Contact  |

Pleegzorg

In sommige situaties is het aangewezen om kort en heel tijdelijk een kind of jongere op te vangen, in andere gevallen is een meer langdurige opvang de beste oplossing op maat. Pleegzorg is een warme en vaak nabije oplossing.

Pleegzorg kent een jaarlijkse stijging in het aantal pleegzorgsituaties en -dossiers. Ondanks de pandemie is er opnieuw een aanzienlijke groei in 2020 (9664 of een stijging met 7 procent obv het totale aantal dossiers en 9424 of een stijging 6 procent obv aantal unieke kinderen en jongeren). Op 6 jaar tijd kende pleegzorg een groei tussen de 42 (dossiers) en 44 (unieke kinderen en jongeren) procent.

De jaarlijkse stijging is geen toeval. De Vlaamse overheid heeft de voorbije jaren sterk ingezet op pleegzorg. Het (aangepaste) decreet pleegzorg heeft voor een hele dynamiek gezorgd, waardoor het vlotter én meer op maat kon worden ingezet. Pleegzorg is de eerste optie als jonge kinderen niet thuis kunnen blijven. Ook werd pleegzorg mogelijk gemaakt tot de leeftijd van 25 jaar. Samen met de verschillende regionale pleegzorgdiensten heeft Pleegzorg Vlaanderen mee aan de  kar getrokken om pleegzorg bekender en aantrekkelijker te maken.

Van de ruim 2 000 cliënten pleegzorg ouder dan 18 zijn er 631 meerderjarige pleeggasten (volwassen personen met een handicap of psychiatrische problematiek die rechtstreeks instromen binnen de volwassenwerking van de pleegzorgdiensten).

Totaal aantal pleegzorgsituaties en pleegzorgdossiers (2015-2020)

Verschillende vormen

We onderscheiden 3 grote vormen. Bij ondersteunende pleegzorg vangt een gezin een pleegkind op zolang als nodig: een paar dagen, een paar weken, maanden of af en toe tijdens weekends en vakanties. Dat kan dus een korte aaneengesloten periode zijn, maar het kan ook een afwisselend verblijf voor meerdere korte periodes zijn. Het is een heel laagdrempelige vorm van pleegzorg die niet via de intersectorale toegangspoort verloopt, de andere twee vormen wel.

Wanneer een pleegkind langer dan een jaar in een pleeggezin woont, spreken we over langdurige of perspectiefbiedende pleegzorg. Een pleegkind kan soms vele jaren in een pleeggezin verblijven, zelfs tot wanneer het op eigen benen gaat staan. Altijd houdt de jongere wel zo veel mogelijk contact met de biologische ouders.

Wanneer ouders de zorg even niet meer aankunnen, kan een pleeggezin de nodige rust brengen voor een pleegkind. Hulpverleners gaan dan samen met de ouders intensief aan de slag om hun leven weer op de rails te krijgen. Perspectiefzoekende pleegzorg duurt meestal enkele maanden. Als een terugkeer naar huis toch niet mogelijk blijkt, wordt er gezocht naar een langdurige oplossing. Ook andere hulpverleningsvormen kunnen worden ingeschakeld.

Eind 2020 zijn er 8 251 pleegzorgsituaties (unieke cliënten), dat is een stijging van 6 procent t.o.v. 2019 (495 pleegkinderen extra). 

  • De grootste groep vormt perspectiefbiedende pleegzorg met 6 528 pleegzorgsituaties (77%). 
    Dit aandeel is nu licht gestegen na de daling van de voorbije jaren.
  • De ondersteunende pleegzorg (16%) en de perspectiefzoekende pleegzorg (6%) vormen een minderheid van de pleegzorgsituaties. Het aandeel ondersteunende pleegzorg blijft stijgen. Dat van perspectiefzoekend is afgenomen. Dit laatste heeft er mogelijks mee te maken dat netwerkobservatie in het kader van langdurige pleegzorg, een aanbod dat ingezet wordt om na te gaan of netwerkpleeggezinnen voldoen om pleegzorg verder te zetten, niet langer onder perspectiefzoekende pleegzorg wordt geregistreerd, maar onder perspectiefbiedende pleegzorg.

Zie onderstaande grafiek.

Om te kunnen vergelijken is het aantal unieke jongeren geteld in een pleegzorgsituatie, telkens op dezelfde dag (31/12). Omdat een jongere verschillende types pleegzorg kan benut hebben is het totaal aantal unieke kinderen verschillend van de som van de rijen. 

Aantal unieke kinderen en jongeren in pleegzorg (eind van het jaar)

Verhouding verschillende vormen pleegzorg (2015-2020)

Netwerkpleegzorg

Kinderen en jongeren in pleegzorg worden in eerste instantie opgevangen in hun eigen netwerk: een tante, grootouder, een gekend vertrouwensfiguur…. Deze ‘netwerkplaatsingen’ maken ruim 70 procent uit van alle nieuwe dossiers in 2020, tegenover ongeveer 22 procent aan ‘bestandspleegplaatsingen’, waarbij een match wordt gezocht tussen een jongere en een kandidaat-gezin. Het percentage netwerkpleegplaatsingen stijgt elk jaar (in 2016 bedroeg dit 61%).

Deze stijging is logisch, aangezien hulpverleners in eerste instantie toch het eigen netwerk van de jongere bevragen om bij te springen met ondersteuning vanuit een pleegzorgdienst. Netwerkpleegzorg volgt min of meer de stijging van het aantal opgestarte dossiers, terwijl bestandspleegzorg eerder stabiel blijft in absolute aantallen.

Voor 2020 beschikken we ook een eerste keer over detailcijfers wat betreft het netwerk. 2/3 van de netwerkpleegzorg vindt plaats in het familiaal netwerk, 1/3 in het sociaal netwerk.

Aantal nieuw opgestarte dossiers naar soort pleegzorg

Leeftijdsverdeling

In ongeveer 45 procent van nieuw opgestarte pleegzorgsituaties gaat het om (jonge) kinderen tussen 0 en 8 jaar. In vergelijking met 2019 valt de stijging op van het aandeel 12-14 jarigen

Leeftijdsverdeling Pleegzorg

Behandelingspleegzorg

Diensten voor pleegzorg bieden behandelingspleegzorg aan bovenop perspectiefzoekende en –biedende pleegzorg. Zo kunnen ze de gezinnen ondersteunen wanneer het een pleegzorgspecifieke problematiek betreft. 

Behandelingspleegzorg wordt op 31/12/2019 ingezet bij 696 pleegkinderen of -gasten die gebruik maken van perspectiefzoekende of perspectiefbiedende pleegzorg. Dit lijkt een sterke daling t.o.v. vorige jaren (1.021 in 2019, 1.157 in 2018). Mogelijks is dit het gevolg van de striktere interpretatie van wat behandelingspleegzorg is, ten gevolge van de aanpassing van de regelgeving pleegzorg

Bron: Binc