niet 100%.

Een aanvraag naar niet-rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp binnen het VAPH moet de handicap steeds vermelden. Voor andere vragen naar niet-rechtstreeks toegankelijke hulp is dit niet verplicht. Onderstaande gegevens geven een indicatie van het aantal kinderen en jongeren met een handicap voor wie in 2016 nieuwe niet-rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp is opgestart binnen een voorziening van een andere sector dan het VAPH.

Tabel: Kinderen en jongeren met/zonder handicap naar sector van de nieuw opgestarte hulp
(teleenheid: unieke kinderen en jongeren)
    Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant West-Vlaanderen Totaal %
BJB Handicap 220 98 141 111 112 682 14,3%
Geen handicap 1.443 522 847 577 705 4.094 85,7%
Totaal BJB 1.663 620 988 688 817 4.776 100,0%
Onderwijs Handicap 21 5 14 9 40 89 43,6%
Geen handicap 16 9 5 16 69 115 56,4%
Totaal onderwijs 37 14 19 25 109 204 100,0%
K&G Handicap 4 1 1 1 1 8 3,0%
Geen handicap 133 28 56 24 22 263 97,0%
Totaal K&G 137 29 57 25 23 271 100,0%
VAPH Handicap 654 415 606 387 570 2.632 98,7%
Geen handicap 19 8 1 6   34 1,3%
Totaal VAPH 673 423 607 393 570 2.666 100,0%
Eindtotaal 2.439 1.058 1.625 1.097 1.484 7.703 100,0%
(Bron: INSISTO)
*Door het werken met unieke aantallen per categorie, is het totaal niet gelijk aan de som van de aparte categorieën en zijn de percentages opgeteld niet 100%.

De onderstaande tabel geeft de gemiddelde wachttijd weer tussen de datum dat de jongere voor een bepaalde typemodule op de wachtlijst van een voorziening komt en de datum van opstart van de hulp in een NRTJ voorziening.

Gemiddeld staat een minderjarige voor wie hulp is opgestart 240 dagen op de wachtlijst van een NRTJ voorziening. De wachttijd in het VAPH is het langst en bij de CKG het kortst. De wachttijd voor een internaat met permanente openstelling of het tehuis van het Gemeenschapsonderwijs  is - gezien de toeleiding pas sinds juni 2016 via de toegangspoort verloopt -, nog geen betrouwbaar cijfer. Binnen de sector Jongerenwelzijn valt op dat de wachttijden voor verblijf in een voorziening en perspectiefbiedende pleegzorg beduidend langer zijn dan voor de andere vormen van hulp.

De wachttijd in 2015 werd berekend voor slechts 55% van de dossiers. Hierdoor is het moeilijk om uitspraken te doen over de evolutie van de doorlooptijd. Klik hier voor regionale cijfers.

Tabel: Doorlooptijd nieuw opgestarte NRTJ voorzieningen
(teleenheid: unieke kinderen en jongeren - dagen)
        Gemiddelde doorlooptijd (dagen) Aantal
(Unieke Minderjarigen)
Sector Functie Typemodule
JWZ Begeleiding Contextbegeleiding in functie van autonoom wonen 311 664
Contextbegeleiding kortdurend intensief 179 468
Totaal begeleiding 261 1.089
Totaal diagnostiek: Diagnostiek in het kader van de bijzondere jeugdbijstand 67 1.013
Verblijf Kamertraining 291 387
Verblijf in een pleeggezin (perspectiefbiedend) 198 1.054
Verblijf in een pleeggezin [perspectiefzoekend] 116 723
Verblijf in functie van diagnostiek 50 709
Verblijf voor (aanstaande) ouder(s) en kind(eren) 54 116
Verblijf voor minderjarigen 260 1.258
Totaal verblijf 196 3.722
Totaal JWZ 198 4.776
Totaal K&G: Verblijf voor kinderen [lange duur] 122 271
Onderwijs Verblijf Verblijf op schoolvrije dagen voor minderjarigen in een Internaat met Permanente Openstelling 7 179
Verblijf voor minderjarigen in het tehuis van het gemeenschapsonderwijs 1 25
Totaal onderwijs 6 204
VAPH Totaal begeleiding: Mobiele en/of ambulante begeleiding voor minderjarigen met een handicap [hoge frequentie] 289 2.318
Behandeling Behandeling voor minderjarigen met een handicap 283 1.850
Intensieve behandeling voor minderjarigen met een handicap 254 94
Totaal behandeling 278 1.938
Dagopvang (School)aanvullende dagopvang voor minderjarigen met een handicap [hoge frequentie] 280 1.972
Schoolvervangende dagopvang voor minderjarigen met een handicap [hoge frequentie] 274 1.584
Totaal dagopvang 277 2.074
Totaal diagnostiek: Diagnostiek voor minderjarigen met een (vermoeden van) handicap [hoge frequentie] 199 193
Totaal training: Training voor minderjarigen met een handicap 278 1.883
Verblijf Verblijf voor minderjarigen met (een vermoeden van) handicap 232 225
Verblijf voor minderjarigen met een GES+-problematiek 245 33
Verblijf voor minderjarigen met een handicap 307 1.365
Totaal verblijf 281 1.596
Totaal VAPH 277 2.666
Eindtotaal 240 7.703
(Bron: INSISTO)
*Door het werken met unieke aantallen per categorie, is het totaal niet gelijk aan de som van de aparte categorieën en zijn de percentages opgeteld niet 100%.
Persoonlijke assistentie voor minderjarigen met een handicap (PAB)

De toekenning van een persoonlijke assistentie budget (PAB) gebeurt door de intersectorale regionale prioriteitencommissie (IRPC) in elke regio. Wanneer een minderjarige geen PAB toegekend krijgt, kan deze bij vrijkomend budget een nieuwe prioraanvraag indienen.

De PAB middelen 2016 zijn voorbehouden voor minderjarigen die in 2015 een PAB aangevraagd hebben en priorwaardig bevonden zijn, maar voor wie geen middelen waren. In totaal komen 23 minderjarigen in aanmerking:

  • Antwerpen (n=12);
  • Limburg (n=10);
  • Oost-Vlaanderen (n=1) .

14 minderjarigen krijgen effectief een budget toegekend:

  • Antwerpen (n=9);
  • Limburg (n=4);
  • Oost-Vlaanderen (n=1).

Het budget uitbreidingsbeleid PAB 2016 bedraagt € 561.677. Er zijn 14 minderjarigen geselecteerd voor een totaalbedrag van € 542.346,36 aan PAB-middelen. Onderstaande tabel geeft de budgethoogte van PAB aan deze kinderen en jongeren weer.

Tabel: Budgethoogte toegekende PAB
(teleenheid: toegekende PAB)
Ernst categorie Budget hoogtes Totaal
1  €            9.684,75 0
 €          12.913,01 0
2  €          16.141,26 0
 €          19.369,51 0
 €          22.597,76 0
3  €          25.826,01 1
 €          29.054,26 1
4  €          32.282,51 1
 €          35.510,78 1
 €          38.739,03 0
5  €          41.967,28 10
 €          45.195,53 0
Totaal aantal toegekende PAB’s uitbreidingbeleid 2016 14
(Bron: INSISTO)

De wachttijd voor de PAB wordt berekend tussen de datum dat de hulpvraag van een kind of jongere in regie komt (recht heeft op deze hulp en deze hulp ook actief wil inzetten) en de datum van de toekenning van het PAB budget. Van de 14 minderjarigen die een budget toegekend krijgen, wachten er:

  • één 1 jaar;
  • zeven tussen 1-5 jaar;
  • vier tussen 6-10 jaar;
  • twee langer dan 10 jaar.

Gemiddeld wacht een kind of jongere ongeveer 5 jaar op een PAB.

Onderstaande tabel geeft per kind of jongere de combinatie van handicaps weer. Klik hier voor meer details over de handicapcodes.

Tabel: Toegekende PAB naar combinatie van handicap
(teleenheid: toegekende PAB)
  Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Totaal
enkelvoudig-fysiek 2 0 0 2
enkelvoudig-verstandelijk 2 0 0 2
meervoudig-combinatie 4 4 0 8
meervoudig-fysiek 0 0 1 1
meervoudig-verstandelijk 1 0 0 1
Eindtotaal 9 4 1 14
(Bron: INSISTO)

Wachtenden op hulp

Op 31 december 2016 wachten in totaal 6.105 kinderen en jongeren op hulp. Daarvan zijn er 5.518 minderjarig en 587 meerderjarig:

  • 4.922 kinderen en jongeren wachten op NRTJ hulp binnen een voorziening;
  • 1.367 kinderen en jongeren wachten op een persoonlijk assistentiebudget voor minderjarigen met een handicap.

Voor 9 minderjarigen is de regio onbekend.

Elk totaalcijfer geeft telkens het aantal unieke kinderen en jongeren weer. Dit is dus niet altijd gelijk aan de som van de onderliggende categorieën.

Tabel: Wachtenden NRTJ voorzieningen en PAB
(teleenheid: unieke kinderen en jongeren)
    Antwerpen Limburg Oost-Vl. Vlaams-Brabant West-Vl. Totaal %
NRTJ hulp voorziening 0-17 jaar 1.359 504 1.156 529 942 4.497 73,7%
≥ 18 jaar 138 36 134 44 73 425 7,0%
Totaal wachtende NRTJ hulp voorziening 1.497 540 1.290 573 1.015 4.922 80,6%
PAB 0-17 jaar 318 310 276 162 125 1.191 19,5%
≥ 18 jaar 60 48 35 24 9 176 2,9%
Totaal wachtende PAB 378 358 311 186 134 1.367 22,4%
Totaal wachtenden 0-17 jaar 1.621 785 1.381 674 1.050 5.518 90,4%
≥ 18 jaar 193 83 164 65 82 587 9,6%
Totaal wachtenden 1.814 868 1.545 739 1.132 6.105 100,0%
% 29,7% 14,2% 25,3% 12,1% 18,5% 100,0%  
(Bron: INSISTO)
*Door het werken met unieke aantallen per categorie, is het totaal niet gelijk aan de som van de aparte categorieën en zijn de percentages opgeteld niet 100%.

Het deel hieronder maakt telkens een onderscheid tussen jongeren die op hulp wachten in een voorziening en jongeren die op een PAB wachten. Voor elk van onderstaande tabellen zijn ook regionale gegevens beschikbaar.

Hulp in voorzieningen

Op 31 december 2016 wachten 4.922 kinderen en jongeren op NRTJ binnen een voorziening. Daarvan zijn er 654 die op een typemodule wachten maar reeds hulp krijgen:

  • Antwerpen (n=244);
  • Limburg (n = 56);
  • Oost-Vlaanderen (n= 141);
  • Vlaams-Brabant (n=62);
  • West-Vlaanderen (n=151). 

Dit zijn bijvoorbeeld vragen naar dezelfde hulp in een andere voorziening (migratievragen).

Er zijn in 2016 ongeveer een derde minder wachtenden dan in 2015 (n=7.347). In 2016 is sterk ingezet op het nagaan of de hulpvraag van de minderjarige nog actueel is. De grootste daling  is bij het VAPH: 4.292 in 2015 tegenover 2.334 in 2016. Deze daling is niet voor elke soort hulp hetzelfde. Voor sommige typemodules blijft het aantal wachtenden stabiel, of neemt het zelfs toe. Klik hier voor regionale cijfers.

Tabel: Wachtenden NRTJ voorzieningen
(teleenheid: unieke kinderen en jongeren)
Sector Functie Typemodule Totaal %
BJB Begeleiding Contextbegeleiding in functie van autonoom wonen 379 7,7%
Contextbegeleiding kortdurend intensief 199 4,0%
Totaal begeleiding 553 11,2%
Totaal diagnostiek: Diagnostiek in het kader van de bijzondere jeugdbijstand 418 8,5%
Verblijf Kamertraining 389 7,9%
Verblijf in een pleeggezin 561 11,4%
Verblijf in een pleeggezin [perspectiefzoekend] 292 5,9%
Verblijf in functie van diagnostiek 426 8,7%
Verblijf voor (aanstaande) ouder(s) en kind(eren) 52 1,1%
Verblijf voor minderjarigen 1.353 27,5%
Totaal verblijf 2.132 43,3%
Totaal BJB 2.625 53,3%
Totaal K&G: verblijf voor kinderen [lange duur] 162 3,3%
Onderwijs Verblijf Verblijf op schoolvrije dagen voor minderjarigen in een Internaat met Permanente Openstelling 29 0,6%
Verblijf voor minderjarigen in het tehuis van het gemeenschapsonderwijs 6 0,1%
Totaal onderwijs 31 0,6%
VAPH Totaal begeleiding: Mobiele en/of ambulante begeleiding voor minderjarigen met een handicap [hoge frequentie] 2.022 41,1%
Behandeling Behandeling voor minderjarigen met een handicap 1.309 26,6%
Intensieve behandeling voor minderjarigen met een handicap 120 2,4%
Totaal behandeling 1.388 28,2%
Dagopvang (School)aanvullende dagopvang voor minderjarigen met een handicap [hoge frequentie] 1.368 27,8%
Schoolvervangende dagopvang voor minderjarigen met een handicap [hoge frequentie] 1.215 24,7%
Totaal dagopvang 1.442 29,3%
Totaal diagnostiek: Diagnostiek voor minderjarigen met een (vermoeden van) handicap [hoge frequentie] 173 3,5%
Totaal training: Training voor minderjarigen met een handicap 1.320 26,8%
Verblijf Verblijf voor minderjarigen met (een vermoeden van) handicap 212 4,3%
Verblijf voor minderjarigen met een GES+-problematiek 43 0,9%
Verblijf voor minderjarigen met een handicap 1.161 23,6%
Totaal verblijf 1.340 27,2%
Totaal VAPH 2.334 47,4%
Eindtotaal 4.922 100,0%
(Bron: INSISTO)
*Door het werken met unieke aantallen per categorie, is het totaal niet gelijk aan de som van de aparte categorieën en zijn de percentages opgeteld niet 100%.

Van de 4.922 kinderen en jongeren die op 31 december op niet-rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp binnen een voorziening wachten, zijn er 4.497 minderjarigen en 425 meerderjarigen. De meeste wachtenden zijn tussen 12 en 17 jaar oud (n=2.504). Klik hier voor regionale cijfers.

Tabel: Wachtenden NRTJ voorziening naar leeftijd
(teleenheid: unieke kinderen en jongeren)
         -18 jaar  +18 jaar Totaal
Sector Function Typemodule 0-5 jaar 6-11 jaar 12-17 jaar Totaal % 18-21 jaar 22 -25 jaar Totaal %
BJB Begeleiding Contextbegeleiding in functie van autonoom wonen 0 0 206 206 4,6% 173 0 173 40,7% 379
Contextbegeleiding kortdurend intensief 12 21 145 178 4,0% 21 0 21 4,9% 199
Totaal begeleiding 12 21 335 368 8,2% 185 0 185 43,5% 553
Totaal diagnostiek: Diagnostiek in het kader van de bijzondere jeugdbijstand 36 137 244 417 9,3% 1 0 1 0,2% 418
Verblijf Kamertraining 0 0 322 322 7,2% 67 0 67 15,8% 389
Verblijf in een pleeggezin [perspectiefbiedend] 201 152 188 541 12,0% 20 0 20 4,7% 561
Verblijf in een pleeggezin [perspectiefzoekend] 120 84 85 289 6,4% 3 0 3 0,7% 292
Verblijf in functie van diagnostiek 25 107 290 422 9,4% 4 0 4 0,9% 426
Verblijf voor (aanstaande) ouder(s) en kind(eren) 32 2 14 48 1,1% 4 0 4 0,9% 52
Verblijf voor minderjarigen 212 366 745 1.323 29,4% 30 0 30 7,1% 1.353
Totaal verblijf 404 513 1.118 2.035 45,3% 97 0 97 22,8% 2.132
Totaal BJB 436 594 1.345 2.375 52,8% 250 0 250 58,8% 2.625
Totaal K&G: Verblijf voor kinderen [lange duur] 111 51   162 3,6% 0 0 0 0,0% 162
Onderwijs Verblijf Verblijf op schoolvrije dagen voor minderjarigen in een Internaat met Permanente Openstelling 3 10 15 28 0,6% 1 0 1 0,2% 29
Verblijf voor minderjarigen in het tehuis van het gemeenschapsonderwijs 3 0 3 6 0,1% 0 0 0 0,0% 6
Totaal onderwijs 3 10 17 30 0,7% 1 0 1 0,2% 31
VAPH Totaal begeleiding: Mobiele en/of ambulante begeleiding voor minderjarigen met een handicap [hoge frequentie] 160 645 1.046 1.851 41,2% 162 9 171 40,2% 2.022
Behandeling Behandeling voor minderjarigen met een handicap 113 379 718 1.210 26,9% 95 4 99 23,3% 1.309
Intensieve behandeling voor minderjarigen met een handicap 7 44 61 112 2,5% 8 0 8 1,9% 120
Totaal behandeling 116 411 757 1.284 28,6% 100 4 104 24,5% 1.388
Dagopvang (School)aanvullende dagopvang voor minderjarigen met een handicap [hoge frequentie] 101 390 766 1.257 28,0% 103 8 111 26,1% 1.368
Schoolvervangende dagopvang voor minderjarigen met een handicap [hoge frequentie] 90 322 690 1.102 24,5% 105 8 113 26,6% 1.215
Totaal dagopvang 116 405 801 1.322 29,4% 112 8 120 28,2% 1.442
Totaal diagnostiek: Diagnostiek voor minderjarigen met een (vermoeden van) handicap [hoge frequentie] 2 64 106 172 3,8% 1 0 1 0,2% 173
Totaal training: Training voor minderjarigen met een handicap 106 380 726 1.212 27,0% 100 8 108 25,4% 1.320
Verblijf Verblijf voor minderjarigen met (een vermoeden van) handicap 3 76 128 207 4,6% 5 0 5 1,2% 212
Verblijf voor minderjarigen met een GES+-problematiek 0 1 40 41 0,9% 2 0 2 0,5% 43
Verblijf voor minderjarigen met een handicap 46 283 727 1.056 23,5% 97 8 105 24,7% 1.161
Totaal verblijf 48 348 837 1.233 27,4% 99 8 107 25,2% 1.340
Totaal VAPH 179 751 1.222 2.152 47,9% 173 9 182 42,8% 2.334
Eindtotaal 649 1.344 2.504 4.497 100,0% 416 9 425 100,0% 4.922
% 14,4% 29,9% 55,7% 100,0%   97,9% 2,1% 100,0%    
(Bron: INSISTO)
*Door het werken met unieke aantallen per categorie, is het totaal niet gelijk aan de som van de aparte categorieën en zijn de percentages opgeteld niet 100%.

De wachtenden op NRTJ vanuit het VAPH behoren tot verschillende doelgroepen. Voor 20 kinderen en jongeren zijn er geen gegevens over de combinatie van handicapcodes, voor 4 minderjarigen geen regio. Klik hier voor meer details over de handicapcodes.

Tabel: Wachtenden NRTJ voorzieningen naar combinatie van handicap
(teleenheid: unieke kinderen en jongeren)
  Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant West-Vlaanderen Totaal %
Enkelvoudig-fysiek 17 3 11 5 11 48 2,1%
Enkelvoudig-verstandelijk 304 151 294 122 232 1.104 47,3%
Ontbrekende handicapcode 15 4 4 3 1 27 1,2%
Meervoudig-combinatie 122 36 112 35 47 353 15,1%
Meervoudig-fysiek 4 1 6 3 6 20 0,9%
Meervoudig-verstandelijk 230 115 218 73 126 762 32,6%
Eindtotaal 698 318 646 245 424 2.334 100,0%
% 29,9% 13,6% 27,7% 10,5% 18,2% 100,0%  
(Bron: INSISTO)
*Door het werken met unieke aantallen per categorie, is het totaal niet gelijk aan de som van de aparte categorieën en zijn de percentages opgeteld niet 100%.

Onderstaande tabel geeft voor de wachtenden op NRTJ hulp in een voorziening de gemiddelde wachttijd weer. De duurtijd wordt berekend tussen de datum dat de jongere voor een bepaalde typemodule op de wachtlijst van een voorziening komt en de momentopname op 31 december 2016.   

Tabel: Wachttijd wachtenden NRTJ voorzieningen

(teleenheid: unieke kinderen en jongeren - dagen)
        unieke mj Gemiddelde wachttijd (dagen)
Sector Function Typemodule Totaal Totaal
JWZ Begeleiding Contextbegeleiding in functie van autonoom wonen 379 238
Contextbegeleiding kortdurend intensief 199 224
Totaal begeleiding 553 233
Totaal diagnostiek: Diagnostiek in het kader van de bijzondere jeugdbijstand 418 155
Verblijf Kamertraining 389 263
Verblijf in een pleeggezin [perspectiefbiedend] 561 353
Verblijf in een pleeggezin [perspectiefzoekend] 292 227
Verblijf in functie van diagnostiek 426 210
Verblijf voor (aanstaande) ouder(s) en kind(eren) 52 150
Verblijf voor minderjarigen 1.353 333
Totaal verblijf 2.132 299
Totaal JWZ 2.625 276
Totaal K&G: Verblijf voor kinderen [lange duur] 162 176
Onderwijs Verblijf Verblijf op schoolvrije dagen voor minderjarigen in een Internaat met Permanente Openstelling 29 195
Verblijf voor minderjarigen in het tehuis van het gemeenschapsonderwijs 6 167
Totaal onderwijs 31 190
VAPH Totaal begeleiding: Mobiele en/of ambulante begeleiding voor minderjarigen met een handicap [hoge frequentie] 2.022 470
Behandeling Behandeling voor minderjarigen met een handicap 1.309 382
Intensieve behandeling voor minderjarigen met een handicap 120 364
Totaal behandeling 1.388 380
Dagopvang (School)aanvullende dagopvang voor minderjarigen met een handicap [hoge frequentie] 1.368 389
Schoolvervangende dagopvang voor minderjarigen met een handicap [hoge frequentie] 1.215 407
Totaal dagopvang 1.442 398
Totaal diagnostiek: Diagnostiek voor minderjarigen met een (vermoeden van) handicap [hoge frequentie] 173 253
Totaal training: Training voor minderjarigen met een handicap 1.320 382
Verblijf Verblijf voor minderjarigen met (een vermoeden van) handicap 212 269
Verblijf voor minderjarigen met een GES+-problematiek 43 254
Verblijf voor minderjarigen met een handicap 1.161 397
Totaal verblijf 1.340 375
Totaal VAPH 2.334 403
Eindtotaal 4.922 360
(Bron: INSISTO)
*Door het werken met unieke aantallen per categorie, is het totaal niet gelijk aan de som van de aparte categorieën en zijn de percentages opgeteld niet 100%.

Eerdere cijfers tonen het aantal kinderen en jongeren die op hulp wachten binnen een voorziening (n=4.922). Onderstaande tabel toont of een kind of jongere in de totaliteit van zijn dossier op 31 december 2016:

  • al ooit NRTJ heeft gekregen (n=551; 11,2%); 
  • momenteel NRTJ krijgt (n=1.288; 26,2%);
  • momenteel geen NRTJ krijgt en nooit eerder NRTJ heeft gekregen (n=3.098; 62,9%). Een deel van hen krijgt mogelijk al hulp binnen de rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp.

Sector verwijst naar de sector van de hulp waarop de minderjarige wacht. Een kind of jongere die op JWZ hulp wacht maar al hulp krijgt, krijgt daarom niet noodzakelijk deze hulp binnen die sector. Daarnaast kan één minderjarige op typemodules binnen verschillende sectoren wachten. Het totaal aantal wachtenden is dus geen optelsom van de verschillende sectoren. Klik hier voor regionale cijfers.

Tabel: Aantal wachtenden die NRTJ krijgen
(teleenheid: unieke kinderen en jongeren)
  Hulp lopend Ooit hulp gekregen Wachtend Totaal
Sector Aantal % Aantal % Aantal % Aantal %
BJB 833 31,7% 386 14,7% 1.406 53,6% 2.625 100,0%
KG 44 27,2% 24 14,8% 94 58,0% 162 100,0%
OND 12 38,7% 6 19,4% 13 41,9% 31 100,0%
VAPH 488 20,9% 177 7,6% 1.679 71,9% 2.334 100,0%
Totaal 1.288 26,2% 551 11,2% 3.098 62,9% 4.922 100,0%
(Bron: INSISTO)
*Door het werken met unieke aantallen per categorie, is het totaal niet gelijk aan de som van de aparte categorieën en zijn de percentages opgeteld niet 100%.
Persoonsvolgende assistentie voor minderjarigen met een handicap

Op 31 december 2016 wachten 1.367 kinderen en jongeren (1.191 minderjarigen en 176 meerderjarigen) op een persoonlijk assistentiebudget (PAB). Meerderjarigen kunnen geen beroep meer doen op persoonsvolgende assistentie voor minderjarigen en moeten zich tot de volwassen hulpverlening VAPH richten. De meeste minderjarigen die op een PAB wachten, zijn 6 jaar of ouder.

Tabel: Wachtenden PAB naar leeftijd
(teleenheid: unieke kinderen en jongeren)
  0-5 jaar 6-11 jaar 12-17 jaar <18 jaar % ≥ 18 jaar  Totaal
Antwerpen 40 135 135 318 26,7% 60 378
Limburg 47 125 138 310 26,0% 48 358
Oost-Vlaanderen 30 115 131 276 23,2% 35 311
Vlaams-Brabant 14 80 68 162 13,6% 24 186
West-Vlaanderen 19 58 48 125 10,5% 9 134
Totaal 150 513 520 1.191 100,0% 176 1.367
% 12,6% 43,4% 44,0% 100,0%      
(Bron: INSISTO)
*Door het werken met unieke aantallen per categorie, is het totaal niet gelijk aan de som van de aparte categorieën en zijn de percentages opgeteld niet 100%.

Onderstaande tabel geeft het aantal wachtenden op PAB naar doelgroep. Voor 1 wachtende zijn er geen gegevens over de combinatie van handicapcodes. Klik hier voor meer details over de handicapcodes.

Tabel: Wachtenden PAB naar combinatie van handicap
(teleenheid: unieke kinderen en jongeren)
  Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant West-Vlaanderen Totaal %
Enkelvoudig-fysiek 40 42 24 17 19 142 11,9%
Enkelvoudig-verstandelijk 67 57 46 40 21 231 19,4%
ontbrekende handicapcode 0 1 0 0 0 1 0,1%
meervoudig-combinatie 139 123 134 72 55 523 43,9%
Meervoudig-fysiek 19 16 14 4 12 65 5,5%
Meervoudig-verstandelijk 53 71 58 29 18 229 19,2%
Totaal 318 310 276 162 125 1.191 100,0%
% 26,7% 26,0% 23,2% 13,6% 10,5% 100,0%  
(Bron: INSISTO)
*Door het werken met unieke aantallen per categorie, is het totaal niet gelijk aan de som van de aparte categorieën en zijn de percentages opgeteld niet 100%.

Onderstaande tabel geeft voor de wachtenden op een persoonsvolgende assistentie voor minderjarigen met een handicap de gemiddelde wachttijd weer. De duurtijd wordt berekend tussen de datum dat de typemodule in regie wordt genomen (het recht op de hulp ingezet wordt) en de momentopname op 31 december 2016. 

Van alle minderjarigen die op 31 december 2016 wachten op een PAB, bedraagt de wachttijd gemiddeld 1.620 dagen.

Tabel: Wachttijd wachtenden PAB
(teleenheid: unieke kinderen en jongeren - dagen)
  unieke mj Gemiddelde wachttijd (dagen)
  Totaal Totaal
Antwerpen 318 1.455
Limburg 310 1.751
Oost-Vlaanderen 276 1.903
Vlaams-Brabant 162 1.502
West-Vlaanderen 125 1.243
Totaal 1.191 1.620
(Bron: INSISTO)
*Door het werken met unieke aantallen per categorie, is het totaal niet gelijk aan de som van de aparte categorieën en zijn de percentages opgeteld niet 100%.

Onderstaande tabel geeft weer of een minderjarige in de totaliteit van zijn dossier op 31 december 2016:

  • ooit NRTJ heeft gekregen (n=73; 6,1%); 
  • momenteel NRTJ krijgt (n=291, 24,4%);
  • momenteel geen NRTJ krijgt en nooit eerder NRTJ heeft gekregen (n=827; 69,4%). Een deel hen krijgt mogelijk al hulp binnen de rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp.
Tabel: Aantal wachtenden die NRTJ krijgen
(teleenheid: unieke kinderen en jongeren)
  Hulp lopend Ooit hulp gekregen Wachtend Totaal
  Aantal % Aantal % Aantal % Aantal %
Antwerpen 101 31,8% 14 4,4% 203 63,8% 318 100,0%
Limburg 70 22,6% 16 5,2% 224 72,3% 310 100,0%
Oost-Vlaanderen 47 17,0% 31 11,2% 198 71,7% 276 100,0%
Vlaams-Brabant 44 27,2% 10 6,2% 108 66,7% 162 100,0%
West-Vlaanderen 29 23,2% 2 1,6% 94 75,2% 125 100,0%
Totaal 291 24,4% 73 6,1% 827 69,4% 1.191 100,0%
(Bron: INSISTO)
*Door het werken met unieke aantallen per categorie, is het totaal niet gelijk aan de som van de aparte categorieën en zijn de percentages opgeteld niet 100%.
Persoonsvolgende convenanten

Een persoonsvolgende convenant is een persoonsvolgend budget dat een geïndividualiseerd aanbod toelaat op maat van een kind of jongere. In 2016 is er geen extra budget voorzien hiervoor: er dus een status quo ten opzichte van 2015. In 2016 organiseren in totaal 55 kinderen en jongeren hun hulpverlening via een persoonsvolgende convenant (16 kortlopenden en 39 langlopenden).

Tabel: Toegekende persoonsvolgende convenanten
(teleenheid: persoonsvolgende convenanten)
  Antwerpen* Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant West-Vlaanderen Totaal
  kort lang kort lang kort lang kort lang kort lang kort lang
Internaat 5 10 0 5 1 5 3 5 1 1 10 26
Internaat niet schoolgaanden 0 0 0 0 0 0 0 4 0 0 0 4
Semi-internaat 0 0 0 0 0 2 0 0 0 0 0 2
Semi-internaat niet- schoolgaanden 0 3 0 0 0 0 3 3 0 0 3 6
Schoolvervangende dagopvang 1 0 0 0 0 0 0 0 0 0 1 0
Mobiele/ambulante begeleiding 0 0 0 0 0 0 0 0 0 1 0 1
Convenant niet opgestart op 31/12/2016 2 0 0 0 0 0 0 0 0 0 2 0
Totaal 8 13 0 5 1 7 6 12 1 2 16 39
(Bron: INSISTO)
*In Antwerpen wordt geen onderscheid gemaakt tussen internaat schoolgaanden en internaat niet-schoolgaanden.
 
Intersectoraal prioritair te bemiddelen hulpvragen

Met de middelen voor intersectoraal prioritair te bemiddelen hulpvragen (IPH) kunnen jeugdhulpaanbieders een geïndividualiseerd aanvullend aanbod realiseren voor kinderen en jongeren met complexe hulpvragen. In 2016 is dit het geval voor 153 minderjarigen, beduidend meer dan in 2015.

Ongeveer twee derde van de minderjarigen met IPH-middelen wordt begeleid in een VAPH-voorziening. Voor elke minderjarige wordt voor een bepaalde periode een zorgplan opgemaakt. Indien nodig kan de inzet van de middelen verlengd worden met een nieuw zorgplan. De tabel toont dat de inzet van IPH-middelen doorgaans tijdelijk van aard is.

Tabel: Intersectoraal prioritair te bemiddelen hulpvragen
(teleenheid: zorgplannen - kinderen en jongeren)
    Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant West-Vlaanderen Totaal
  Ander VAPH Totaal Ander VAPH Totaal Ander VAPH Totaal Ander VAPH Totaal Ander VAPH totaal Ander VAPH Totaal
Zorgplan toegekend op 31/12/2015  Afgesloten op 31/12/2016 2 13 15 0 2 2 10 13 23 0 3 3 2 6 8 14 37 51
Lopend op 31/12/2016 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 6 6 0 6 6
Zorgplan toegekend in 2016 Afgesloten op 31/12/2016 13 34 47 2 3 5 11 11 22 6 6 12 2 1 3 34 55 89
Lopend op 31/12/2016 4 19 13 4 9 13 3 16 19 1 2 3 5 10 15 17 56 73
Totaal aantal zorgplannen  in 2016  19 66 85 6 14 20 24 40 64 7 11 18 9 23 32 65 154 219
Aantal minderjarigen 16 43 59 6 10 16 15 25 40 5 9 14 5 19 24 47 106 153
(Bron: INSISTO)
Intersectorale zorgnetwerken

In maart 2016 starten de intersectorale zorgnetwerken. Deze krijgen een kwaliteitslabel om een sterk geïndividualiseerd aanbod te ontwikkelen voor jongeren met een handicap en een complexe hulpvraag. Het netwerk krijgt hiervoor per jongere 75.000 euro.

Op 31 december 2016 zijn er 16 jongeren toegewezen aan één van de drie zorgnetwerken:

  • Antwerpen: 4;
  • Brussel/Limburg/Vlaams-Brabant: 6;
  • West-Vlaanderen/Oost-Vlaanderen: 6.