Contact  |

Cijfers en trends jeugddelicten

Aantal jongeren met een lopend dossier jeugddelict (2015-2019)

Hieronder geven we het aantal unieke jongeren dat een lopend dossier jeugddelict (het vroegere MOF) heeft bij de sociale dienst jeugdrechtbank (SDJ) voor de jaren 2015-2019. De cijfers waren de voorbije jaren vrij stabiel, maar in vergelijking met 2018 is er nu een stijging van 2.373 naar 2.467 (een stijging met 4 procent). Het blijft afwachten of deze lichte stijging zich doorzet de volgende jaren.
De stijging loopt ook parellel met de algemene stijging van het aantal dossiers bij de sociale diensten jeugdrechtbank, waarbij vooral de dossiers 'verontrusting' in stijgende lijn zitten.

(Noot: beweeg met je cursor over de balkjes om de exacte waarden weer te geven)

Meer weten over de werking van de sociale dienst jeugdrechtbank? Klik hier

 

Aantal jongeren met een lopend dossier jeugddelict bij SDJ

Aantal jongeren met dossier jeugddelict (SDJ) per provincie (2015-2019)

Er zijn grote regionale verschillen te merken. De provincie Antwerpen telt het grootst aantal jongeren in begeleiding omwille van een jeugddelict (975, of zo'n 40 procent van alle begeleide jongeren omwille van een delict). Daar is ook een stijging te merken de voorbije twee jaren. Ook in West-Vlaanderen is de trend eerder stijgend. Bij de andere provincies is het een wisselend beeld.

Aantal jongeren met dossier jeugddelict (SDJ) per provincie (2015-2019)

Aantal nieuwe jeugddelict vorderingen per jaar (2015-2019, dossiers)

Het aantal nieuwe vorderingen omwille van een jeugddelict neemt ieder jaar licht toe. Ook hier verloopt de stijging parallel met de totale stijging voor aantal dossiers bij de sociale dienst jeugdrechtbank. In 2019 waren er 1.580 nieuwe vorderingen omwille van een jeugddelict. In 2018 waren er dit 1.560

Aantal nieuwe jeugddelict vorderingen per jaar (2015-2019, dossiers)

Verhouding jeugddelict versus verontrusting bij SDJ (2019)

De overgrote meerderheid van het aantal dossiers bij de sociale dienst jeugdrechtbank gaat over kinderen en jongeren die zich in een verontrustende (leef)situatie bevinden. Begeleidingen omwille van een delict zijn en blijven een minderheid. De verhouding van ongeveer 85/15 is al jaren dezelfde.

Verhouding jeugddelict versus verontrusting bij SDJ (2019)

Herstelgerichte en constructieve afhandeling (2017-2019, dossiers)

Zowel op het niveau van het parket als van de jeugdrechter kunnen jeugddelicten op een herstelgerichte en constructieve manier behandeld worden. Hieronder de cijfers (2017-2019, aantal dossiers) per afhandelingsvorm van de diensten voor herstelgerichte en constructieve afhandeling. Opvallend is de daling van het totaal aantal dossiers, van 5.656 in 2017 naar 5.096 in 2019, met vooral een daling bij de vorm 'herstelbemiddeling': van 4.027 dossiers in 2017 naar 3.373 dossiers in 2019, of een daling met 16 procent.

Nieuw is de vorm 'positief project' dat met het nieuwe decreet jeugddelinquentie is ingevoerd. Deze nieuwe afhandelingsvorm was in 2019 goed voor 33 dossiers. Lees hier ook een reportage over het positief project

Meer weten over herstelgerichte en constructieve afhandeling (HCA)? Klik hier.

Herstelgerichte en constructieve afhandeling (2017-2019, dossiers)

Bronnen: Domino (SDJ) en Binc (HCA)

 

Reden van opname in gemeenschapsinstelling (2018-2019)

Een jeugdrechter kan omwille van een (ernstig) jeugddelict of in een situatie van ernstige verontrusting een jongere in een gemeenschapsinstelling plaatsen. Deze gesloten begeleiding georganiseerd door het agentschap Opgroeien geldt als een allerlaatste optie maar kan ook een (her)start betekenen, met een intensief traject waarbij externe partners en de thuiscontext actief betrokken worden.

Hieronder een grafische voorstelling van de reden tot opname voor de afgelopen twee jaren, opgesplitst naar de vorm van de opname. Dat kan regulier zijn waarbij een traject van in principe enkele maanden volgt. De gemiddelde verblijfsduur is 4 maanden. Of dat kan een time-out zijn waarbij de jongere twee weken wordt opgenomen en daarna terugkeert naar de open voorziening waar hij eerder werd begeleid.

In totaal waren er in 2019 774 opnames omwille van verontrusting en 850 omwille van een jeugddelict.

Indien de time-outs worden meegerekend zijn er ongeveer evenveel opnames omwille van een jeugddelict (53 procent) dan omwille van verontrusting (47 procent). Zonder die time-outs is de verhouding 83 procent jeugddelict en 17 procent verontrusting. In 2019 zijn er iets meer jongeren omwille van een jeugddelict opgenomen (850 versus 847) dan in 2018. 

Het nieuwe jeugddelinquentiedecreet voorziet dat vanaf 2022 de opname omwille van verontrusting voor een reguliere plaats niet meer mogelijk zal zijn. De time-outs omwille van verontrusting (of jeugddelict) zullen daarentegen behouden blijven.

Verhouding jeugddelict /Vos in gemeenschapsinstelling

Bron: Domino