Contact  |

Bemiddeling en cliëntoverleg

Bemiddeling in de jeugdhulp

Inleiding 

Een goede relatie tussen hulpverlener en hulpvrager is een kritieke succesfactor voor continuïteit en een goed verloop van hulpverlening. Ook de verstandhouding tussen ouder(s) en minderjarigen heeft een niet te miskennen impact.  

Soms loopt de hulpverlening vast of is er een conflict dat maakt dat de hulp niet opgestart geraakt. Een jongere, zijn ouders en de hulpverleners geraken het bijvoorbeeld niet eens over wat er moet gebeuren. Of er is een conflict tussen een jongere en zijn ouders, waar geen gesprek meer mogelijk lijkt. Het kan dan gaan om meningsverschillen tussen ouders en kinderen over de gewenste hulpverlening of het verloop ervan, of om meningsverschillen tussen hulpverleners en minderjarigen of ouders over het verloop en het opzet van hulpverlening. Dan wordt er best naar een oplossing gezocht. Om breuken in de hulpverlening te vermijden, kunnen zowel jongeren, ouders als hulpverleners een beroep doen op een onafhankelijke bemiddelaar.   

Bemiddeling herstelt de dialoog tussen jongeren, ouders, opvoedingsverantwoordelijken en betrokken hulpverleners met het oog op het oplossen of hanteerbaar maken van conflicten, zodat de verdere hulpverlening niet in het gedrang komt of wordt stopgezet.   

Dit proces wordt op gang getrokken door een onafhankelijke, onpartijdige derde: de bemiddelaar. Zijn interventie laat toe dat partijen een eigen oplossing vinden voor hun conflict.  

Cijfers  

Het totaal aantal ontvankelijke aanvragen blijft over jaren heen min of meer stabiel. In 2020 ontvingen we 84 ontvankelijke aanmeldingen voor bemiddeling. Dit resulteerde in 49 bemiddelingstrajecten. Van deze trajecten werden 32 trajecten volledig doorlopen. We stellen echter vast dat bemiddeling een ruimer effect heeft op de continuïteit van hulpverlening. Door in te zetten op communicatie werd in 38 trajecten de hulp gecontinueerd (= hulp loopt verder of werd aangepast), ook al werden deze trajecten niet allemaal volledig doorlopen. 11 trajecten resulteerden alsnog in een stopzetting.  

We merken op dat de alle afgesloten trajecten niet per definitie ook aangemeld werden in 2020. Bemiddelingsgesprekken aangemeld in voorgaande jaren en afgerond in 2020 maken hier ook deel vanuit.  

Ontvankelijke aanmeldingen bemiddeling, per regio (2015-2020)

Bemiddelingstrajecten per regio (2016-2020)

Reden voor bemiddeling

52% (n=46) van het aantal aangevraagde bemiddelingen gaat over een conflict in lopende hulpverlening. Daarnaast zien stellen we ook vast dat in voor 2020 in 20% (n= 18) van de aanvragen  het conflict betrekking had op een eenzijdige stopzetting, een lichte toename t.o.v. 2019. 

In 22% (n= 11) van de gestarte bemiddelingen komt de aanvraag rechtstreeks van jongeren of ouders zelf. Private voorzieningen jeugdhulp Opgroeien (55%, n= 27) en voorzieningen VAPH (10%, n= 5) zijn de grootste aanvragers. 

Conclusie  

Bekijken we de cijfers voor 2020 dan kunnen we een aantal voorzichtige conclusies trekken. Eerst en vooral stellen we vast dat het totaal aantal vragen naar bemiddelingen erg laag blijft, dit ondanks het feit dat we over jaren heen duidelijk zien dat het instrument een positief effect heeft op de continuïteit van hulpverlening. We  besluiten hieruit dat we meer dan voorheen moeten investeren in communicatie en bekendmaking, zowel naar hulpverleners als rechtstreeks naar cliënten zelf. Verder zien we een aantal opportuniteiten om bemiddeling beleidsmatig te verbinden met andere initiatieven, we denken hierbij aan de JO-lijn, aan het kwaliteitsbeleid van voorzieningen en aan het lopende traject binnen Opgroeien rond gedeelde verantwoordelijkheid. 

Het volledige cijferrapport 2020 over bemiddeling kan je hier raadplegen.

Cliëntoverleg Integrale Jeugdhulp

Inleiding 

Bij een cliëntoverleg integrale jeugdhulp komen ouders, kinderen, jongeren en ook hun sociaal netwerk, samen met de hulpverleners om, in complexere situaties, de ondersteuning en hulpverlening aan een gezin op elkaar af te stemmen en de continuïteit ervan te bewaken.   

Een externe voorzitter, onafhankelijk van de jeugdhulpaanbieders, zit het overleg voor. De hulpvraag of -behoefte van het gezin staat centraal en hulpverleners en gezinsleden worden als gelijkwaardige partners maximaal betrokken bij het overleg. De vertrouwenspersoon van de minderjarige kan hem op dit overleg bijstaan en voor zijn belangen opkomen, en ook ouders kunnen steunfiguren meenemen.   

Het cliëntoverleg leidt tot een tastbaar resultaat: het werkplan en een hulpcoördinator. Het werkplan vermeldt concreet wie wat doet: wat nemen jongere, zijn context en zijn netwerk op, en waarvoor is professionele hulp nodig. De hulpcoördinator is het aanspreekpunt voor de jongere en zijn context wanneer ze vragen hebben bij het werkplan.   

Cliëntoverleg kan ook ingezet worden als instrument voor trajectopvolging. Hiervoor kunnen hulpverleners, in samenspraak met ouders en jongeren, vervolgoverleg aanvragen.  

Wat leren we uit de cijfers? 

Cliëntoverleg bestaat al sinds 2008 en na de bekendmaking via de campagne van ’Sociaal incapabele Michiel’ eind 2015, noteerden we een grote groei die de jaren daarna een lichte terugval kende. Voor 2020 registreerden we 467 ontvankelijke vragen naar cliëntoverleg (daling van 15% t.o.v. 2019). Deze vragen resulteerden in 402 overlegmomenten (daling van 18% t.o.v. 2019). De terugval die zich toont is volgens ons deels te wijten aan de covid-crisis en deels aan het feit dat er sinds 2016 niet meer werd geïnvesteerd in bekendmaking van het instrument ‘cliëntoverleg’.  

Bekijken we de verhouding tussen nieuw cliëntoverleg en vervolgoverleg, dan zien we dat op Vlaams niveau 42% (n= 170) van het overleg een vervolgoverleg is. In sommige regio’s zoals Limburg loopt het percentage vervolgoverleg op tot 52%. Dit toont enerzijds aan dat één overlegmoment in veel gevallen niet volstaat om de complexiteit van de besproken situaties het hoofd te bieden. Anderzijds durven we hier ook voorzichtig de conclusie uit trekken dat de algemene tevredenheid bij gebruikers positief is. 

Ontvankelijke aanmeldingen cliëntoverleg (2015-2020)

Participatie

Participatie van ouders en minderjarigen aan cliëntoverleg is een essentieel onderdeel van het concept. Binnen het overleg willen we ouders en jongeren een gelijkwaardige stem geven, dus is hun aanwezigheid op het overleg erg belangrijk. We rekenen op hulpverleners om zowel ouders als jongeren te stimuleren om deel te nemen aan het overleg.  

Bekijken we de participatiegraad op Vlaams niveau over jaren heen dan stellen we vast deze voor ouders schommelt rond de 79% en eerder stabiel blijft. Bekijken we de participatiegraad van jongeren op dezelfde manier dan komen we uit bij een gemiddelde van 47%, maar zien we de laatste jaren wel duidelijk een stijgende lijn. In 2020 komen we zo voor jongeren uit op 66% (n= 266). 

Participatiegraad cliëntoverleg ouders en jongeren (in %)

Conclusie 

Cliëntoverleg is een instrument dat ingezet wordt om de continuïteit in de jeugdhulp te verbeteren. In samenspraak met ouders en jongeren en de verschillende jeugdhulpaanbieders wordt er een werkplan gemaakt om de hulp te concretiseren en af te stemmen zodat er geen breuken ontstaan. Willen we deze centrale doelstelling nastreven, dan moeten we structureel blijven investeren in cliëntparticipatie. 

We stellen vast dat cliëntoverleg vaak gebruikt wordt in de opvolging van cases. Zo komt dit instrument deels tegemoet aan de vraag naar de begeleiding van trajecten via de aanstelling van een hulpcoördinator.  

Bekendmaking naar hulpverleners en naar gebruikers van jeugdhulp blijft noodzakelijk en zou systematisch ingepland moeten worden voor maximale effectiviteit. 

Het volledige cijferrapport 2020 rond cliëntoverleg kan je hier raadplegen.