Toggle navigation

Vergelijk met vorig jaar (2015):

Kind en gezin

Functie: Verblijf, NRTJ

Een centrum voor kinderzorg en gezinsondersteuning (CKG) is een voorziening die hulp biedt aan gezinnen, in al hun diversiteit, met kinderen van 0 tot en met 12 jaar of in het basisonderwijs. Het biedt een tijdelijk hulpaanbod bij opvoedingsproblemen als de situatie nog omkeerbaar is, zodat ouders de opvoeding verder op eigen kracht kunnen aanpakken.

De CKG worden erkend en gesubsidieerd door Kind en Gezin. Momenteel zijn er 18 in Vlaanderen.

Onder de functie verblijf (niet-rechtstreeks toegankelijk luik) kunnen de CKG 1 typemodule lang residentiële opvang inzetten voor kinderen uit gezinnen met meerdere problemen.

Deze module kan naargelang de inschatting van de situatie perspectiefzoekend of –biedend zijn:

  • perspectiefzoekend: als het perspectief voor het kind bij aanvang niet duidelijk is. Tijdens de opvang moet worden gezocht naar een lange termijn oplossing en is begeleiding van de thuissituatie nodig. Deze opvang kan maximaal één jaar duren (dag en nacht, tot 7/7);
  • perspectiefbiedend: als het vanuit het oogpunt van het kind duidelijk is dat het na zes maanden niet terug naar huis kan en er behoefte is aan een stabiel leefklimaat buiten het gezin. Deze opvang wordt in het CKG enkel aangeboden aan kinderen tot maximaal zes jaar.

De cijfers in het jaarverslag komen van de CKG zelf, die de data in hun registratiesysteem in eigen beheer hebben.

Met het lange residentiële aanbod vangen de CKG in 2016 in totaal 603 kinderen op;

  • bijna drie vierde van de kinderen is jonger dan zes jaar (74,5%);
  • 149 kinderen zijn tussen zes en elf jaar (24,7%);
  • vijf kinderen zijn twaalf jaar (of in het basisonderwijs, 0,8%).

In vergelijking met 2015 betekent dit een daling met 4%.

Tabel: Aantal unieke kinderen en jongeren in lang residentieel aanbod, per leeftijdscategorie
(teleenheid: unieke kinderen en jongeren)
  Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant- Brussel West-Vlaanderen Totaal %
0-5 jaar 218 44 109 35 43 449 74,5%
6-11 jaar 81 11 36 16 5 149 24,7%
12-17 jaar 3 0 1 1 0 5 0,8%
Totaal 302 55 146 52 48 603  
% 50,1% 9,1% 24,2% 8,6% 8,0%    
(Bron: registratiesysteem CKG’s)

De gemiddelde verblijfsduur in het lang residentieel aanbod bedraagt 305 dagen. Door de wijze van registratie en rapportage op jaarbasis, is dit echter een behoorlijk onbetrouwbaar cijfer, en vermoedelijk een onderschatting van de reële duur.

De CKG hebben in 2016 een capaciteit van 346 lange residentiële opvangplaatsen (zowel perspectiefzoekend als -biedend). Dit slaat op het aantal plaatsen dat ze bij de start van het jaar plannen in te zetten voor dit aanbod.

Met 103,8% realiseren de CKG een overbezetting o.b.v. het aantal dagen dat een kind lang residentieel wordt opgevangen.

Vlaams agentschap voor personen met een handicap

Niet-rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp (NRTJ) door het VAPH bestaat uit:

  • ondersteuning door de multifunctionele centra (MFC);
  • hoogfrequente, intensieve begeleiding vanuit de thuisbegeleidingsdiensten;
  • het Persoonlijke Assistentiebudget (PAB);
  • Individuele Materiele Bijstand (IMB; nl. hulpmiddelen en aanpassingen);
  • verblijfs- en vervoerskosten in het gewoon onderwijs;
  • doventolken.

Multifunctionele centra

De vroegere internaten, semi-internaten, observatie- en behandelcentra (OBC) en een aantal kortverblijven zijn sinds 2012 gradueel omgevormd tot multifunctionele centra (MFC). Deze centra hebben als opdracht om vraaggestuurde en flexibele ondersteuning te voorzien aan minderjarigen met een handicap tot en met 21 jaar (en maximaal verlengbaar t.e.m. 25 jaar).

Zij bieden hiervoor diverse functies aan:

  • verblijf;
  • dagopvang (schoolvervangend en schoolaanvullend);
  • begeleiding.

Een aantal MFC biedt daarnaast ook diagnostiek en behandeling aan.  Het gaat hier steeds om niet-rechtstreeks toegankelijke ondersteuning. Een MFC kan enkel de modules aanbieden die voorzien zijn in de jeugdhulpbeslissing.

De MFC zijn - zoals de meeste diensten voor minderjarigen binnen het VAPH - gespecialiseerd in één of meerdere doelgroepen van handicaps (bv. autisme, motorische handicap, meervoudige beperking …).

Er zijn in totaal 83 erkende MFC.

Tabel: Aantal MFC per provincie
  Aantal
Antwerpen 22
Brussels Hoofdstedelijk Gewest 3
Limburg 11
Oost-Vlaanderen 17
Vlaams-Brabant 13
West-Vlaanderen 17
Totaal 83
(Bron: Cliëntregistratie)

In 2016 maken 11.502 unieke kinderen en jongeren gebruik van de ondersteuning van een multifunctioneel centrum. De capaciteit van een MFC wordt niet meer uitgedrukt in plaatsen maar in personeelspunten.  De vroeger erkende capaciteit (9.121 plaatsen) vergeleken met het huidig aantal kinderen en jongeren, toont dat er stelselmatig meer minderjarigen door de MFC worden bediend dan de vroegere erkende plaatsen.

MFC bieden flexibele, vraaggestuurde trajecten. Dit vertaalt zich onder meer in kortere ondersteuningstrajecten en samenwerking met andere diensten (bv. thuisbegeleidingsdiensten of diensten uit andere sectoren). Daardoor kunnen meer kinderen en jongeren dan voordien worden ondersteund.

De meeste gebruikers zijn tussen 6 en 17 jaar. Als voldaan wordt aan een aantal bepalingen, kunnen minderjarigen ook langer gebruik maken van de ondersteuning van een MFC. Deze groep is eerder beperkt.

Tabel: Aantal ondersteunde kinderen en jongeren door een MFC
(teleenheid: unieke kinderen en jongeren)
  Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams -Brabant-Brussel West-Vlaanderen Totaal %
0-5 jaar 194 104 141 60 174 673 5,9%
6-11 jaar 862 414 777 440 761 3.254 28,3%
12-17 jaar 1.141 799 1.251 731 1.044 4.966 43,2%
18-21 jaar 468 346 509 291 539 2.153 18,7%
22-25 jaar 86 75 94 64 137 456 4,0%
Totaal 2.751 1.738 2.772 1.586 2.655 11.502 100,0%
% 23,9% 15,1% 24,1% 13,8% 23,1% 100,0%  
(Bron: Cliëntregistratie)

De volgende tabellen geven het aantal personen weer dat minstens één keer van een bepaalde ondersteuningsfunctie gebruik heeft gemaakt. Vaak gaat het over een combinatie van functies (bv. dagopvang en verblijf en begeleiding). 

Het verschil tussen de cijfers van de unieke minderjarigen en de opdeling per leeftijd en provincie komt doordat een aantal kinderen en jongeren gecombineerde trajecten doet over twee of meerdere provincies, of in de loop van het jaar overstapt naar een MFC in een andere provincie.

Verblijf in een MFC betekent het aanbieden van nachtopvang met inbegrip van ondersteuning in de avond- en ochtenduren. 7.364 gebruikers maken minstens één keer gebruik hiervan (64%). Dat is vergelijkbaar met 2015 (n=7.286) Het gaat hier zowel over kinderen en jongeren die zeer sporadisch gebruik maken van verblijf (bv. via kortdurend verblijf) als over personen die zeer intensief worden opgevangen.

Uit de cijfers blijkt wel degelijk dat ondersteuning door een VAPH-voorziening niet gelijk staat met residentiële ondersteuning: een aanzienlijk aantal krijgt enkel dagopvang en/of begeleiding. Van de gebruikers in de leeftijdsgroep van 22 tot en met 25 jaar maakt 59% gebruik van verblijf. Bij jonge kinderen (0-5 jaar) is dit eerder beperkt (31%).

Tabel: Aantal ondersteunde kinderen en jongeren door een MFC, functie verblijf
(teleenheid: kind of jongere maakt minstens 1x gebruik van functie verblijf)
  Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams Brabant-Brussel West-Vlaanderen Totaal %
0-5 jaar 40 31 62 12 64 209 2,8%
6-11 jaar 445 240 458 277 445 1.865 25,3%
12-17 jaar 776 592 917 604 717 3.606 49,0%
18-21 jaar 303 226 345 221 317 1.412 19,2%
22-25 jaar 27 44 72 31 98 272 3,7%
Totaal 1.591 1.133 1.854 1.145 1.641 7.364 100,0%
% 21,6% 15,4% 25,2% 15,5% 22,3% 100,0%  
(Bron: Cliëntregistratie)

Dagopvang in een MFC is de ondersteuning overdag voor een aangepaste opvang of dagbesteding. Deze functie wordt aangeboden in modules met volgende activiteiten:

  • schoolaanvullende dagopvang (84%): het aanbieden van handicapspecifieke opvang overdag zonder schoolvervangend karakter. Dit is gericht op het stimuleren van de ontwikkelingskansen en –mogelijkheden van een kind of jongere; 
  • schoolvervangende dagopvang (dagbesteding: 35%): opvang waarbij binnen de schooluren een alternatief programma wordt aangeboden. Deze opvang moet zoveel mogelijk aangeboden worden in samenwerking en afstemming met een onderwijsinstelling.

De cijfers van 2016 liggen in lijn met die van 2015 (respectievelijk n=9.466 en n=4.077).

Vele minderjarigen doen een beroep op schoolvervangende dagopvang. Dat heeft meerdere verklaringen:

  • een aantal jongeren gaat nooit naar school (vrijstelling van leerplicht);
  • een groep jongeren is geschorst of gaat om een andere reden tijdelijk niet naar school;
  • alle werkingen met een geïntegreerd aanbod  worden als schoolvervangende dagopvang geregistreerd (bv. verregaande samenwerking tussen school en MFC, waar bv. ook begeleiders mee participeren in de lessen);
  • er zijn ook combinaties tussen schoolaanvullende dagopvang en schoolvervangende mogelijk.
Tabel: Aantal ondersteunde kinderen en jongeren door een MFC, functie schoolaanvullende dagopvang
(teleenheid: kind of jongere maakt minstens 1x gebruik van functie schoolaanvullende dagopvang)
  Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams Brabant-Brussel West-Vlaanderen Totaal %
0-5 jaar 111 66 90 40 119 426 4,5%
6-11 jaar 681 343 670 398 698 2.790 29,5%
12-17 jaar 904 679 1.102 660 974 4.319 45,6%
18-21 jaar 343 265 394 214 449 1.665 17,6%
22-25 jaar 41 28 64 29 109 271 2,9%
Totaal 2.080 1.381 2.320 1.341 2.349 9.471 100,0%
% 22,0% 14,6% 24,5% 14,2% 24,8% 100,0%  
(Bron: Cliëntregistratie)
Tabel: Aantal ondersteunde kinderen en jongeren door een MFC, functie schoolvervangende dagopvang
(teleenheid: kind of jongere maakt minstens 1x gebruik van functie schoolvervangende dagopvang)
  Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams -Brabant-Brussel West-Vlaanderen Totaal %
0-5 jaar 93 63 68 33 61 318 8,0%
6-11 jaar 223 125 165 171 141 825 20,8%
12-17 jaar 404 358 519 306 276 1.863 47,0%
18-21 jaar 164 144 212 135 125 780 19,7%
22-25 jaar 27 52 42 21 38 180 4,5%
Totaal 911 742 1.006 666 641 3.966 100,0%
% 23,0% 18,7% 25,4% 16,8% 16,2% 100,0%  
(Bron: Cliëntregistratie)

Begeleiding door een MFC is de algemene psychosociale ondersteuning of ADL-assistentie. Deze begeleiding kan:

  • ambulant: het kind of de jongere - al dan niet met zijn netwerk - verplaatst zich voor de ondersteuning naar de hulpverlener. Dit gebeurt dus op de vestigingsplaats of campus van de voorziening. Dit kan enkel als het kind of de jongere dezelfde dag geen gebruik maakt van (semi-)residentiële ondersteuning vanuit het VAPH;
  • mobiel: de hulpverlener verplaatst zich voor de ondersteuning  naar het kind of de jongere en zijn netwerk. Deze begeleiding vindt dus plaats in de thuiscontext of in het secundair opvoedingsmilieu, en niet op een vestigingsplaats of campus van de voorziening.

Bijna de helft van alle gebruikers van een MFC (48%) krijgt een vorm van ambulante of mobiele begeleiding. Dat is vergelijkbaar met 2015. Dit is een hoog aantal, aangezien een heel aantal voorzieningen nog maar pas is omgevormd tot een MFC en in het verleden vooral residentieel werkte. Ook de begeleiding door een andere dienst (bv. thuisbegeleidingsdienst) is niet in deze cijfers opgenomen.

Jongeren van 12 tot en met 17 jaar maken het meeste gebruik van deze ondersteuning (44%). De begeleiding vindt niet altijd plaats in het thuismilieu maar bv. ook in school, voorziening van andere sectoren, ruimere netwerk …

Wat opvalt is het relatief lage cijfer van ambulante of mobiele begeleiding bij jongeren van 22 tot en met 25 jaar (3,7%). Deze maken (zie supra) veelal gebruik van verblijf, hoewel begeleiding net voor hen heel cruciaal kan zijn als overgang naar het thuismilieu of andere ondersteuning.

Tabel: Aantal ondersteunde kinderen en jongeren door een MFC, functie begeleiding
(teleenheid: kind of jongere maakt minstens 1x gebruik van functie begeleiding)
  Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams Brabant-Brussel West-Vlaanderen Totaal %
0-5 jaar 62 13 66 14 73 228 4,2%
6-11 jaar 338 178 395 213 382 1.506 27,6%
12-17 jaar 489 429 578 403 523 2.422 44,4%
18-21 jaar 188 171 271 159 301 1.090 20,0%
22-25 jaar 42 18 33 42 72 207 3,8%
Totaal 1.119 809 1.343 831 1.351 5.453 100,0%
% 20,5% 14,8% 24,6% 15,2% 24,8% 100,0%  
(Bron: Cliëntregistratie)

[1] ADL staat voor Activiteiten Dagelijks Leven: alle activiteiten die iedereen moet volbrengen om de dag door te komen. ADL-assistentie bestaat bv. uit: hulp bij het wassen en aankleden, bij het eten, bij toiletbezoek, bij het douchen of baden, bij verplaatsingen binnenshuis (bv. in en uit bed) …

Thuisbegeleiding

Thuisbegeleiding door thuisbegeleidingsdiensten kan zowel rechtstreeks toegankelijk als niet-rechtstreeks toegankelijk (hoogfrequente, intensieve begeleiding vanuit de thuisbegeleidingsdiensten) zijn. De cijfers hieronder handelen enkel over het niet-rechtstreeks toegankelijk deel.

Ongeveer 24% van de kinderen of jongeren die beroep doen op een thuisbegeleidingsdienst, maakt gebruik van hun aanbod aan niet-rechtstreeks toegankelijke ondersteuning. Dit is een grote daling in vergelijking met 2015 (42%). Er is een duidelijke verschuiving naar rechtstreeks toegankelijke hulp (zie supra). 

Bij de niet-rechtstreeks toegankelijke hulp gaat het vaak om de meer intensieve zorgtrajecten. In 2016 kan men binnen rechtstreeks toegankelijke ondersteuning 48 begeleidingen krijgen gedurende de eerste twee jaar. Ook als er een combinatie nodig is met niet-rechtstreeks toegankelijke ondersteuning door een MFC, is een jeugdhulpbeslissing vereist. Want rechtstreeks toegankelijke hulp is niet mogelijk in combinatie met niet-rechtstreeks toegankelijke hulp.

Het aantal gebruikers in de leeftijdsgroep van 0 tot 5 jaar is beduidend kleiner. Dit is waarschijnlijk te verklaren door het feit dat de handicap niet altijd vastgesteld kan worden, maar er wel een vermoeden van handicap is.

Tabel: Aantal unieke kinderen en jongeren niet-rechtstreeks toegankelijke thuisbegeleiding
(teleenheid: unieke kinderen en jongeren)
  Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams Brabant-Brussel West-Vlaanderen Totaal %
  86 40 105 98 112 441 16,2%
6-11 jaar 250 50 209 220 181 910 33,5%
12-17 jaar 234 56 180 120 227 817 30,0%
18-21 jaar 103 14 55 51 112 335 12,3%
22-25 jaar 71 18 30 33 65 217 8,0%
Totaal 744 178 579 522 697 2.720 100,0%
% 27,4% 6,5% 21,3% 19,2% 25,6% 100,0%  
(Bron: Cliëntregistratie)

Persoonlijke assistentiebudget

Doorheen de jaren is een gevarieerd aanbod van diensten voor minderjarige en meerderjarige personen met een handicap ontwikkeld. Een grote groep (ouders van) kinderen en jongeren met een handicap verkiest om geen of slechts minimaal gebruik te maken van het aanbod van de voorzieningen. Zij verkiezen de ondersteuning thuis te organiseren.

Om ook aan hun vraag tegemoet te komen, is het Persoonlijke Assistentiebudget (PAB) ontwikkeld.

Een PAB is een budget vanuit de Vlaamse overheid om assistentie thuis, op school of op het werk te organiseren en financieren.  Persoonlijke assistentie is bijstand en begeleiding van de persoon met een handicap met het oog op de organisatie van zijn dagelijks leven en bevordering van zijn sociale integratie.

Met het PAB kunnen één of meerdere persoonlijke assistenten aangeworven worden die assistentie verlenen op het vlak van:

  • huishoudelijke activiteiten die behoren tot het dagelijks leven bv. bereiden van maaltijden;
  • lichamelijke activiteiten;
  • dagactiviteiten;
  • verplaatsingen.

Daarbij gaat het om praktische, inhoudelijke en organisatorische hulp en ondersteuning.

Daarnaast kan ook assistentie verleend worden op het vlak van:

  • school en werk: dit omvat enkel praktische hulp en ondersteuning bij handelingen van het dagelijks leven, bijvoorbeeld boekentas uitladen;
  • agogische, pedagogische, orthopedagogische begeleiding (dus specifiek inspelend op de beperkingen) en ondersteuning van de persoon met een handicap en zijn ouders.

Zowel de persoon met een handicap zelf als hij meerderjarig is, als zijn wettelijke vertegenwoordiger als hij (verlengd) minderjarig is, kunnen optreden als budgethouder.  Voor minderjarigen zijn meestal de ouders budgethouder in het kader van het PAB en tekenen zij de PAB-documenten. De budgethouder bepaalt zelf waar, wanneer, hoe en door wie de assistentie wordt gegeven.

De aanvraag van een PAB voor minderjarigen gebeurt bij de intersectorale toegangspoort (ITP) en geldt tot de leeftijd van 21 jaar.  Vanaf de leeftijd van 17 jaar kan voortaan een Persoonsvolgend Budget (PVB) aangevraagd worden bij het VAPH.  De periode tussen 18-21 jaar wordt beschouwd als een overgangsperiode waarin de budgethouder de tijd heeft om de procedure bij het VAPH te doorlopen in functie van continuering van zijn budget als meerderjarige.

De bepaling van de budgethoogte van het PAB gebeurt door het team indicatiestelling van de ITP. Of er ook effectief een PAB toegekend wordt, hangt af van de prioritering door  de Intersectorale Regionale Prioriteitencommissie (de IRPC). Deze moet rekening houden met de beschikbare middelen voor PAB.

Er zijn op 31 december2016 in totaal 694 actieve PAB-budgethouders tot en met 21 jaar. Het totaal aantal actieve PAB-budgethouders op 31 december 2016 bedraagt 2.732 personen (meerderjarigen en minderjarigen samen).

Het hoogste aantal PAB-gebruikers bevindt zich in de leeftijdsgroep 12 tot 17 jaar (296 personen).  Bijna 79% van de PAB-gebruikers zit in de hogere leeftijdscategorieën van 12 tot 17 jaar en van 18 tot 21 jaar. 

Het laagste aantal PAB-gebruikers is de groep van 0 tot en met 5 jaar (slechts 6 minderjarigen). De jongste PAB-gebruiker is 4 jaar.  Een mogelijke verklaring is dat de aanvraagprocedure van het PAB een objectivering omvat van de aard en de ernst van de handicap aan de hand van een PAB-inschalingsverslag.  Voor heel jonge kinderen is het inschatten van de aard en de ernst van de handicap vaak nog niet evident. 

Personen die een PAB-aanvraag indienen, moeten deze aanvraag vervolledigen met een PAB-inschaling.  Deze PAB-inschaling werd tot 1 maart 2014 - zowel voor meerderjarigen als voor minderjarigen - voorgelegd aan de PAB-Deskundigencommissie.  Sinds 1 maart 2014 worden de PAB-inschalingen van minderjarigen behandeld door het team indicatiestelling van de intersectorale toegangspoort.  Op basis van de aard en de ernst van de handicap uit het inschalingsverslag volgt een beslissing inzake budgetcategorie en budgethoogte door de Deskundigencommissie of door het team indicatiestelling. 

Tabel: Aantal actieve budgethouders PAB op 31/12/2016
(teleenheid: unieke kinderen en jongeren)
  Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant en Brussel West-Vlaanderen Totaal %
0-5 jaar 1 2 1 2 0 6 0,9%
6-11 jaar 44 22 27 24 26 143 20,6%
12-17 jaar 82 52 73 50 39 296 42,7%
18-21 jaar 64 48 57 48 32 249 35,9%
Totaal 191 124 158 124 97 694 100,0%
% 27,5% 17,9% 22,8% 17,9% 14,0% 100,0%  
(Bron: Feniks)

Het PAB schommelt tussen 9.684,75 euro en 45.195,53 euro op jaarbasis. Dat zijn de bedragen voor 2016. Die bedragen worden 1 keer per jaar aan de index aangepast. 

Onderstaande tabel vermeldt de bedragen van de verschillende budgetcategorieën, zowel de niet-geïndexeerde budgetten als de budgetten van 2016. Er is nog differentiatie mogelijk binnen een budgetcategorie. De basisbedragen per budgetcategorie kunnen immers nog verhoogd of verlaagd worden (met een “budgetschijf”), afhankelijk van verzwarende factoren (bv. alleenwonend) of verlichtende factoren (bv. er is nog een PAB-gebruiker in het gezin waardoor er overlappende assistentietaken zijn, bv. voor het bereiden van maaltijden).

Tabel: Budgetcategorieën PAB in 2016
(teleenheid: euro)
  Niet-geïndexeerd budget 2001 Budget op jaarbasis
    2016
Categorie I: 7.436,81 9.684,75 
  9.915,74 12.913,01 
Categorie II: 12.394,68 16.141,26 
  14.873,61 19.369,51 
  17.352,55 22.597,76 
Categorie III: 19.831,48 25.826,01 
  22.310,42 29.054,26 
Categorie  IV: 24.789,35 32.282,51 
  27.268,29 35.510,78 
  29.747,22 38.739,03 
Categorie V: 32.226,16 41.967,28 
  34.705,09 45.195,53 

Voor het PAB zijn er 5 budgetcategorieën.  In budgetcategorie 1 zitten kinderen en jongeren met nog heel wat mogelijkheden op vlak van zelfredzaamheid.  Hoe hoger de budgetcategorie, hoe beperkter de mogelijkheden op vlak van zelfredzaamheid.  De kinderen en jongeren in budgetcategorie 5 zijn bijna volledig afhankelijk op vlak van zelfredzaamheid. 

De meeste kinderen en jongeren bevinden zich in de hoogste en op één na hoogste budgetcategorie.  Het zijn m.a.w. jongeren met een zeer hoge ondersteuningsnood. Tot 2012 werden PAB’s toegekend via ministeriële prioriteitenbesluiten.  Personen met de hoogste ondersteuningsnood kregen lange tijd voorrang, vandaar de ruime vertegenwoordiging van de hoogste budgetcategorie in deze cijfers.  Sinds 2012 worden de PAB toegekend op basis van criteria van dringendheid van de vraag. 

De afname van het aantal actieve budgethouders ten opzichte van 2015 (ongeveer - 8%) heeft vooral te maken met de uitstroom van personen die 22 jaar geworden zijn en dus niet meer tot bovenstaande groep worden gerekend. Er stromen een 50-tal mensen uit.

Tabel: Aantal actieve budgethouders PAB, opgedeeld naar budgetcategorie op 31/12/2016
(teleenheid: unieke minderjarigen)
Budgetcategorie aantal PAB-houders %
budgetcategorie I 0 0%
budgetcategorie II 9 1%
budgetcategorie II 45 6%
budgetcategorie IV 122 18%
budgetcategorie V 518 75%
Totaal 694 100%
(Bron: Feniks)

Individuele Materiële Bijstand

Personen met een handicap  kunnen bij het VAPH terecht voor financiële tegemoetkomingen voor hulpmiddelen en aanpassingen, ook wel Individuele Materiële Bijstand (IMB) genoemd.

Het VAPH biedt de mogelijkheid van tegemoetkomingen voor een zeer uiteenlopend gamma aan hulpmiddelen en aanpassingen, bijvoorbeeld woningaanpassingen (aanpassing van het sanitair en leefruimtes, wegwerken van drempels, verbreden van deuren …), tilsystemen, autoaanpassingen, fietsoplossingen, hulpmiddelen om te communiceren, en dergelijke meer.

De intersectorale toegangspoort (ITP) beslist over:

  • de erkenning als persoon met een handicap als de minderjarige nog niet eerder een aanvraag indiende;
  • de algemene nood aan hulpmiddelen of ondersteuning als de minderjarige nog niet bij het VAPH gekend was vóór het opstarten van de aanvraag bij de toegangspoort en dus een eerste aanvraag voor IMB indient.

Het VAPH neemt de beslissing over de aanvragen voor specifieke tegemoetkomingen in het kader van IMB.

De tabel hieronder geeft per leeftijdscategorie weer hoeveel minderjarigen tussen 1 januari en 31 december 2016 een aanvraag indienen voor de tegemoetkoming voor een hulpmiddel of een aanpassing, en die daar ook een goedkeuring voor krijgen. Deze cijfers bevatten geen goedkeuringen voor doventolkuren in de leefsituatie en voor vervoers- en verblijfskosten voor het volgen van gewoon onderwijs.

De verhouding van het aantal goedkeuringen tussen de provincies onderling ligt grotendeels in lijn met het relatieve demografisch gewicht van de provincies. Enkel het aantal goedkeuringen voor de provincie Vlaams-Brabant en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest valt lager uit.

Wat de verdeling over de verschillende leeftijdsgroepen betreft, telt de groep van 0 tot 5 jaar het laagste aantal goedkeuringen. Dat is deels te verklaren omdat handicapspecifieke hulpmiddelen en aanpassingen voor kleine kinderen nog minder noodzakelijk zijn. Ouders tillen kleine kinderen bijvoorbeeld nog gemakkelijk zelf in plaats van een tilsysteem aan te vragen bij het VAPH. Naarmate kinderen groeien, worden dergelijke hulpmiddelen wel meer noodzakelijk . 

Tussen de leeftijdsgroepen van 6 tot 11 jaar en van 12 tot 17 jaar zijn er heel beperkte verschillen wat het aantal goedkeuringen betreft.

Tabel: Aantal minderjarigen met een positieve beslissing IMB
(teleenheid: unieke minderjarigen)
  Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant-Brussel West-Vlaanderen Totaal %
0-5 jaar 71 36 55 24 54 240 12,6%
6-11 jaar 259 138 166 125 166 854 45,0%
12-17 jaar 201 93 192 134 184 804 42,4%
Totaal 531 267 413 283 404 1.898 100,0%
% 28,0% 14,1% 21,8% 14,9% 21,3% 100,0%  
(Bron: Feniks)

Jongerenwelzijn

Rechtstreeks en niet-rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp

Jongerenwelzijn organiseert op verschillende manieren een aanbod voor kinderen, jongeren en ouders met ernstige of langdurige problemen. Zo erkent en subsidieert het agentschap private voorzieningen binnen de bijzondere jeugdzorg. Deze organiseren hulpverlening - residentieel, ambulant of mobiel - voor kinderen en jongeren in verontrustende situaties (VOS) of die een als misdrijf omschreven feit (MOF) hebben gepleegd.

Het aanbod bevat ook pleegzorg, dat zowel voor minder- als meerderjarigen onder Jongerenwelzijn valt.

Het aanbod van de voorzieningen wordt georganiseerd aan de hand van modules:

  • organisaties voor bijzondere jeugdbijstand (OVBJ), diensten voor pleegzorg en centra voor integrale gezinszorg (CIG) bieden zowel rechtstreeks als niet-rechtstreeks toegankelijke modules aan;
  • diensten voor crisishulp aan huis (cah) hebben een aanbod dat enkel via het crisismeldpunt toegankelijk is;
  • onthaal-, oriëntatie- en observatiecentra (OOOC) hebben enkel niet-rechtstreeks toegankelijke modules, maar voorzien ook een aanbod crisisbegeleiding en –opvang vanuit het crisismeldpunt.
  • diensten voor herstelgerichte en constructieve afhandeling (HCA) hebben een gerechtelijk, niet-gemoduleerd aanbod voor jongeren die een MOF hebben gepleegd.

Het jaarverslag jeugdhulp geeft per soort voorziening telkens eerst een algemeen deel met informatie over het volledige aanbod: de capaciteit, de bezetting, het aantal dossiers ... Aangezien deze gegevens zowel het rechtstreeks als het niet-rechtstreeks toegankelijke aanbod omvatten, wordt dit algemene deel bij beide hoofdstukken (RTJ en NRTJ) herhaald.

Na het algemene deel worden specifieke gegevens getoond over de in 2016 afgesloten dossiers:

  • het deel over de rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp geeft de afgesloten dossiers van de OVBJ, de diensten voor pleegzorg en de CIG weer die enkel rechtstreeks toegankelijke modules bevatten;
  • het deel over de niet-rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp geeft de afgesloten dossiers van de OVBJ, de diensten voor pleegzorg, de CIG en de OOOC weer die, naast rechtstreeks toegankelijke, minstens één niet-rechtstreeks toegankelijke module bevat in de loop van het traject.
  • het crisisaanbod van de OOOC en de diensten crisishulp aan huis komen aan bod in het deel over de crisisjeugdhulp. Het crisisaanbod van de OVBJ en de CIG staat dan weer in het stuk over de rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp.

Een dossier is een aaneensluitende periode van hulpverlening voor een kind of jongere in eenzelfde voorziening:

  • een minderjarige kan serieel meerdere dossiers hebben in eenzelfde voorziening, wanneer de hulpverlening onderbroken of gestopt is;
  • een minderjarige kan meerdere dossiers tegelijk hebben in verschillende voorzieningen, wanneer er een combinatie van hulpaanbod is over voorzieningen heen.

Sinds 1 januari 2015 registreren de door Jongerenwelzijn erkende en vergunde voorzieningen in het vernieuwde registratiesysteem Binc (Begeleiding in cijfers). De diensten voor herstelgerichte en constructieve afhandeling registreren nog tot eind 2017 in hun eigen applicatie. Vanaf 1 januari 2018 registreren zij eveneens in de vernieuwde Binc. 

Organisatie voor bijzondere jeugdzorg

Algemeen

Een organisatie voor bijzondere jeugdzorg (OVBJ) is erkend op basis van typemodules. Elke OVBJ heeft een erkenning voor contextbegeleiding. Daarnaast kan een OVBJ een erkenning hebben voor:

  • modules contextbegeleiding in functie van autonoom wonen;
  • modules dagbegeleiding in groep;
  • verblijfsmodules;
  • modules ondersteunende begeleiding.

Een OVBJ met een erkenning voor modules contextbegeleiding en modules contextbegeleiding in functie van autonoom wonen, kan – op basis van de reële noden van de jongeren– zelf de verhouding bepalen tussen het effectief aantal in te zetten modules contextbegeleiding en contextbegeleiding in functie van autonoom wonen.

  • Contextbegeleiding (CB) is de centrale module van elke OVBJ en elk begeleidingstraject. Het omvat de vroegere thuisbegeleiding, gezinsbegeleiding, netwerkbegeleiding… Dit zijn alle begeleidingscontacten met een kind of jongere en zijn netwerk, die gekoppeld zijn aan hulpverleningsdoelstellingen; inclusief contacten met school, CLB, de sociaal werker, de vertrouwenspersoon van de jongere, de trainer van de sportclub …
  • Contextbegeleiding in functie van autonoom wonen (CB i.f.v. AW) omvat de vroegere erkenningen voor begeleid zelfstandig wonen (bzw). Vroeger werd bzw ook georganiseerd vanuit een begeleidingstehuis. Nu is dat een afzonderlijke module, vertrekkend vanuit contextbegeleiding.
  • Dagbegeleiding in groep omvat het begeleidingsaanbod van de vroegere dagcentra, bestaat uit verschillende componenten (schoolbegeleiding, groepswerking, training) en loopt zowel in school- als vakantieperiodes. Ze focust op de grote meerwaarde van een laagdrempelige, contextgerichte begeleiding in groep. Dagbegeleiding is niet schoolvervangend, wel naschools en ondersteunend.
  • Verblijf omvat de begeleiding van een kind of jongere in een organisatie, inclusief overnachting. Hieraan wordt steeds een module contextbegeleiding gekoppeld. Door het dynamisch beheer van de residentiële capaciteit, kunnen voorzieningen crisisverblijf aanbieden voor jongeren (al dan niet uit de eigen organisatie). Er is een onderscheid tussen een module 1-3 nachten en een module 4-7 nachten, al dan niet in een 1bis voorziening. Daarnaast is ook kamertraining mogelijk.
  • Ondersteunende begeleiding omvat de pedagogische projecten, time out, ontheming … Deze kunnen ingezet worden los van of gekoppeld aan andere modules, altijd met het doel om breuken in een lopend hulpverleningstraject te vermijden. Een organisatie die deze module aanbiedt, moet per module minimaal 12 kinderen of jongeren gedurende gemiddeld 2 weken begeleiden. Men kan dus ook de ene minderjarige een kort traject van 2 dagen aanbieden en een andere een traject van 3 weken.

Daarnaast hebben verschillende OVBJ een engagement in de crisisnetwerken, onder de vorm van modules crisisopvang en/of crisisbegeleiding. Deze modules kunnen enkel ingezet worden op verwijzing van het crisismeldpunt.

De erkende capaciteit voor de OVBJ wordt uitgedrukt in modules. In 2016 kennen de OVBJ:

  • een uitbreiding met 60 modules contextbegeleiding laagintensief, gericht op het vermijden van uithuisplaatsing van het jonge kind;
  • een uitbreiding met 30 modules contextbegeleiding kortdurend intensief, gericht op het bevorderen van uitstroom uit de gemeenschapsinstellingen.

De andere, kleine verschillen met 2015 zijn te verklaren door kleine wijzigingen in de erkenning van individuele voorzieningen, door een ombouw van modules. In totaal hebben de OVBJ een begeleidingscapaciteit van 6.918 kinderen en jongeren., in vergelijking met 6.817 in 2015.

Verder is in 2016 tijdelijk extra capaciteit voor niet-begeleide minderjarige vreemdelingen, met het oog op de vluchtelingencrisis. Deze capaciteit wordt apart weergegeven in de laatste kolom.

Tabel: Erkende capaciteit in modules OVBJ
(teleenheid: aantal erkende modules)
  31/12/2015 31/12/2016 tijdelijke capaciteit vluchtelingenwerking 
OVBJ CB i.f.v. positieve heroriëntering (RTJ) 439 445  
OVBJ CB laagintensief (RTJ) 3.994 4.053  
OVBJ CB breedsporig (RTJ) 1.297 1.299 18
OVBJ CB kortdurend intensief (NRTJ) 331 365  
OVBJ CB i.f.v. AW basisintensiteit (NRTJ) 282 276 7
OVBJ CB i.f.v. AW middenintensiteit (NRTJ) 474 480 33
OVBJ dagbegeleiding in groep (RTJ) 635 627  
OVBJ verblijf (NRTJ) 2.906 2.905 163
OVBJ ondersteunende begeleiding (RTJ) 85 85  
(Bron: Domino-BINC)

De bezettingsgraad geeft aan in welke mate de totale capaciteit - van een module - daadwerkelijk bezet wordt gedurende een bepaalde periode. Dit percentage wordt bepaald door de effectieve inzet te delen door de beschikbare capaciteit in die periode.

De gemiddelde bezetting van de OVBJ is berekend zonder de typemodules ondersteunende begeleiding en dagbegeleiding in groep:

  • voor ondersteunende begeleiding zoekt de sector nog naar de juiste berekeningswijze. Deze zal in de loop van 2017 worden geïmplementeerd, zodat vanaf 2017 de bezettingscijfers van deze module kunnen worden meegeteld;
  • voor dagbegeleiding in groep loopt in 2016 een experimentele fase voor het berekenen van de bezetting. Daarom is gekozen om ook voor deze typemodule de bezetting nog niet in rekening te brengen voor het totale gemiddelde van de OVBJ. De eindevaluatie van dit experimenteel traject is gebeurd. Vanaf 2017 zal de bezetting berekend worden volgens dezelfde formule als de modules contextbegeleiding en verblijf, en niet meer op basis van de benutting, zoals in de experimentele fase.

De gemiddelde bezetting van de OVBJ in 2016 is 94%. Dit is een stijging van 2% t.o.v. 2015:

  • er zijn verschuivingen in de bezetting van de typemodules verblijf en contextbegeleiding;
  • de modules voor contextbegeleiding in functie van autonoom wonen en de andere modules contextbegeleiding zijn voor de erkenning en subsidiëring communicerende vaten;
  • de gedaalde bezetting voor contextbegeleiding breedsporig wordt gecompenseerd door de hogere bezetting voor contextbegeleiding kortdurend intensief;
  • na de opstart van de module contextbegeleiding in functie van positieve heroriëntering in 2015 met de daarbij horende opleiding, bekendmaking en geleidelijke uitrol, is in 2016 een sterke stijging merkbaar. 
Tabel: Bezetting OVBJ
  2015 2016
OVBJ 92% 94%
Verblijf 95% 91%
CB breedsporig 119% 105%
CB in functie van autonoom wonen 88% 87%
CB in functie van positieve heroriëntering 21% 75%
CB laagintensief 90% 90%
CB kortdurend intensief 74% 85%
(Bron: Domino-BINC)

In 2016 zijn in totaal 12.513 dossiers door de OVBJ geregistreerd. 6.074 dossiers zijn opgestart en 5.302 dossiers zijn afgesloten.

In vergelijking met het totaal aantal dossiers ingevoerd door alle soorten voorzieningen in Binc (22.705 dossiers), blijkt dat de OVBJ 55% vertegenwoordigen van alle door Jongerenwelzijn erkende en vergunde organisaties. Dit is gelijk aan 2015.

Een dossier is een aaneengesloten periode van hulpverlening in eenzelfde voorziening voor een kind of jongere. Deze kan opeenvolgend of tegelijk in verschillende organisaties meerdere dossiers hebben. Daarom is het zinvol ook te kijken naar het aantal unieke minderjarigen.

Voor alle soorten voorzieningen die registreren in Binc, zijn er in totaal 18.847 unieke kinderen en jongeren (ten opzichte van 22.705 dossiers). Voor de OVBJ is er een totaal van 11.077 unieke minderjarigen (ten opzichte van 12.513 dossiers). Dit betekent een stijging ten opzichte van 2015. Toen zijn:

  • 10.248 unieke minderjarigen en 11.536 dossiers geregistreerd door de OVBJ;
  • in totaal 17.599 unieke minderjarigen en 21.099 dossiers geregistreerd.

Deze stijging van het aantal dossiers en cliënten is voornamelijk te verklaren door de uitbreiding van het aantal contextbegeleidingsmodules en is een gevolg van een flexibilisering van het verblijfsaanbod waardoor meer crisisopnames gerealiseerd kunnen worden.

Tabel: Aantal dossiers  en aantal unieke kinderen en jongeren OVBJ (RTJ en NRTJ)
(teleenheid: dossiers / unieke kinderen en jongeren)
  Opgestarte dossiers Afgesloten dossiers Alle dossiers
Dossiers 6.074 5.302 12.513
Unieke cliënten 5.404 4.869 11.077
(Bron: Domino-BINC)

Specifieke gegevens over kinderen en jongeren die niet-rechtstreeks toegankelijke hulp krijgen in een OVBJ

Dit deel handelt over de in 2016 afgesloten dossiers waarin minstens 1 niet-rechtstreeks toegankelijke module is ingezet in het traject van het kind of de jongere. Aangezien een verblijfsmodule altijd wordt ingezet in combinatie met een module contextbegeleiding, zijn quasi alle dossiers een mengvorm van rechtstreeks toegankelijke en niet-rechtstreeks toegankelijke modules. Met uitzondering van dossiers met contextbegeleiding kortdurend intensief en contextbegeleiding in functie van autonoom wonen. Deze modules zijn niet rechtstreeks toegankelijk en kunnen afzonderlijk worden ingezet.

In 2016 zijn 1.929 dossiers afgesloten binnen de OVBJ met minstens 1 niet-rechtstreeks toegankelijke module. Dit voor 1.852 unieke kinderen en jongeren, wat betekent dat een klein deel van hen twee of meer dossiers heeft in het niet-rechtstreeks toegankelijke aanbod van de OVBJ. Vergeleken met het aantal afgesloten dossiers binnen het rechtstreeks toegankelijke aanbod van de OVBJ, zijn er veel meer dossiers binnen het rechtstreeks toegankelijke dan binnen het niet-rechtstreeks toegankelijke aanbod afgesloten in 2016.

Tabel: Aantal afgesloten dossiers en unieke kinderen en jongeren met een afgesloten dossier OVBJ NRTJ
(teleenheid: dossiers / unieke kinderen en jongeren)
Dossiers 1.929
Unieke cliënten 1.852
(Bron: Domino-BINC)

In de meeste afgesloten dossiers is er geen gelijktijdige combinatie met een ander gemoduleerd aanbod binnen integrale jeugdhulp (79%). Vindt doorheen het traject van een kind of jongere wel een combinatie met een ander gemoduleerd aanbod plaats, dan is dat meestal met een andere voorziening erkend of vergund door Jongerenwelzijn (13%). Aangezien er meerdere antwoordmogelijkheden zijn, is het totaal in deze tabel groter dan het aantal dossiers. Het totaal in de tabel is niet gelijk aan de som van de aparte categorieën, omdat het aantal unieke dossiers is weergegeven.

Tabel: Aantal afgesloten dossiers naar combinatie gemoduleerd aanbod OVBJ NRTJ
(teleenheid: unieke dossiers)
Combinatie met: OVBJ  %
CAW 8 0,4%
 CGG 38 2,0%
 CLB 57 3,0%
 JWZ 245 12,7%
K&G 5 0,3%
 VAPH 32 1,7%
 Crisishulpprogramma 19 1,0%
 Onbekend 1 0,1%
 Niet van toepassing 1.532 79,4%
Geen eindregistratie beschikbaar 45 2,3%
Totaal* 1.929  
(Bron: Domino-BINC)
*Door het werken met unieke aantallen per categorie, is het totaal niet gelijk aan de som van de aparte categorieën en zijn de percentages opgeteld niet 100%.

De meeste kinderen en jongeren die niet-rechtstreeks toegankelijk aanbod nodig hebben binnen een OVBJ, zijn tussen 12 en 17 jaar bij instroom in de organisatie. De tabel toont het aantal unieke minderjarigen met leeftijd bij opstart van het dossier. De meerderheid wordt begeleid in de provincie Antwerpen, het kleinste aantal in Vlaams-Brabant en Brussel.

Tabel: Aantal unieke kinderen en jongeren in OVBJ - NRTJ per leeftijdscategorie (afgesloten dossiers)
(teleenheid: unieke kinderen en jongeren)
  Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant -Brussel West-Vlaanderen Totaal* %*
0-5 jaar 33 16 45 26 24 144 7,8%
6-11 jaar 102 64 71 51 57 345 18,6%
12-17 jaar 452 185 218 127 227 1.198 64,7%
18-21 jaar 79 25 26 20 25 175 9,4%
Onbekend 3 0 2 1 0 6 0,3%
Totaal* 666 288 358 224 328 1.852  
%* 36,0% 15,6% 19,3% 12,1% 17,7%    
(Bron: Domino-BINC)
*Door het werken met unieke aantallen per categorie, is het totaal niet gelijk aan de som van de aparte categorieën en zijn de percentages opgeteld niet 100%.

90% van de aanmeldingen gebeurt via de toegangspoort. Dat betekent dat 90% van de dossiers  ook effectief start met een niet-rechtstreeks toegankelijke module, al dan niet gecombineerd met een rechtstreeks toegankelijke module. Het is ook mogelijk dat een dossier start met een rechtstreeks toegankelijke module en in de loop van het traject niet-rechtstreeks toegankelijke modules worden ingezet. In deze dossiers gebeurt de aanmelding het vaakst vanuit de jeugdrechtbank (3%).

Tabel: Overzicht aanmelders voor OVBJ - NRTJ (afgesloten dossiers)
(teleenheid: aantal unieke dossiers)
Aanmelder Aantal dossiers %
CAW 3 0,2%
CGG 1 0,1%
CLB 9 0,5%
JWZ 14 0,7%
K&G 0 0,0%
VAPH 0 0,0%
OCJ 20 1,0%
VK 3 0,2%
Jeugdrechtbank 63 3,3%
Politie/parket 1 0,1%
Crisismeldpunt 29 1,5%
School 0 0,0%
Prive-psycholoog/psychiater 1 0,1%
Huisarts 1 0,1%
Jongere/gezin 5 0,3%
Pleeggezin 0 0,0%
Toegangspoort 1.744 90,4%
Andere 35 1,8%
Totaal 1.929  
(Bron: Domino-BINC)

De gemiddelde begeleidingsduur van de afgesloten dossiers met minimaal 1 niet-rechtstreeks toegankelijke module bij een OVBJ is 629 dagen, ruim anderhalf jaar dus:

  • 22% van de dossiers heeft een begeleidingsduur van maximaal 6 maanden;
  • 23% tussen 6 maanden en 1 jaar;
  • 26% tussen 1 en 2 jaar;
  • 28% langer dan 2 jaar.
Tabel: Begeleidingsduur in OVBJ – NRTJ (van afgesloten dossiers)
(teleenheid: aantal dossiers)
Begeleidingsduur (dagen) Aantal dossiers %
0-28 122 6,3%
29-60 60 3,1%
61-120 124 6,4%
121-180 132 6,8%
181-365 450 23,3%
366-730 502 26,0%
>730 539 27,9%
Totaal 1.929 100,0%
(Bron: Domino-BINC)

Aangezien deze dossiers zowel rechtstreeks toegankelijke als niet- rechtstreeks toegankelijke modules bevatten, zijn beide in de tabel getoond. Zo worden ook modules dagbegeleiding in groep weergegeven, als deze worden ingezet in een dossier waar in de loop van het traject ook niet-rechtstreeks toegankelijke modules nodig zijn voor een kind of jongere:

  • de module contextbegeleiding laagintensief wordt het meest ingezet en het vaakst gecombineerd met de verblijfsmodules;
  • de module contextbegeleiding in functie van autonoom wonen wordt in 27% van de dossiers ingezet. 

De meeste modules worden afgerond tussen 6 maanden en 1 jaar. In een dossier kunnen modules afgerond worden om na de tijdelijke inzet van een andere (combinatie van) module(s) terug ingeschakeld te worden. Deze flexibiliteit  heeft impact op de gemiddelde begeleidingsduur.

Tabel: Gemiddelde duur in dagen per typemodule in OVBJ – NRTJ (van afgesloten dossiers)
(teleenheid: unieke kinderen en jongeren)
  bglduur: 0-14  bglduur: 15-28  bglduur: 29-60  bglduur: 61-120  bglduur: 121-180  bglduur: 181-365  bglduur: 366-730  bglduur: meer dan 730  Totaal* %*
CB breedsporig 4 2 18 24 31 88 47 4 169 9,1%
CB in functie van autonoom wonen 5 6 25 74 64 183 158 36 503 27,2%
CB in functie van positieve herorientering 1 1 1 1 1 1 0 0 4 0,2%
CB kortdurend intensief 20 20 47 73 77 179 25 1 367 19,8%
CB laagintensief 71 51 103 189 173 466 353 117 1.081 58,4%
Dagbegeleiding in groep 5 4 6 11 13 96 43 8 177 9,6%
Dagbegeleiding in groep (RTJ) 5 9 4 15 18 59 31 1 113 6,1%
Ondersteunende begeleiding (projectwerking) RTJ 30 10 19 39 34 54 21 0 147 7,9%
Crisisverblijf (op verwijzing crisismeldpunt) 21 2 1 0 1 0 0 0 25 1,3%
Kamertraining 11 6 21 36 38 136 68 9 292 15,8%
Kortdurend crisisverblijf 38 5 0 0 1 0 0 0 44 2,4%
Verblijf voor minderjarigen [hoge frequentie] 93 36 69 130 96 296 244 97 883 47,7%
Verblijf voor minderjarigen [lage frequentie] 2 5 10 19 18 28 9 7 93 5,0%
Totaal* 178 85 193 353 339 857 578 157 1.852  
%* 9,6% 4,6% 10,4% 19,1% 18,3% 46,3% 31,2% 8,5%    
(Bron: Domino-BINC)
*Omwille van het werken met unieke aantallen per categorie, is het totaal niet gelijk aan de som van de aparte categorieën en zijn de percentages opgeteld niet 100%.

Pleegzorg

Algemeen

De diensten voor pleegzorg zijn vergund om de volgende pleegzorgvormen aan te bieden:

  • ondersteunende pleegzorg: pleegzorg ter ondersteuning van het gezin van het pleegkind of de pleeggast, hetzij voor een korte aaneengesloten periode, hetzij met afwisselend verblijf;
  • perspectiefzoekende pleegzorg: pleegzorg gedurende een periode van maximaal zes maanden, één keer verlengbaar met zes maanden, waarbij een duidelijk perspectief voor het pleegkind of pleeggast wordt ontwikkeld;
  • perspectiefbiedende pleegzorg: pleegzorg met een continu en langdurig karakter;
  • behandelingspleegzorg: een vorm van pleegzorg waarbij een dienst voor pleegzorg voorziet in een behandeling voor een pleegkind of pleeggast, of in een intensieve training en begeleiding van de pleegzorger.

Met uitzondering van behandelingspleegzorg vertalen de verschillende vormen van pleegzorg zich in een verblijfsmodule en een begeleidingsmodule die nooit apart van elkaar kunnen worden ingezet. 

De diensten voor pleegzorg richten zich ook tot meerderjarige pleeggasten. Pleegzorg voor pleeggasten is altijd rechtstreeks toegankelijk, net zoals ondersteunende en crisispleegzorg.

Perspectiefzoekende en perspectiefbiedende pleegzorg zijn niet-rechtstreeks toegankelijk. Behandelingspleegzorg wordt aangeboden bovenop perspectiefzoekende of –biedende pleegzorg maar is op zich rechtstreeks toegankelijk.

Pleegzorg kent geen programmatie en wordt niet uitgedrukt in capaciteit. De inzet van de verschillende modules of vormen van pleegzorg op 31/12/2016 geeft een indicatie van de grootte van het aanbod. De tabel geeft het aantal unieke cliënten met een actieve pleegzorgmodule op 31/12/2016.

Op 31/12/2016 zijn er 6.062 pleegzorgsituaties, dat is een stijging van 7% t.o.v. 2015 en van 14% t.o.v. 2014:

  • de grootste groep vormt perspectiefbiedende pleegzorg met 4.952 pleegzorgsituaties (82%);
  • ondersteunende pleegzorg (11%) en perspectiefzoekende pleegzorg (8%) vormen een minderheid;
  • er is een kleine verschuiving (2%) van perspectiefbiedende naar ondersteunende pleegzorg.De toename van ondersteunende pleegzorg kan verklaard worden door de bredere bekendmaking van deze module door de diensten voor pleegzorg. Bovendien is voor vele kandidaat-pleegouders een engagement voor ondersteunende pleegzorg haalbaarder dan een engagement voor de andere vormen van pleegzorg, waardoor de instap laagdrempeliger is. 

Crisisopvang wordt binnen pleegzorg weinig ingezet en mondt meestal uit in andere vormen van pleegzorg. In 2016 is de module 123 keer ingezet.

In totaal zijn er 450 pleeggasten ouder dan 21 jaar, dat zijn er 47 meer dan op 31/12/2015.

Behandelingspleegzorg wordt op 31/12/2016 ingezet bij 671 pleegkinderen of –gasten die gebruik maken van  perspectiefzoekende of perspectiefbiedende pleegzorg.

Aangezien voor pleegzorg geen capaciteit bepaald is, wordt hiervoor geen bezettingspercentage berekend.

Tabel: Inzet pleegzorg
  31/12/2015 31/12/2016
Vormen van pleegzorg Totaal % Totaal %
Ondersteunend 503 9% 649 11%
Perspectiefbiedend 4.755 84% 4.952 82%
Perspectiefzoekend 399 7% 461 8%
Totaal 5.657 100% 6.062 100%
(Bron: Domino-BINC)

In 2016 zijn in totaal 7.189 dossiers geregistreerd door de diensten voor pleegzorg. 1.534 dossiers zijn opgestart en 1.055 dossiers zijn afgesloten.

In vergelijking met het totaal aantal dossiers ingevoerd door alle soorten voorzieningen in Binc (22.705 dossiers), blijkt dat pleegzorg 31% vertegenwoordigt van de door Jongerenwelzijn erkende en vergunde organisaties. Dat is vergelijkbaar met 2015 (32%).

Een dossier is een aaneengesloten periode van hulpverlening in eenzelfde voorziening voor een pleegkind of pleeggast. Een pleegkind of pleeggast kan opeenvolgend of tegelijk in verschillende organisaties meerdere dossiers hebben. Daarom is het zinvol te kijken naar het aantal unieke pleegkinderen of pleeggasten die worden geregistreerd.

Voor alle soorten voorzieningen die registreren in Binc, zijn er in totaal 18.847 unieke kinderen en jongeren (ten opzichte van 22.705 dossiers). Voor de diensten voor pleegzorg is dit een totaal van 7.012 unieke minderjarigen (ten opzichte van 7.189 dossiers). Dit betekent een stijging ten opzichte van 2015. Toen zijn:  

  • 6.534 unieke minderjarigen en 6.761 dossiers geregistreerd door de diensten voor pleegzorg;
  • in totaal 17.599 unieke minderjarigen en 21.099 dossiers geregistreerd.
Tabel: Aantal dossiers  en aantal unieke kinderen en jongeren pleegzorg  (RTJ en NRTJ)
(teleenheid: dossiers, unieke pleegkinderen en -gasten)
  Opgestarte dossiers Afgesloten dossiers Alle dossiers
Dossiers 1.534 1.055 7.189
Unieke cliënten 1.460 1.009 7.012
(Bron: Domino-BINC)

Specifieke gegevens over kinderen en jongeren die niet-rechtstreeks toegankelijke hulp krijgen in pleegzorg

In 2016 worden 719 dossiers afgesloten binnen de diensten voor pleegzorg met minimaal 1 niet-rechtstreeks toegankelijke module. Dit voor 705 unieke pleegkinderen en -gasten, wat betekent dat een klein deel van hen twee of meerdere dossiers heeft in het niet-rechtstreeks toegankelijke aanbod van de diensten voor pleegzorg. Het totaal aantal afgesloten dossiers vergeleken met alle pleegzorgdossiers geregistreerd in 2016 (7.189), toont dat slechts een klein deel is afgesloten.

Tabel: Aantal afgesloten dossiers en unieke pleegkinderen en -gasten met een afgesloten dossier pleegzorg NRTJ
(teleenheid: dossiers, unieke pleegkinderen en -gasten)
Dossiers 719
Unieke cliënten 705
(Bron: Domino-BINC)

In de meeste afgesloten dossiers is er geen gelijktijdige combinatie met een ander gemoduleerd aanbod binnen integrale jeugdhulp (68%). Vindt doorheen het traject van een pleegkind of pleeggast wel een combinatie met een ander gemoduleerd aanbod plaats, dan is dat meestal met een andere voorziening erkend of vergund door Jongerenwelzijn (24%).

Aangezien er meerdere antwoordmogelijkheden zijn, is het totaal in deze tabel groter dan het aantal dossiers. Het totaal weergegeven in de tabel is niet gelijk aan de som van de aparte categorieën, omdat het aantal unieke dossiers is weergegeven.

Tabel: Aantal afgesloten dossiers naar combinatie gemoduleerd aanbod pleegzorg NRTJ
(teleenheid: unieke dossiers)
Combinatie met: pleegzorg %*
CAW 1 0,1%
 CGG 9 1,3%
 CLB 15 2,1%
 JWZ 169 23,5%
K&G 14 1,9%
 VAPH 17 2,4%
Crisishulpprogramma 10 1,4%
 Onbekend 0 0,0%
 Niet van toepassing 490 68,2%
 Geen eindregistratie beschikbaar 18 2,5%
Totaal* 719  
(Bron: Domino-BINC)
*Door het werken met unieke aantallen per categorie, is het totaal niet gelijk aan de som van de aparte categorieën en zijn de percentages opgeteld niet 100%.

De meeste pleegkinderen en -gasten die een aanbod nodig hebben binnen het niet-rechtstreeks toegankelijke aanbod van de diensten voor pleegzorg, zijn ofwel tussen 0 en 5 jaar, ofwel tussen 12 en 17 jaar bij instroom. De tabel toont het aantal unieke pleegkinderen en -gasten met leeftijd bij opstart van het dossier.

Het merendeel krijgt een aanbod in de provincie Antwerpen. Het kleinste aandeel van de dossiers bevindt zich in Limburg.

Tabel: Aantal unieke pleegkinderen en -gasten in pleegzorg - NRTJ per leeftijdscategorie (afgesloten dossiers)
(teleenheid: unieke pleegkinderen en -gasten)
  Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant -Brussel West-Vlaanderen Totaal* %*
0-5 jaar 99 24 64 27 37 251 35,6%
6-11 jaar 68 17 31 18 27 161 22,8%
12-17 jaar 97 32 52 25 50 256 36,3%
18-21 jaar 11 3 1 2 8 24 3,4%
> 21 jaar 5 3 2 1 6 17 2,4%
Onbekend 1 0 0 1 0 2 0,3%
Totaal* 276 79 150 74 128 705  
%* 39,1% 11,2% 21,3% 10,5% 18,2%    
(Bron: Domino-BINC)
*Door het werken met unieke aantallen per categorie, is het totaal niet gelijk aan de som van de aparte categorieën en zijn de percentages opgeteld niet 100%.

84% van de aanmeldingen gebeurt via de toegangspoort. Het is ook mogelijk dat een dossier start met een rechtstreeks toegankelijke module en dat in de loop van het traject niet-rechtstreeks toegankelijke modules worden toegevoegd. In deze niet-rechtstreeks toegankelijke dossiers gebeurt de aanmelding het vaakst vanuit de jeugdrechtbank (7%) of het VAPH (3%).

Tabel: Overzicht aanmelders voor pleegzorg - NRTJ (afgesloten dossiers)
(teleenheid: aantal unieke dossiers)
Aanmelder Aantal dossiers %
CAW 2 0,3%
CGG 0 0,0%
CLB 3 0,4%
JWZ 2 0,3%
K&G 1 0,1%
VAPH 22 3,1%
OCJ 11 1,5%
VK 0 0,0%
Jeugdrechtbank 50 7,0%
Politie/parket 1 0,1%
Crisismeldpunt 0 0,0%
School 0 0,0%
Prive-psycholoog/psychiater 0 0,0%
Huisarts 0 0,0%
Pleegkind/pleeggast/gezin 9 1,3%
Pleeggezin 7 1,0%
Toegangspoort 603 83,9%
Andere 8 1,1%
Totaal 719  
(Bron: Domino-BINC)

De gemiddelde begeleidingsduur van de afgesloten dossiers met minimaal 1 niet-rechtstreeks toegankelijke module bij een dienst voor pleegzorg is 1.501 dagen:

  • 18% van de dossiers heeft een begeleidingsduur van maximaal 6 maanden;
  • 15% tussen 6 maanden en 1 jaar;
  • 17% tussen 1 en 2 jaar;
  • 50% langer dan 2 jaar.
Tabel: Begeleidingsduur in pleegzorg – NRTJ (van afgesloten dossiers)
(teleenheid: aantal dossiers)
Begeleidingsduur (dagen) Aantal dossiers %
0-28 23 3,2%
29-60 29 4,0%
61-120 46 6,4%
121-180 33 4,6%
181-365 105 14,6%
366-730 120 16,7%
>730 363 50,5%
Totaal 719 100,0%
(Bron: Domino-BINC)

Aangezien deze dossiers zowel rechtstreeks toegankelijke als niet-rechtstreeks toegankelijke modules bevatten, worden beide in deze tabel getoond. Elke verblijfsmodule van pleegzorg wordt gecombineerd met een begeleidingsmodule.

Het aantal begeleidingsmodules moet in principe gelijk zijn aan het aantal verblijfsmodules binnen een bepaalde typemodule (bv. het aantal dossiers begeleiding ondersteunende pleegzorg is de som van de aantallen binnen ondersteunend korte duur en deze van ondersteunend lage frequentie). Indien hier toch verschillen zijn (bv. het verschil tussen het aantal dossiers bij begeleiding crisispleegzorg en bij verblijf crisispleegzorg), is dit enkel te wijten aan een registratiefout.

Behandelingspleegzorg wordt steeds ingezet in combinatie met een perspectiefzoekende of perspectiefbiedende module. De meeste modules perspectiefzoekende pleegzorg worden afgerond tussen 6 maanden en 1 jaar, wat ook de bedoeling is. De modules perspectiefbiedende pleegzorg hebben de langste verblijfsduur. Deze modules hebben als doel continuïteit te geven aan het pleegkind of de pleeggast, en worden dan ook langdurig ingezet.

Tabel: Gemiddelde duur in dagen per typemodule in pleegzorg – NRTJ (van afgesloten dossiers)
(teleenheid: unieke pleegkinderen en -gasten)
  bglduur: 0-14  bglduur: 15-28  bglduur: 29-60  bglduur: 61-120  bglduur: 121-180  bglduur: 181-365  bglduur: 366-730  bglduur: meer dan 730  Totaal* %*
Begeleiding voor pleeggezinnen, gezinnen, pleegkinderen of pleeggasten [crisispleegzorg] 67 0 0 0 0 0 0 0 67 9,5%
Begeleiding voor pleeggezinnen, gezinnen, pleegkinderen of pleeggasten [ondersteunende pleegzorg] 18 6 22 21 9 16 2 1 76 10,8%
Begeleiding voor pleeggezinnen, gezinnen, pleegkinderen of pleeggasten [perspectiefbiedende pleegzorg] 23 19 45 82 73 140 194 156 533 75,6%
Begeleiding voor pleeggezinnen, gezinnen, pleegkinderen of pleeggasten [perspectiefzoekende pleegzorg] 18 23 34 64 56 138 12 0 289 41,0%
Crisisverblijf in een pleeggezin 68 1 0 0 0 0 0 0 69 9,8%
Verblijf in een pleeggezin [ondersteunend - korte duur] 17 4 22 9 5 5 0 0 55 7,8%
Verblijf in een pleeggezin [ondersteunend - lage frequentie] 4 3 0 10 4 11 2 0 27 3,8%
Verblijf in een pleeggezin [perspectiefbiedend - hoge frequentie] 22 19 40 80 69 132 191 155 522 74,0%
Verblijf in een pleeggezin [perspectiefbiedend - lage frequentie] 2 0 6 7 5 9 3 1 26 3,7%
Verblijf in een pleeggezin [perspectiefzoekend] 18 23 34 63 56 138 12 0 288 40,9%
Behandeling in het kader van pleegzorg 4 6 26 38 38 53 15 2 144 20,4%
Totaal* 110 48 96 152 129 251 208 156 705  
%* 15,6% 6,8% 13,6% 21,6% 18,3% 35,6% 29,5% 22,1%    
(Bron: Domino-BINC)
*Door het werken met unieke aantallen per categorie, is het totaal niet gelijk aan de som van de aparte categorieën en zijn de percentages opgeteld niet 100%.

Centra integrale gezinszorg

Algemeen

De centra voor integrale gezinszorg (CIG) zorgen voor de begeleiding en het verblijf van ouders (al dan niet alleenstaand) en hun kinderen, en van aanstaande ouders, bij wie de gezinscohesie, de zorg voor de komende generatie en de maatschappelijke integratie in het gedrang komen of al verstoord zijn. De opvang en begeleiding door de CIG is gericht op het verbeteren van de opvoedingscontext en van de relationele, individuele, familiale en maatschappelijke context en heeft finaal als doel de maatschappelijke integratie.

De CIG zijn erkend op basis van de typemodules contextbegeleiding, verblijf van gemiddeld één tot drie nachten per week en verblijf van gemiddeld vier tot zeven nachten per week. De CIG bieden ook kortdurend crisisverblijf aan. Daarnaast hebben verschillende CIG een engagement in de crisisnetwerken, in de vorm van modules crisisopvang en/of crisisbegeleiding. Deze modules kunnen enkel ingezet worden op verwijzing van het crisismeldpunt.

De erkende capaciteit voor de CIG wordt uitgedrukt in inzetbare modules. De capaciteit is in 2016 dezelfde gebleven als in 2015.

Tabel: Erkende capaciteit in modules CIG
(teleenheid: aantal erkende modules)
  31/12/2015 31/12/2016
Verblijf voor (aanstaande) ouder(s) en kind(eren) - NRTJ 126 126
CB voor (aanstaande) ouder(s) en kind(eren) - RTJ 223 223
(Bron: Domino-BINC)

De bezettingsgraad geeft aan in welke mate de totale capaciteit van een module daadwerkelijk bezet wordt gedurende een bepaalde periode. Dit percentage wordt bepaald door de effectieve inzet te delen door de beschikbare capaciteit in die periode.

De CIG hebben in 2016 een gemiddelde bezetting van 92%. De bezetting van verblijf en van contextbegeleiding zijn eveneens 92%. De bezetting is met 1% gestegen ten opzichte van vorig jaar, door een iets hogere bezetting van de verblijfsmodule.

Tabel: Bezetting CIG
  2015 2016
CIG 91% 92%
Verblijf voor (aanstaande) ouder(s) en kind(eren)  90% 92%
CB voor (aanstaande) ouder(s) en kind(eren) - RTJ 92% 92%
(Bron: Domino-BINC)

In 2016 zijn in totaal 446 dossiers door de CIG geregistreerd. 235 dossiers zijn opgestart en 241 dossiers zijn afgesloten.

In vergelijking met het totaal aantal dossiers ingevoerd door alle soorten voorzieningen in Binc (22.705 dossiers), blijkt dat de CIG 2% vertegenwoordigen. Dit is gelijk aan 2015. 

Een dossier is een aaneengesloten periode van hulpverlening in eenzelfde voorziening voor een kind of jongere. Die kan - opeenvolgend of tegelijk - in verschillende organisaties meerdere dossiers hebben. Vandaar dat het zinvol is te kijken naar het aantal unieke minderjarigen die zijn geregistreerd.

Voor alle soorten voorzieningen die registreren in Binc, zijn er in totaal 18.847 unieke kinderen en jongeren (ten opzichte van 22.705 dossiers). Voor de CIG is dit een totaal van 432 unieke minderjarigen (ten opzichte van 446 dossiers). Dat betekent een daling t.o.v. 2015. Toen zijn er:

  • 451 unieke minderjarigen en 460 dossiers geregistreerd door de CIG;
  • in totaal 17.599 unieke minderjarigen en 21.099 dossiers geregistreerd.
Tabel: Aantal dossiers en aantal unieke kinderen en jongeren CIG  (RTJ en NRTJ)
(teleenheid: dossiers, unieke kinderen en jongeren)
  Opgestarte dossiers Afgesloten dossiers Alle dossiers
Dossiers 235 241 446
Unieke cliënten 227 235 432
(Bron: Domino-BINC)

Specifieke gegevens over kinderen en jongeren die niet-rechtstreeks toegankelijke hulp krijgen in een CIG

Aangezien een verblijfsmodule altijd wordt ingezet in combinatie met een module contextbegeleiding, zijn de meeste dossiers in dit deel steeds een mengvorm van RTJ- en NRTJ- modules.

In 2016 zijn 144 dossiers afgesloten binnen het niet-rechtstreeks toegankelijke aanbod van de CIG. Dit voor 143 unieke kinderen en jongeren, wat betekent dat één minderjarige twee dossiers had. Vergeleken met het aantal afgesloten dossiers binnen het rechtstreeks toegankelijke aanbod van de CIG, zijn een derde meer dossiers binnen het niet-rechtstreeks toegankelijke dan binnen het rechtstreeks toegankelijke aanbod afgesloten in 2016.

Tabel: Aantal afgesloten dossiers en unieke kinderen en jongeren met een afgesloten dossier CIG NRTJ
(teleenheid: dossiers / unieke kinderen en jongeren)
Dossiers 144
Unieke cliënten 143
(Bron: Domino-BINC)

In de meeste afgesloten dossiers is er geen gelijktijdige combinatie met een ander gemoduleerd aanbod binnen integrale jeugdhulp (69%). Vindt doorheen het traject van een kind of jongere wel een combinatie met een ander gemoduleerd aanbod plaats, is dat meestal met een andere voorziening erkend of vergund door Jongerenwelzijn (22%). Aangezien er meerdere antwoordmogelijkheden zijn, is het totaal in deze tabel groter dan het aantal dossiers. Het totaal weergegeven in de tabel is niet gelijk aan de som van de aparte categorieën, omdat het aantal unieke dossiers is weergegeven. 

Tabel: Aantal afgesloten dossiers naar combinatie gemoduleerd aanbod CIG NRTJ
(teleenheid: unieke dossiers)
Combinatie met: CIG %*
CAW 2 1,4%
 CGG 4 2,8%
 CLB 0 0,0%
 JWZ 31 21,5%
K&G 13 9,0%
 VAPH 4 2,8%
Crisishulpprogramma 2 1,4%
Onbekend 0 0,0%
Niet van toepassing 99 68,8%
Geen eindregistratie beschikbaar 0 0,0%
Totaal* 144  
(Bron: Domino-BINC)
*Door het werken met unieke aantallen per categorie, is het totaal niet gelijk aan de som van de aparte categorieën en zijn de percentages opgeteld niet 100%.

De meeste kinderen en jongeren die een niet-rechtstreeks toegankelijk aanbod nodig hebben binnen een CIG, zijn tussen 0 en 5 jaar bij instroom. 3,5% van de dossiers is voor een ongeboren kind. Ook voor hen wordt een dossier opgemaakt, aangezien zij meetellen voor de bezetting van de organisatie.

De tabel toont het aantal unieke kinderen en jongeren met leeftijd bij opstart van het dossier.

Het merendeel krijgt een aanbod in de provincie Antwerpen. In Oost-Vlaanderen wordt het minst aantal minderjarigen begeleid binnen het niet-rechtstreeks toegankelijke aanbod van een CIG.

Tabel: Aantal unieke kinderen en jongeren in CIG - NRTJ per leeftijdscategorie (afgesloten dossiers)
(teleenheid: unieke kinderen en jongeren)
  Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant -Brussel West-Vlaanderen Totaal* %*
0-5 jaar 44 16 4 17 25 106 74,1%
6-11 jaar 1 0 0 5 1 7 4,9%
12-17 jaar 11 0 6 1 6 24 16,8%
18-21 jaar 0 0 0 0 1 1 0,7%
Ongeboren 1 0 0 0 4 5 3,5%
Totaal* 57 16 10 23 37 143  
%* 39,9% 11,2% 7,0% 16,1% 25,9%    
(Bron: Domino-BINC)
*Door het werken met unieke aantallen per categorie, is het totaal niet gelijk aan de som van de aparte categorieën en zijn de percentages opgeteld niet 100%.

84% van de aanmeldingen gebeurt via de toegangspoort. Dat betekent dat 84% van de dossiers  ook effectief start met een verblijfsmodule, gecombineerd met een module contextbegeleiding. Het is ook mogelijk dat een dossier start met een module contextbegeleiding of crisisaanbod en dat in de loop van het traject een verblijfsmodule wordt toegevoegd. In deze dossiers gebeurt de aanmelding het vaakst door een ‘andere’ aanmelder (4%).

Tabel: Overzicht aanmelders voor CIG - NRTJ (afgesloten dossiers)
(teleenheid: aantal unieke dossiers)
Aanmelder Aantal dossiers %
CAW 2 1,4%
CGG 0 0,0%
CLB 0 0,0%
JWZ 2 1,4%
K&G 2 1,4%
VAPH 1 0,7%
OCJ 0 0,0%
VK 0 0,0%
Jeugdrechtbank 2 1,4%
Politie/parket 0 0,0%
Crisismeldpunt 4 2,8%
School 0 0,0%
Prive-psycholoog/psychiater 0 0,0%
Huisarts 0 0,0%
Jongere/gezin 4 2,8%
Pleeggezin 0 0,0%
Toegangspoort 121 84,0%
Andere 6 4,2%
Totaal 144  
(Bron: Domino-BINC)

De gemiddelde begeleidingsduur van de afgesloten dossiers met minimaal 1 verblijfsmodule bij een CIG is 304 dagen:

  • 63% van de dossiers wordt afgesloten binnen het jaar;
  • 33% van de dossiers heeft een begeleidingsduur tussen 1 en 2 jaar.
Tabel: Begeleidingsduur in CIG – NRTJ (van afgesloten dossiers)
(teleenheid: aantal dossiers)
Begeleidingsduur (dagen) Aantal dossiers %
0-28 10 6,9%
29-60 9 6,3%
61-120 25 17,4%
121-180 9 6,3%
181-365 38 26,4%
366-730 47 32,6%
>730 6 4,2%
Totaal 144 100,0%
(Bron: Domino-BINC)

Aangezien deze dossiers zowel rechtstreeks toegankelijke als niet-rechtstreeks toegankelijke modules bevatten, worden beide in deze tabel getoond. Een dossier kan meerdere modules bevatten, daarom is de som van de aparte categorieën niet gelijk aan het totaal en zijn de percentages opgeteld niet 100%.

De crisismodules hebben allemaal een korte duurtijd.

Het grootste aandeel is de module contextbegeleiding voor (aanstaande) ouder(s) en kind(eren). In 37% van de dossiers duurt deze module tussen 6 maanden en 1 jaar.

De module verblijf voor (aanstaande) ouder(s) en kind(eren) is de verblijfsmodule die het meest wordt ingezet, meestal met een duurtijd tussen 6 maanden en 1 jaar.

Tenslotte kan de module verblijf in functie van gezinsopname ingezet worden voor minderjarigen die mee verblijven in het CIG bij een ander gezinslid voor wie een niet-rechtstreeks toegankelijke verblijfsmodule wordt ingezet. Deze module is inzetbaar sinds 1 maart 2016 en is in 10% van de dossiers ingezet.

Tabel: Gemiddelde duur per typemodule in CIG – NRTJ (van afgesloten dossiers)
(teleenheid: unieke kinderen en jongeren)
  bglduur: 0-14  bglduur: 15-28  bglduur: 29-60  bglduur: 61-120  bglduur: 121-180  bglduur: 181-365  bglduur: 366-730  bglduur: meer dan 730  Totaal* %*
CB voor (aanstaande) ouder(s) en kind(eren) 13 9 23 40 20 53 36 1 142 99,3%
Crisisverblijf (op verwijzing crisismeldpunt) 2 0 0 0 0 0 0 0 2 1,4%
Kortdurend crisisverblijf 3 1 0 0 0 0 0 0 4 2,8%
Verblijf voor (aanstaande) ouder(s) en kind(eren) (hoge frequentie) rechtstreeks toegankelijk. 2 1 4 5 2 1 0 0 15 10,5%
Verblijf voor (aanstaande) ouder(s) en kind(eren) (hoge frequentie) 6 5 16 31 13 46 30 1 138 96,5%
Verblijf voor (aanstaande) ouder(s) en kind(eren) (lage frequentie) 0 1 2 1 0 2 4 0 10 7,0%
Totaal* 16 9 23 40 20 53 36 1 143  
%* 11,2% 6,3% 16,1% 28,0% 14,0% 37,1% 25,2% 0,7%    
(Bron: Domino-BINC)
*Door het werken met unieke aantallen per categorie, is het totaal niet gelijk aan de som van de aparte categorieën en zijn de percentages opgeteld niet 100%.

Onthaal-, oriëntatie- en observatiecentra (OOOC)

Algemeen

Onthaal-, oriëntatie- en observatiecentra (OOOC) zijn erkend voor de modules:

  • handelingsgerichte diagnostiek;
  • verblijf in het kader van diagnostiek met gemiddeld één tot drie nachten;
  • verblijf met gemiddeld vier tot zeven nachten;
  •  kortdurend crisisverblijf.

Alle dossiers stromen in via de toegangspoort, aangezien alle modules niet-rechtstreeks toegankelijk zijn. Met uitzondering van de crisisdossiers, die stromen in via het crisismeldpunt of time-out-dossiers, waarbij tussen voorzieningen afspraken worden gemaakt voor tijdelijke opvang van een kind of jongere.

De handelingsgerichte en dialooggestuurde diagnostiek van een OOOC is een interdisciplinair besluitvormingsproces, waarbij - op een wetenschappelijk onderbouwde manier - informatie wordt verzameld over de aangemelde problematische leefsituatie om een antwoord te krijgen op volgende vragen:

  • Wat is er aan de hand? Wat is de aard van de problemen die door het kind of de jongere en de gezinscontext worden aangemeld?
  • Waarom is dit aan de hand? Waarom doen deze problemen zich op dit moment voor?
  • Wat kan gebeuren om de gesignaleerde problemen te verminderen of te verhelpen en om tot een meer kansen biedende opvoedingssituatie te komen? Welke stappen hebben kind, jongere en gezinscontext reeds ondernomen om tot een verandering in de situatie te komen? Welke ondersteuning hebben zij hierbij nodig?

Aan de hand van diagnostiek komt een OOOC tot een handelingsgericht advies.

Daarnaast hebben alle OOOC een engagement in de crisisnetwerken, onder de vorm van modules crisisopvang en/of crisisbegeleiding. Deze modules kunnen enkel ingezet worden op verwijzing van het crisismeldpunt. Het crisisaanbod van de OOOC zit vervat in hun diagnostiek- en verblijfsmodules. De specifieke cijfergegevens hiervan komen aan bod in het deel over de crisisjeugdhulp.

De erkende capaciteit voor de OOOC wordt uitgedrukt in inzetbare modules. De capaciteit van de OOOC is vergelijkbaar met 2015.

Tabel: Erkende capaciteit in modules OOOC
(teleenheid: aantal erkende modules)
  31/12/2015 31/12/2016
OOOC verblijf in het kader van diagnostiek (NRTJ) 256 256
OOOC diagnostiek in het kader van een problematische leefsituatie (NRTJ) 354 354
(Bron: Domino-BINC)

De bezettingsgraad geeft aan in welke mate de totale capaciteit - van een module - daadwerkelijk bezet wordt gedurende een bepaalde periode. Dit percentage wordt bepaald door de effectieve inzet te delen door de beschikbare capaciteit in die periode.

De gemiddelde bezetting van de OOOC is 89% (- 1% in vergelijking met 2015). De bezetting van de module diagnostiek is dezelfde gebleven (89%), de bezetting van verblijf kent een kleine daling van 91% in 2015 naar 88% in 2016.

Tabel: Bezetting OOOC
  2015 2016
OOOC 90% 89%
Diagnostiek in het kader van de bijzondere jeugdbijstand 89% 89%
Verblijf 91% 88%
(Bron: Domino-BINC)

In 2016 zijn in totaal 1.857 dossiers door OOOC geregistreerd. 1.553 dossiers zijn opgestart en 1.515 dossiers zijn afgesloten.

Het aantal dossiers van de OOOC vergeleken met het totaal aantal dossiers ingevoerd door alle soorten voorzieningen in Binc (22.705 dossiers), toont aan dat de OOOC 8% vertegenwoordigen. Dit is vergelijkbaar met 2015.

Een dossier is een aaneengesloten periode van hulpverlening in eenzelfde voorziening voor een kind of jongere. Deze kan opeenvolgend of tegelijk in verschillende organisaties meerdere dossiers hebben. Daarom is het zinvol ook te kijken naar het aantal unieke kinderen en jongeren die zijn geregistreerd.

Voor alle soorten voorzieningen die registreren in Binc is er een totaal van 18.847 unieke minderjarigen (ten opzichte van 22.705 dossiers). Voor de OOOC is dit een totaal van 1.576 unieke kinderen en jongeren (ten opzichte van 1.857 dossiers). Dit betekent een kleine stijging ten opzichte van 2015. Toen werden er:

  • 1.538 unieke minderjarigen en 1.712 dossiers geregistreerd door de OOOC;
  • in totaal 17.599 unieke minderjarigen en 21.099 dossiers geregistreerd.   
Tabel: Aantal dossiers en aantal unieke kinderen en jongeren in een OOOC  (RTJ en NRTJ)
(teleenheid: dossiers / unieke kinderen en jongeren)
  Opgestarte dossiers Afgesloten dossiers Alle dossiers
Dossiers 1.553 1.515 1.857
Unieke cliënten 1.299 1.305 1.576
(Bron: Domino-BINC)

Specifieke gegevens over kinderen en jongeren die niet-rechtstreeks toegankelijke hulp krijgen in een OOOC

Alle in 2016 afgesloten dossiers van de OOOC, met uitzondering van de zuivere crisisdossiers, worden hier weergegeven. Een verblijfsmodule wordt altijd ingezet in combinatie met een module diagnostiek. Diagnostiek kan ook afzonderlijk worden ingezet. Een dossier kan een combinatie van verblijf en diagnostiek zijn of enkel diagnostiek.

In 2016 zijn 1.045 dossiers afgesloten binnen de OOOC. Dit voor 1.012 unieke kinderen en jongeren, wat betekent dat een klein deel van hen twee of meerdere dossiers heeft binnen de OOOC. 

Tabel: Aantal afgesloten dossiers en unieke kinderen en jongeren met een afgesloten dossier OOOC NRTJ
(teleenheid: dossiers / unieke kinderen en jongeren)
Dossiers 1.045
Unieke cliënten 1.012
(Bron: Domino-BINC)

In de meeste afgesloten dossiers is er geen gelijktijdige combinatie met een ander gemoduleerd aanbod binnen integrale jeugdhulp (74%). Vindt doorheen het traject van een kind of jongere wel een combinatie met een ander gemoduleerd aanbod plaats, dan is dat meestal met een andere voorziening erkend of vergund door Jongerenwelzijn (16%). Aangezien er meerdere antwoordmogelijkheden zijn, is het totaal in deze tabel groter dan het aantal dossiers. Het totaal weergegeven in de tabel is niet gelijk aan de som van de aparte categorieën, omdat het aantal unieke dossiers is weergegeven.

Tabel: Aantal afgesloten dossiers naar combinatie gemoduleerd aanbod OOOC NRTJ
(teleenheid: unieke dossiers)
Combinatie met: OOOC %*
CAW 11 1,1%
 CGG 21 2,0%
 CLB 41 3,9%
 JWZ 163 15,6%
K&G 17 1,6%
 VAPH 14 1,3%
 Crisishulpprogramma 4 0,4%
Onbekend 0 0,0%
Niet van toepassing 776 74,3%
Geen eindregistratie beschikbaar 32 3,1%
Totaal* 1.045  
(Bron: Domino-BINC)
*Door het werken met unieke aantallen per categorie, is het totaal niet gelijk aan de som van de aparte categorieën en zijn de percentages opgeteld niet 100%.

De meeste kinderen en jongeren die een beroep doen op een aanbod van een OOOC, zijn tussen 12 en 17 jaar bij instroom. De tabel toont het aantal unieke minderjarigen met leeftijd bij opstart van het dossier. 45% van hen krijgt een aanbod in de provincie Antwerpen. Het kleinst aantal kinderen en jongeren wordt begeleid door een OOOC in Limburg.

Tabel: Aantal unieke kinderen en jongeren in OOOC - NRTJ per leeftijdscategorie (afgesloten dossiers)
(teleenheid: unieke kinderen en jongeren)
  Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant -Brussel West-Vlaanderen Totaal* %*
0-5 jaar 51 8 11 17 19 106 10,5%
6-11 jaar 131 29 51 38 25 274 27,1%
12-17 jaar 268 72 127 68 96 630 62,3%
18-21 jaar 0 0 1 0 0 1 0,1%
Onbekend 3 0 0 0 0 3 0,3%
Totaal* 453 109 188 123 140 1.012  
%* 44,8% 10,8% 18,6% 12,2% 13,8%    
(Bron: Domino-BINC)
*Door het werken met unieke aantallen per categorie, is het totaal niet gelijk aan de som van de aparte categorieën en zijn de percentages opgeteld niet 100%.

De gemiddelde begeleidingsduur van de afgesloten dossiers binnen een OOOC is 131 dagen. Het grootste deel van de dossiers (44%) heeft een begeleidingsduur tussen 2 en 4 maanden. Volgens het handelingsgerichte protocol van de OOOC engageren zij zich om een advies af te leveren in functie van uitstroom binnen de 60 dagen. 68% van de dossiers heeft een langere duurtijd. Mogelijk wijst dit op een moeilijke doorstroom naar vervolghulpverlening.

Tabel: Begeleidingsduur in OOOC – NRTJ (van afgesloten dossiers)
(teleenheid: aantal dossiers)
Begeleidingsduur (dagen) Aantal dossiers %
0-28 83 7,9%
29-60 253 24,2%
61-120 461 44,1%
121-180 155 14,8%
181-365 82 7,8%
366-730 4 0,4%
>730 7 0,7%
Totaal 1.045 100%
(Bron: Domino-BINC)

In principe moeten crisisdossiers en dossiers met een regulier aanbod in de OOOC als aparte dossiers geregistreerd worden. De  registratie toont aan dat dit niet steeds zo gebeurt. Dit maakt dat deze tabel zowel crisis- als reguliere modules toont. De crisismodules hebben uiteraard steeds een korte duurtijd. De module diagnostiek wordt het vaakst ingezet, aangezien elke verblijfsmodule gecombineerd wordt met een module diagnostiek en ook afzonderlijk inzetbaar is.

Tabel: Gemiddelde duur in dagen per typemodule in OOOC – NRTJ (van afgesloten dossiers)
(teleenheid: unieke kinderen en jongeren)
  bglduur: 0-14  bglduur: 15-28  bglduur: 29-60  bglduur: 61-120  bglduur: 121-180  bglduur: 181-365  bglduur: 366-730  bglduur: meer dan 730  Totaal* %*
Crisisbegeleiding (op verwijzing crisismeldpunt) 28 5 2 0 0 0 0 0 35 3,5%
Crisisverblijf (op verwijzing crisismeldpunt) 54 14 2 0 0 0 0 0 69 6,8%
Crisisinterventie (op verwijzing crisismeldpunt) 2 0 0 0 0 0 0 0 2 0,2%
Kortdurend crisisverblijf 15 1 0 0 0 0 0 0 16 1,6%
Verblijf in functie van diagnostiek (hoge frequentie) 68 38 200 280 104 58 2 0 693 68,5%
Verblijf in functie van diagnostiek (lage frequentie) 5 3 8 3 1 1 0 0 21 2,1%
Diagnostiek in het kader van de bijzondere jeugdbijstand 96 81 377 463 117 62 2 0 1.005 99,3%
Totaal* 158 93 380 463 117 62 2 0 1.012  
%* 15,6% 9,2% 37,5% 45,8% 11,6% 6,1% 0,2% 0,0%    
(Bron: Domino-BINC)
*Door het werken met unieke aantallen per categorie, is het totaal niet gelijk aan de som van de aparte categorieën en zijn de percentages opgeteld niet 100%.