Contact  |

Jeugddelinquentie / Gemeenschapsinstellingen

Vlaanderen is sinds de zesde staatshervorming bevoegd voor de aanpak van jeugddelinquentie. Het doel van het jeugddelinquentierecht is een heldere, snelle en constructieve reactie te geven op jongeren die een delict (misdaad) plegen of daarvan verdacht worden. Bij de herstelgerichte aanpak wordt rekening gehouden met de verantwoordelijkheid van de minderjarige voor zijn daden.

Op 1 september 2019 startte de eerste fase van de gefaseerde tewerkstelling van het decreet jeugddelinquentierecht:

  • alternatieve reacties voor gesloten begeleiding worden systematisch operationeel: delictgerichte contextbegeleiding, doorstart positief project binnen HCA-diensten.
  • nieuwe reacties van het openbaar ministerie (parket)

In voorbereiding van de tweede fase (uiterlijk op 1 september 2022) wordt de VOS-capaciteit in de gemeenschapsinstellingen geleidelijk afgebouwd en in de private voorzieningen jeugdhulp geleidelijk opgebouwd. Na de transitie blijft het wel nog mogelijk om een jongere in een verontrustende situatie voor een time-out te plaatsen in de gemeenschapsinstellingen

Hieronder schetsen we een aantal cijfers voor de betrokken diensten en voorzieningen: het openbaar ministerie (op federaal niveau), de Vlaamse jeugdhulpvoorzieningen die een herstelgericht en constructieve afhandeling (HCA) aanbieden, de sociale diensten van de jeugdrechtbank (SDJ, Opgroeien) en de gemeenschapsinstellingen (GI, Opgroeien).

Parket

Wanneer wordt vastgesteld (via pv) dat een minderjarige (vermoedelijk) een delict heeft gepleegd, is in eerste instantie het (jeugd)parket aan zet.

Die heeft verschillende mogelijkheden om daarop te reageren: seponering, een waarschuwing, opleggen van voorwaarden, het laten volgen van een behandeling, een leerproject, (herstel)bemiddeling, een positief project.. 

Bij meer ernstige feiten kan het parket een jeugdrechter vorderen met het oog op het nemen van voorlopige maatregelen. Hierbij zal de jeugdrechter rekening houden met o.m. de leeftijd en persoonlijkheid van de jongere, de leef- en schoolomgeving, zijn/haar veiligheid en het gevaar dat de jongere voor de samenleving betekent.

Ten gronde kan de jeugdrechtbank, in de finale fase, ook nog maatregelen opleggen.

Hieronder, ter indicatie, de jaarlijkse instroom van dossiers delict (het vroegere MOF) bij de Vlaamse parketten. (voor het tweetalige parket Brussel is de gebruikelijke 'Brussel-norm' van 30 procent Nederlandstaligen gerekend).

De voorbije jaren was die instroom redelijk stabiel met een lichte stijging in 2019. De meer uitgesproken stijging in 2020 (17 procent) is, volgens het openbaar ministerie, grotendeels te wijten aan overtredingen op de coronamaatregelen. In andere categorieën (zoals diefstal, inbraak en drugsgerelateerde feiten) zijn er dan weer minder feiten vastgesteld.

(Parketten volgen ook dossiers rond verontrusting op; daar was er de voorbije jaren een heel sterke stijging, met nu voor 2020 een lichte daling)

Bron: statistieken openbaar ministerie

 

Jaarlijkse instroom dossiers delict/VOS bij jeugdparketten

Herstelgerichte en constructieve afhandeling (2017-2020, dossiers)

Zowel op het niveau van het parket als van de jeugdrechter als finaal bij het vonnis in de fase ten gronde, kunnen (mogelijke) jeugddelicten op een herstelgerichte en constructieve manier behandeld worden. Hieronder de cijfers (2017-2020, aantal dossiers) per afhandelingsvorm van de diensten voor herstelgerichte en constructieve afhandeling.

Opvallend is de daling van het totaal aantal dossiers, van 5.656 in 2017 naar 4.417 in 2020, met vooral een daling bij de vorm 'herstelbemiddeling': (hoofdzakelijk op parketniveau) van 4.027 dossiers in 2017 naar 2.809 dossiers in 2020

Nieuw is de vorm 'positief project' dat met het nieuwe decreet jeugddelinquentie is ingevoerd. Deze nieuwe afhandelingsvorm was in 2020 goed voor 132 dossiers (33 in 2019). Lees hier ook een reportage over het positief project

Meer weten over herstelgerichte en constructieve afhandeling (HCA)? Klik hier.

Herstelgerichte en constructieve afhandeling (2017-2020, dossiers)

Belangrijkste aanmelders HCA

Uit onderstaande taartgrafiek blijkt dat het parket veruit de grootste aanmelder is bij de HCA-diensten met 68 procent; de jeugdrechter (in voorlopige fase) en de jeugdrechtbank (in de finale fase bij vonnis) zijn goed voor zo'n 30 procent.

Aanmeldingen bij de HCA gebeuren vooral in de voorlopige fase (goed voor zo'n 88 procent van de aanmeldingen).

Belangrijkste aanmelders HCA

Jongeren kunnen om heel uiteenlopende redenen bij een HCA-dienst worden aangemeld. De belangrijkste categorieën zijn 'Opzettelijke slagen en verwondingen', diefstal en drugsgerelateerde feiten. Een heel kleine minderheid (1,3 procent) werd in 2020 bij een HCA-dienst begeleid omwille van een overtreding van de corona-maatregelen.

 

Afhandelingen HCA naar aard feiten (2020)

Delictgerichte contextbegeleiding

Het decreet jeugddelinquentierecht kiest er uitdrukkelijk voor om een heldere, snelle en constructieve reactie te geven op jongeren die een delict plegen of daarvan verdacht worden. De nadruk in dit decreet ligt op ambulante maatregelen.

De module delictgerichte contextbegeleiding betrekt de ouders of opvoedingsverantwoordelijken en de context van de minderjarige actief. Als de module alleenstaand opgelegd wordt, krijgt de minderjarige ambulante of mobiele begeleiding en wordt hij niet uit zijn thuis-of opvoedingscontext gehaald. Wordt de module gecombineerd met een plaatsing in een gemeenschapsinstelling, dan is het een onderdeel van een gedeeld traject.

Een jaar na de implementatie is deze nieuwe aanpak al sterk vertrouwd in Vlaanderen. In 2020 liepen er 129 delictgerichte begeleidingen. De ambulante reactie wordt ingezet om te vermijden dat een jongere in een gemeenschapsinstelling wordt geplaatst en/of om er voor te zorgen dat jongere sneller en met begeleiding kunnen uitstromen uit onze gemeenschapsinstellingen.

Aantal opgestarte delictgerichte contextbegeleidingen

Aantal nieuwe jeugddelict vorderingen per jaar (SDJ, 2015-2020, dossiers)

In meer ernstige dossiers kan het jeugdparket een jeugdrechter vorderen. Het dossier wordt dan voorbereid en mee begeleid door de sociale dienst jeugdrechtbank (SDJ, Opgroeien).

Meer weten over de werking van de sociale dienst jeugdrechtbank? Klik hier

Hieronder geven we het aantal nieuwe vorderingen jeugddelict bij de sociale dienst jeugdrechtbank (SDJ) voor de jaren 2015-2020. Het aantal nieuwe vorderingen kende de voorbije jaren een lichte stijging, maar nu zien we voor 2020 een vrij scherpe daling (van 1.580 naar 1.455, een daling met 8 procent).

Wellicht hangt dit samen met de neveneffecten van de corona-situatie (minder vastgestelde feiten rond diefstal, inbraken en drugs, bijv), maar de daling kan ook mogelijks voor een deel verklaard worden door het nieuwe jeugddelinquentiedecreet, met meer mogelijkheden op parketniveau en de inzet van ambulante maatregelen waardoor er minder snel een jeugdrechter gevorderd wordt. Die hypothese moet de volgende jaren verder geanalyseerd worden.

Aantal nieuwe jeugddelict vorderingen per jaar (2015-2020, vorderingen)

Aantal jongeren met een lopend dossier jeugddelict (2011-2020)

Bekijken we de het aantal unieke jongeren met een lopend dossier jeugddelict voor de jaren 2011-2020, dan valt de daling in 2020 nog feller op. Naast de bovengenoemde mogelijke verklaringen, kan hier ook de aanpassing in het nieuw jeugddelinquentiedecreet spelen dat een dossier in de voorlopige fase nu moeten worden afgerond in principe binnen de 6 maanden. Vroeger was er geen specifieke einddatum voorzien waardoor dossiers langer konden lopen.

Nieuw is ook de zogeheten derde vorderingsgrond 'Vos na delict', waardoor een jongere ook omwille van verontrusting kan opgevolgd worden door de jeugdrechter na het vaststellen van een delict. In 2020 waren er dit 169.

Aantal jongeren met een lopend dossier delict (2011-2020)

Aantal jongeren met dossier jeugddelict (SDJ) per provincie (2015-2020)

De daling van het aantal jongeren met een lopend dossier jeugddelict doet zich in alle provincies voor . De provincie Antwerpen telt het grootst aantal jongeren in begeleiding omwille van een jeugddelict (828, of een kleine 40 procent van alle begeleide jongeren omwille van een delict). 

Aantal jongeren met dossier jeugddelict (SDJ) per provincie (2015-2020)

Verhouding jeugddelict versus verontrusting bij SDJ (2020)

De overgrote meerderheid van het aantal dossiers bij de sociale dienst jeugdrechtbank gaat over kinderen en jongeren die zich in een verontrustende (leef)situatie bevinden. Begeleidingen omwille van een delict zijn en blijven een minderheid. Verhoudingsgewijs zijn er zo'n 87 procent jongeren in begeleiding omwille van verontrusting; zo'n 8,6 procent omwille van een delict. Een kleine 4 procent wordt begeleid voor zowel delict als verontrusting.

Verhouding jeugddelict versus verontrusting bij SDJ (2020)

Bronnen: Domino (SDJ) en Binc (HCA)

Reden van opname in gemeenschapsinstelling (2018-2020)

Een jeugdrechter kan omwille van een (ernstig) jeugddelict of in een situatie van ernstige verontrusting een jongere in een gemeenschapsinstelling plaatsen. Deze gesloten begeleiding georganiseerd door het agentschap Opgroeien geldt als een allerlaatste optie maar kan ook een (her)start betekenen, met een intensief traject waarbij externe partners en de thuiscontext actief betrokken worden.

Hieronder een grafische voorstelling van de reden tot opname voor de afgelopen drie jaren, opgesplitst naar de vorm van de opname. Dat kan regulier zijn waarbij een traject van in principe enkele maanden volgt. De gemiddelde verblijfsduur is 4 maanden. Of dat kan een time-out zijn waarbij de jongere twee weken wordt opgenomen en daarna terugkeert naar de open voorziening waar hij eerder werd begeleid.

In totaal waren er in 2020 1.444 opnames, waarvan 858 omwille van delict en 586 omwille van verontrusting. Vorig jaar waren er in totaal 1.624 opnames. De daling, vooral bij de time-outs, is toe te schrijven aan de corona-situatie.

Het nieuwe jeugddelinquentiedecreet voorziet dat vanaf 2022 de opname omwille van verontrusting voor een reguliere plaats niet meer mogelijk zal zijn. De time-outs omwille van verontrusting (of jeugddelict) zullen daarentegen behouden blijven.

In 2020 waren er verhoudingsgewijs 86 procent (83 procent in 2019) opnames omwille van delict. Met de time-outs meegerekend is dit 62 procent (53 procent in 2019).

Kortverblijf

De corona-maatregelen, met een tijdelijke impact op de instroom omwille van o.m. quarantaine, verhoogde ook de druk op de gemeenschapsinstellingen. Als antwoord werden o.a. 3 leefgroepen voor kortverblijf (van 5 dagen tot maximaal 14 dagen) in het leven geroepen. Per regio wordt samengewerkt met bestaande partners om versterkt in te zetten op een snelle en korte keten om zo het kortverblijf niet te laten dichtslibben. 

In 2020 werden 92 jongeren via kortverblijf opgenomen in de gemeenschapsinstellingen.

Deze nieuwe leefgroepen deden ook de opnamedruk voor jongeren vanaf 14 jaar die verdacht worden van zware (bufferbare) feiten gevoelig dalen. Voor de periode oktober, november, december 2019 tot januari, februari maart 2020 registreerden we 256 weigeringen voor bufferfeiten. Voor dezelfde periode sinds de start van het kortverblijf, bedraagt het aantal weigeringen: 11. Uit de permanente monitoring blijkt dat doorheen bepaalde piekperiodes de differentiatie via kortverblijf in combinatie met het anticiperen op het aanhouden van deze piekmomenten een efficiënte en noodzakelijke ingreep is

Verhouding jeugddelict / Vos in gemeenschapsinstelling

Bron: Domino