Contact  |

Wie krijgt hulp?

Aantal unieke kinderen en jongeren die jeugdhulp krijgen (2019-2020)

Jeugdhulp kan het verschil betekenen voor veel kinderen en jongeren.

Eigen aan het landschap is dat er veel diverse vormen van hulp en ondersteuning zijn die ook gecombineerd kunnen worden; Van een laagdrempelig consult, over begeleiding tot langdurig verblijf. Dit wordt georganiseerd door diverse actoren en sectoren.

Voor dezelfde jongere lopen soms diverse vormen van ondersteuning (in verschillende sectoren), waardoor cijfers niet altijd opgeteld kunnen worden.

0-25 jaar

Onderstaande grafiek belicht het aantal unieke kinderen en jongeren tussen 0 en 25 jaar per sector.
De grootste sectoren zijn de voorzieningen van het Vlaams agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH) en de voorzieningen jeugdhulp van Opgroeien (het vroegere Jongerenwelzijn, exclusief pleegzorg) met respectievelijk 26.422 (2019: 27.882) en 18.069 (2019: 13.822)

Het gaat bij het VAPH om zowel Rechtstreeks Toegankelijke Hulp (RTH, 0-21 jaar), de multifunctionele centra (MFC),  individuele materiële bijstand (IMB) en de persoonlijke assistentiebudgetten (PAB). Meer info kan u vinden bij de thematische cijfers: Kinderen en jongeren met een handicap | Jaarverslag Jeugdhulp
Bij voorzieningen jeugdhulp Opgroeien zitten de onthaal-, observatie- en oriëntatiecentra (OOOC), de organisaties voor bijzondere jeugdzorg (OVBJ), de centra integrale gezinszorg (CIG), crisishulp aan huis (CaH), de centra kinderzorg en gezinsondersteuning (CKG), de voorzieningen voor gedrags- en emotionele stoornissen plus (combinatie complexe problematieken) (Ges+) en de observatie- en behandelcentra (OBC). Het aparte cijferrapport 2020 over deze voorzieningen kan u hier vinden.

Noot: De observatie- en behandelcentra (OBC) en de GES+ voorzieningen zijn in de loop van 2020 van het VAPH naar Opgroeien overgeheveld. Ook de werking van de CKG wordt sinds 2020 mee bij de voorzieningen jeugdhulp Opgroeien geregistreerd. Dat verklaart een aantal schommelingen in de cijfers.

VAPH en Jeugdhulp Opgroeien

In vergelijking met 2019 valt de forse stijging op in bereik voor de voorzieningen jeugdhulp van Opgroeien en de daling bij het VAPH. Dat heeft in hoofdzaak te maken met de overheveling begin 2020 binnen de MFC van de observatie- en behandelcentra (OBC) en de GES+-voorzieningen VAPH naar Opgroeien. (Cijferrapporten over de diensten van het VAPH kan u hier vinden.) Ook de werking van de CKG wordt nu niet langer apart geregistreerd, maar zit mee in de voorzieningen jeugdhulp Opgroeien.

Pleegzorg

Pleegzorg wordt hier apart vermeld, maar behoort ook tot de voorzieningen jeugdhulp Opgroeien. Ondanks een moeilijk coronajaar valt hier een stijging op met 6 procent van het aantal unieke kinderen, jongeren en pleeggasten dat via pleegzorg wordt begeleid: van 8.863 in 2019 naar 9.424 in 2020.

Andere sectoren

Andere sectoren die jongeren met een hupvraag opvangen en begeleiden zijn de centra algemeen welzijnswerk (CAW, 2020: 5.753 ) en de vertrouwenscentra kindermishandeling (VK, 2020: 13.051). De cijfers voor 2020 zijn voor hen zowat gelijk gebleven. De cijfers over de kinder- en jongerenteams van de centra geestelijke gezondheidszorg (CGG) worden hier later bijgevoegd, de rapportage heeft vertraging opgelopen omwille van de uitzonderlijke corona-situatie.

Tenslotte valt op dat het aantal jongeren in een gesloten jeugdinstelling (bij de gemeenschapsinstellingen (GI) van Opgroeien) relatief beperkt is: 1.067 (1.197 in 2019). Daar gaat het om jongeren waarvan de jeugdrechter een gesloten opvang als allerlaatste optie nodig acht omwille van een delict of een heel moeilijke thuissituatie. De lichte daling van het aantal unieke jongeren heeft hier ook met de pandemie te maken. Meer specifieke cijfers over de gemeenschapsinstellingen kan u hier vinden: Jeugddelinquentie | Jaarverslag Jeugdhulp

Regionale en demografische gegevens

Via deze grafiek kan u ook de regionale bereikgegevens vinden, per provincie. (waarbij Brussel om technische redenen bij Vlaams-Brabant is geteld). Ook wordt het bereik afgezet tegenover de demografische gegevens van alle kinderen en jongeren in Vlaanderen, waarbij voor Brussel de geldende norm van 30 procent Nederlandstaligen wordt geteld, en dit ter indicatie. In totaal komen we zo aan ongeveer 1.995.000 kinderen en jongeren tussen 0 en 25 jaar (915.000 0-12 jarigen; 453.500 12-18 jarigen en 627.500 18-25 jarigen). Of afgerond 2 miljoen. Het bereik van de verschillende vormen jeugdhulp schommelt daardoor tussen de 0,05 en 1,4 procent.

Noot: Cijfers voor 2018 en vroeger zijn bij de betrokken sectoren niet meegenomen wegens soms een andere registratiemethode en dan moeilijk met elkaar te vergelijken.
Noot: in het vorig jaarverslag jeugdhulp werden in de cijfers VAPH enkel de jongeren tot 18 jaar meegenomen bij de categorie RTH. Nu is dit tot 21 jaar. Dit verklaart de andere cijfers voor 2019.
Nooit:
Cijfers van de vertrouwenscentra kindermishandeling (VK) slaan op de reguliere werking. Een vertrouwenscentrum biedt advies, ondersteuning en hulp bij (vermoedens van) kindermishandeling. Een vertrouwenscentrum kan ook een opdracht Maatschappelijke Noodzaak (MaNo) krijgen, voorzien binnen de werking van integrale jeugdhulp.

 

Aantal unieke kinderen en jongeren per geslacht (2019-2020)

De grafiek is opgemaakt in procenten. Alle sectoren, ongeacht hun capaciteit, zijn op 100 procent gezet. Er zijn opvallend meer jongens dan meisjes bij de voorzieningen van VAPH en de gesloten jeugdinstellingen (GI). Bij het CAW zien we dan weer meer meisjes dan jongens. In de meeste sectoren worden er meer jongens dan meisjes begeleid.

 

 

 

Aantal unieke kinderen en jongeren per leeftijd (2019-2020)

De jeugdhulp is er voor kinderen en jongeren van 0 tot 25 jaar. Onderstaande grafiek geeft verhoudingsgewijs per sector de verdeling aan per leeftijd. De grafiek is opgemaakt in procenten. Alle sectoren, ongeacht hun capaciteit, zijn op 100 procent gezet.
Alle sectoren en hulpvormen richten zich tot alle leeftijden, behalve de gemeenschapsinstellingen. Een jongere kan pas in een (gesloten) gemeenschapsinstelling (GI) geplaatst worden vanaf de leeftijd van 12 jaar, daar is de overgrote meerderheid (81 procent) tussen de 15 en 17 jaar. Opvallend: 40 procent van het aantal unieke kinderen en jongeren die de CAW's bereikt is 18 plus. Die centra spelen een belangrijke rol in het begeleiden van jongvolwassenen (met onder meer hun deelwerking Jongeren Advies Centrum (JAC)).

 

 

Totale bereik jeugdhulp Opgroeien (2020)

Omwille van aparte registratiesystemen in diverse betrokken sectoren is het nog niet mogelijk om een volledig en zuiver beeld te geven van het aantal unieke jongeren die de jeugdhulp in zijn totaliteit bereikt.
De fusie biedt Opgroeien (het vroegere Jongerenwelzijn samen met Kind en Gezin) nu wel voor het eerst de mogelijkheid om een aantal gegevens binnen het nieuwe agentschap te bundelen. Het is een eerste, zij het nog altijd onvolledige, stap richting geïntegreerde intersectorale gegevens over het totale bereik.
In totaal kwamen 50.628 unieke kinderen en jongeren tussen 0-25 jaar in contact met Opgroeien voor jeugdhulp, of ongeveer 2,5 procent van de totale populatie tussen 0 en 25 jaar. Het gaat om alle kinderen en jongeren die tussen 1 januari 2020 en 31 december 2020 een lopend ‘dossier' had bij ofwel een voorziening jeugdhulp, pleegzorg, een gemeenschapsinstelling (GI), een ondersteuningscentrum jeugdzorg (OCJ), een sociale dienst jeugdrechtbank (SDJ), of gekend was bij de intersectorale toegangspoort (ITP), de crisismeldpunten (CMP) of bij cliëntoverleg en bemiddeling.
Crisisjeugdhulp, toegang tot niet rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp (via ITP) en cliëntoverleg zijn intersectoraal ingebed en ontsluiten al een stukje een intersectoraal cijfer jeugdhulp.

De overgrote meerderheid (58 procent) heeft een lopend dossier bij slechts 1 actor; 25 procent bij twee en 11 procent bij drie.

Met welke actoren kwamen deze kinderen en jongeren in contact?  

  • 25.820 (51%) kinderen en jongeren kregen hulp van een voorziening Jeugdhulp Opgroeien (rechtstreeks en niet rechtstreeks toegankelijk bij OVBJ, CaH, OBC, Ges+, CIG, CKG) of pleegzorg.
  • 5011 (9,90%) kinderen en jongeren zijn gekend bij een dienst voor herstelgerichte en constructieve afhandeling (HCA) op basis van een delict.
  • 28.727 (56,74%) kinderen en jongeren werden aangemeld voor verontrusting bij een ondersteuningscentrum jeugdzorg (OCJ) of hebben een lopend traject bij een OCJ of sociale dienst jeugdrechtban (SDJ)
  • 16.922 (33,42%) jongeren waren gekend bij de intersectorale toegangspoort omdat ze een vraag stelden naar hulp, een opstart kenden of op 31/12 op de wachtlijst stonden,
  • 4.364 (8,62%) jongeren waren aangemeld bij een crisismeldpunt waarvan ingeschat werd dat crisisjeugdhulp nodig was.
  • 1.475 (2,91%) jongeren werden aangemeld bij het Centraal Aanmeldpunt (CAP) en verbleven (al dan niet) in een gemeenschapsinstelling (op time-out of regulier).
  • 418 (0,83%) jongeren werden aangemeld voor een cliëntoverleg/bemiddeling of een nog lopend overleg/bemiddeling hadden.

 

 

Bronnen:
VAPH: geïntegreerde registratietool, VZ Jeugdhulp Opgroeien: BINC, CKG: Registratiesysteem CKG’s, VK: Registratiesysteem VK’s, CGG: Beleidsinformatie Zorg en Gezondheid, CAW: We-dossier, GI: DOMINO