Contact  |

Intersectorale toegangspoort - Indicatiestelling

Op 1 maart 2014 gaat in heel Vlaanderen de intersectorale toegangspoort (ITP) van start (na de opstart van voorstartregio Oost-Vlaanderen op 16 september 2013). Deze regelt voor alle sectoren van integrale jeugdhulp de toegang tot de niet-rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp (NRTJ).

Het proces van de toegangspoort

  • Als een kind of jongere een ondersteuningsnood heeft naar NRTJ, vult de contactpersoon-aanmelder samen met hem een A-document in.
  • Het A-document gaat elektronisch naar de ITP van de regio waar de minderjarige gedomicilieerd is.
  • Het proces van indicatiestelling resulteert in het afleveren van een indicatiestellingsverslag met de typemodules die een antwoord bieden op de ondersteuningsnood. Het verslag vermeldt dus op welke soort hulp het kind of de jongere recht heeft en tot wanneer.
  • De aanvraag stroomt door naar jeugdhulpregie. Daar wordt de match gemaakt tussen de vraag (‘geïndiceerde typemodules’) en het aanbod (‘de voorzieningen die een hulpaanbod aanbieden’). Jeugdhulpregie gaat samen met de contactpersoon-aanmelder en ouders op zoek waar het kind of de jongere terecht kan voor deze hulp.
  • Aanmeldingen vanuit de sociale dienst van de jeugdrechtbank stromen rechtstreeks door naar jeugdhulpregie.

Leeswijzer

  • De meeste tabellen vermelden voor elke categorie en voor elk (sub)totaal het unieke aantal kinderen en jongeren. Eén minderjarige kan in meerdere categorieën voorkomen, zodat het sub- of eindtotaal niet gelijk is aan de som van de onderliggende categorieën. De percentages worden ook steeds per categorie t.a.v. het totaal aantal unieke kinderen en jongeren weergegeven. Dit betekent dat het eindtotaal (100%) niet gelijk is aan de som van de onderliggende percentages.
  • De weergegeven handicapcodes zijn zowel deze toegekend door de intersectorale toegangspoort als de ‘oude’, toegekend door de Provinciale Evaluatie Commissie (voor dossiers overgedragen door het VAPH bij de opstart van de toegangspoort).
  • Kinderen en jongeren met een hulpvraag naar handicap-specifieke, niet-rechtstreeks toegankelijk jeugdhulp starten steeds met al hun typemodules en kunnen eens ingestroomd ook schakelen tussen hulp. Daarom kan niet eenduidig worden getoond welke hulp er daadwerkelijk wordt gevraagd of ingezet.

Aanvragen bij de intersectorale toegangspoort

In 2017 zijn bij de intersectorale toegangspoort 16.369 A-documenten ingediend voor 12.455 kinderen en jongeren. Geen enkel kind of jongere stelt rechtstreeks een hulpvraag aan de toegangspoort, 2 kinderen of jongeren hebben contact met het team indicatiestelling.

Voor eenzelfde kind of jongere kunnen in één jaar tijd meerdere A-documenten worden ingediend. Ook kan deze in twee leeftijdscategorieën zijn meegeteld, namelijk als hij jarig was tussen aanvraag 1 en 2. In het totaal is hij echter slechts 1 keer geteld.

De grootste groep minderjarigen voor wie in 2017 een A-document is ingediend, is tussen 12 en 17 jaar (n=5.695; 45,7%). Dit ligt in dezelfde lijn als in 2016 (n= 5.972; 47,4%).

Tabel: Aanvragen bij de ITP naar leeftijd
(teleenheid: unieke kinderen en jongeren)

  Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant & Brussel West-Vlaanderen Totaal %*
0-5 jaar 630 285 443 281 486 2.120 17,00%
6-11 jaar 962 491 771 504 735 3.459 27,80%
12-17 jaar 1.724 801 1.249 835 1.107 5.695 45,70%
18-21 jaar 421 176 320 166 284 1.367 11,00%
22- 25 jaar 4 2 13 5 6 30 0,20%
Totaal 3.664 1.732 2.746 1.771 2.573 12.455  
%* 29,40% 13,90% 22,00% 14,20% 20,70%    

(Bron: INSISTO)
* Door het werken met unieke aantallen per categorie, is het totaal niet gelijk aan de som van de aparte categorieën en zijn de percentages opgeteld niet 100%.

In 2017 is er voor een gelijkaardig aantal kinderen en jongeren een A document ingediend dan in 2016.

De aanmeldingen vanuit de sociale dienst van de jeugdrechtbank (n=3.684) ; de voorzieningen uit de rechtstreeks en niet-rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp in functie van verlenging of herindicatie van de hulp (n=3.761) en de multidisciplinaire teams (n=3.423) maken elk ongeveer ¼ van de aanmeldingen uit. Het aantal aanmeldingen vanuit de sociale dienst van de jeugdrechtbank is met 11,5% afgenomen t.o.v. 2016 (n=4.146).

Aanvragen vanuit de diensten voor pleegzorg zijn met 63,6% gestegen in 2017 (n=885) t.o.v. 2016 (n=541). Het betreft vooral vragen naar verlenging van de hulp. Deze stijging is deels omdat het gaat om vrijwillige pleegzorgvragen die in 2014 een geldigheid van 3 jaar kregen en nu opnieuw worden aangemeld. Er is ook een stijging van de perspectiefzoekende pleegzorg, waarbij er binnen de 6 maanden een herindicatie gebeurt.

Tabel: Aanvragen bij de ITP, naar aanmelder
(teleenheid: unieke kinderen en jongeren)

  Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant West-Vlaanderen Totaal %***
Totaal CAW 73 62 57 86 55 333 2,70%
BJB Crisishulp aan huis 0 0 4 2 0 6 0,00%
Centra voor integrale gezinszorg 11 4 4 3 15 37 0,30%
Organisatie voor bijzondere jeugdzorg met verblijf 429 180 319 211 316 1.451 11,60%
Organisaties voor bijzondere jeugdzorg zonder verblijf 42 6 16 41 44 149 1,20%
Pleegzorg 322 98 167 153 146 885 7,10%
Totaal BJB 795 287 506 409 519 2.511 20,20%
Totaal CGG 13 10 10 6 10 49 0,40%
K&G CKG 36 2 15 13 16 82 0,70%
Inloopteam 0 1 0 1 0 2 0,00%
Verpleegkundigen K&G 7 2 13 8 11 38 0,30%
Totaal K&G 43 5 28 22 27 122 1,00%
Totaal onderwijs   87 3 1 3 2 96 0,80%
VAPH MFC 171 82 171 72 191 687 5,50%
Thuisbegeleiding 3 2 2 5 4 16 0,10%
Totaal VAPH 174 84 173 77 195 703 5,60%
Totaal voorzieningen   1.171 442 770 595 794 3.761 30,20%
Totaal sociale dienst jeugdrechtbank   1.273 478 761 527 658 3.684 29,60%
MDT COS 34 6 25 23 17 105 0,80%
GGZ 2 0 0 0 0 2 0,00%
OBC 85 49 13 12 15 174 1,40%
Diensten gespecialiseerde voorlichting bij beroepskeuze 1 45 0 4 0 50 0,40%
CLB 365 206 634 264 547 2.001 16,20%
Mutualiteit 285 110 118 113 108 734 5,90%
Kinderpsychiatrie 37 38 7 13 12 107 0,90%
Revalidatie 46 21 107 59 60 293 2,40%
Totaal MDT 844 466 892 479 743 3.423 27,50%
GV Ondersteuningscentrum Jeugdzorg 423 374 360 179 448 1.780 14,30%
Vertrouwenscentra Kindermishandeling** 42 20 82 39 32 215 1,70%
Totaal gemandateerde voorzieningen   465 394 442 218 480 1.995 16,00%
Totaal ITP* 36 51 11 8 15 121 1,00%
Andere Fedasil 5 0 0 8 1 14 0,10%
Internaat 2 0 0 4 3 9 0,10%
OCMW 0 0 1 0 0 1 0,00%
Totaal andere 7 0 1 12 4 24 0,20%
Eindtotaal   3.664 1.732 2.746 1.771 2.573 12.455  
%***   29,40% 13,90% 22,00% 14,20% 20,70%    

(Bron: INSISTO)
* Dit gaat over dossiers waarbij de aanmelder geen toegang heeft tot INSISTO en de toegangspoort zelf het A-document indient of over rechtzettingen door de ITP.
** De vertrouwenscentra kindermishandeling hebben zowel een reguliere als een gemandateerde werking. In INSISTO kunnen zij uitsluitend vanuit hun gemandateerde werking aanmelden.
*** Door het werken met unieke aantallen per categorie, is het totaal niet gelijk aan de som van de aparte categorieën en zijn de percentages opgeteld niet 100%.

Voor 12.176 (97,8%) unieke kinderen en jongeren is een gewoon A-document ingediend, voor 525 (4%) gaat het over een VIST. Dat is een bijzondere categorie van aanvragen voor een versnelde indicatiestelling en toewijzing.

Een VIST kan aangevraagd worden in situaties:

  • met een tekort aan aangeleverde diagnostiek;
  • waarin er vraag is naar een (intersectorale) time-out;
  • geïndiceerd vanuit het crisismeldpunt waarin er nood is aan snelle hulp;
  • waarin er specifieke acties worden aangevraagd voor de versterking van de draagkracht van de context van de jongere.

Met uitzondering van VIST voor specifieke acties, moeten de teams indicatiestelling  de VIST-aanvragen binnen de 5 werkdagen behandelen.  Onderstaande tabel geeft weer of de aanmelding bij de toegangspoort gebeurt via een gewoon A-document of via een versnelde indicatiestelling.

Er is een lichte daling van het aantal ingediende VIST vragen, doordat er meer specifieke acties worden ingediend met een A-document. De aanmelder kan kiezen om dit met een VIST of A-document te doen. MDT-aanmelders worden enkel vergoed voor een kwalitatief ingevuld A-document en niet voor een VIST, wat een verschuiving naar het A-document bevordert.

Tabel: Aanmeldingen bij de ITP, naar soort document
(teleenheid: unieke kinderen en jongeren)

  Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant West-Vlaanderen Totaal %*
A documenten 3.634 1.671 2.678 1.708 2.514 12.176 97,80%
VIST  73 125 126 104 97 525 4,20%
Totaal 3.664 1.732 2.746 1.771 2.573 12.455  
%* 29,42% 13,91% 22,05% 14,22% 20,66%    

(Bron: INSISTO)
* Door het werken met unieke aantallen per categorie, is het totaal niet gelijk aan de som van de aparte categorieën en zijn de percentages opgeteld niet 100%.

Indicatiestellingsverslagen

Van de 12.455 kinderen en jongeren die in 2017 aangemeld zijn bij de intersectorale toegangspoort, is voor 11.828 een indicatiestellingsverslag (ISV) afgeleverd.

Een aantal heeft op 31 december 2017 nog geen ISV. Dit gaat o.a. over kinderen en jongeren:

  • voor wie het A-document niet ontvankelijk was en voor wie nog geen nieuw A-document is ingediend;
  • voor wie pas eind december hulp is gevraagd;
  • voor wie bijkomende informatie is gevraagd.

Onderstaande tabel toont het aantal unieke kinderen en jongeren voor wie in 2017 een indicatiestellingsverslag is afgeleverd, naar combinatie van de sectoren en typemodules. Het gaat hier dus niet over combinaties in opgestarte hulp. Voor eenzelfde kind of jongere kunnen er meerdere indicatiestellingsverslagen zijn. Zo kan deze in eenzelfde jaar een indicatiestellingsverslag hebben met enkel een typemodule bijzondere jeugdbijstand en een indicatiestellingsverslag met combinatie bijzondere jeugdbijstand en onderwijs.

Voor 9.858 kinderen en jongeren (83,3%) is er een indicatiestellingsverslag met één of meerdere typemodules vanuit 1 sector. Voor 20,2% van de minderjarigen is er een indicatiestellingsverslag met een combinatie van sectoren. Dit is vergelijkbaar met 2016.

Tabel: Combinatie van hulp in het indicatiestellingsverslag
(teleenheid: unieke kinderen en jongeren)

  Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant West-Vlaanderen Totaal %**
AWW 1 0 0 0 0 1 0,00%
BJB 1.924 967 1.494 989 1.423 6.776 57,30%
KG 37 12 23 4 6 82 0,70%
VAPH 778 476 705 387 644 2.989 25,30%
Totaal 1 sector 2.773 1.448 2.219 1.382 2.098 9.858 83,30%
AWW-BJB 15 2 14 6 6 43 0,40%
BJB-OND 8 2 8 4 61 83 0,70%
BJB-KG 270 70 175 88 111 713 6,00%
BJB-VAPH 421 211 268 190 189 1.276 10,80%
OND-VAPH 8 1 8 7 19 43 0,40%
KG-VAPH 3 0 1 4 2 10 0,10%
Totaal 2 sectoren 724 285 473 298 386 2.162 18,30%
Totaal meer dan 2 sectoren 70 16 46 18 81 230 1,90%
N.v.t.* 17 13 10 17 17 74 0,60%
Eindtotaal 3.214 1.678 2.643 1.642 2.474 11.828  
%** 28,90% 14,20% 22,30% 13,90% 20,90%    

(Bron: INSISTO)
* N.v.t. geeft de indicatiestellingsverslagen weer waarin geen enkele typemodule NRTJ is weerhouden.
** Door  het werken met unieke aantallen per categorie, is het totaal niet gelijk aan de som van de aparte categorieën en zijn de percentages opgeteld niet 100%. 

Doorlooptijd in indicatiestelling

De doorlooptijd in indicatiestelling wordt gemeten tussen het moment van indienen van een A- document en het goedkeuren van het indicatiestellingsverslag.

Binnen de toegangspoort zijn er twee soorten dossiers:

  • besprekingsdossier: het voorstel van indicatiestelling wordt besproken door het indicatiestellingsteam, waarna de toegangspoort een teambeslissing neemt over de te indiceren hulp;
  • consensusdossier: het voorstel van indicatiestelling van de aanmelder wordt overgenomen en door de toegangspoort goedgekeurd als indicatiestellingsverslag. Het team indicatiestelling doet wel nog een regisseerbaarheidstoets.

Behalve vragen voor specifieke actie (SA), individuele materiële bijstand (IMB) en persoonlijke-assistentiebudget (PAB) worden MDT-dossiers algemeen als consensusdossiers beschouwd. De teams indicatiestelling bekijken deze dossiers niet meer inhoudelijk, maar voeren enkel een regisseerbaarheidstoets uit. Dat is een formele check op de regisseerbaarheid van de indicatiestelling: termijn, combinatie van typemodules, identificatiegegevens …

Bij de consensusdossiers is er in 2017 (n=3.617) een daling van 21% in vergelijking met 2016 (n=4.606). Bij de besprekingsdossiers is er in 2017 (n=5.333) een stijging (+31%) t.o.v. 2016 (n=4.059). De verhouding consensus/besprekingsdossier gaat van 50/50 in 2016 naar 40/60 in 2017. Nochtans zijn de vragen vanuit erkende MDT's niet gedaald in 2017. Een analyse van de cijfers van 2016 lijkt erop te wijzen dat een deel van de besprekingsdossiers die zijn ingediend door een erkend MDT (VIST SA, PAB, IMB) ten onrechte als consensusdossiers werden geregistreerd.

Bovendien is er een stijging van het aantal VIST SA, PAB en IMB vragen in 2017, wat allen besprekingsdossiers zijn en zich ook vertaalt in deze verhouding.

Aanmeldingen vanuit de sociale dienst van de jeugdrechtbank stromen rechtstreeks door naar jeugdhulpregie. Deze dossiers worden daarom in de berekening van de doorlooptijd indicatiestelling niet meegenomen. Zo blijven er 8.594 kinderen en jongeren over voor de berekening van de doorlooptijd.

Onderstaande tabel toont de gemiddelde doorlooptijd in indicatiestelling naar type dossier. De mate waarin een dossier niet meteen ontvankelijk is of bijkomende informatie moet worden opgevraagd – voor de regisseerbaarheidstoets bij consensusdossiers (bv. het opvragen van een advies rond de 1/3 kinderbijslag) of voor een inhoudelijke verrijking van besprekingsdossiers (bv. opvragen van bijkomende informatie voor de inhoudelijke beoordeling van een aanvraag) -, bepaalt mee de doorlooptijd in indicatiestelling.

In 2017 bedraagt de gemiddelde doorlooptijd voor besprekingsdossier 17 kalenderdagen. Indien bijkomende informatie nodig is, is dit gemiddeld 19 kalenderdagen. Hiermee blijft de gemiddelde doorlooptijd van het team indicatiestelling voor besprekingsdossiers onder de 30 werkdagen (42 kalenderdagen). Een indicatiestellingsverslag afleveren voor een consensusdossier gebeurt in 2017 gemiddeld binnen de 4 kalenderdagen, waarmee men onder de vooropgestelde 5 werkdagen (7 kalenderdagen) blijft.

Tabel: Doorlooptijd indicatiestelling
(teleenheid: dagen en unieke kinderen en jongeren)

2017   Totaal 
    Dagen Unieke minderjarigen
Totaal aantal dossiers
n = 8.594
Bespreking 19 5.333
Consensus 4 3.617
Direct ontvankelijk en geen bijkomende vragen n = 7.865 Bespreking 17 4.775
Consensus 4 3.392

(Bron: INSISTO)

* Door het werken met unieke aantallen per categorie, is het totaal niet gelijk aan de som van de aparte categorieën en zijn de percentages opgeteld niet 100%.

Wenst u graag het volledige hoofdstuk te downloaden?

Download dit hoofdstuk