Contact  |

Wachtenden NRTJ

Aantal wachtenden voor Niet-rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp (NRTJ) (2017-2020)

Kinderen en jongeren die hulp nodig hebben, worden zo veel als mogelijk op maat, laagdrempelig en via ondersteuning thuis geholpen. Die diensten zijn vrij beschikbaar voor alle kinderen, jongeren en hun ouders. Daarom heet dit de rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp (RTJ). De overheid houdt daar zelf op dit moment geen wachtlijstgegevens over bij.

Wie intensieve jeugdhulp nodig heeft, kan daarvoor worden aangemeld bij de intersectorale toegangspoort, een dienst van het agentschap Opgroeien. Ook hier wordt op maat gewerkt. De toegangspoort bepaalt wie welke soort hulp nodig heeft en wijst die ook toe. Om die reden heet dit Niet Rechtstreeks Toegankelijke Jeugdhulp (NRTJ).
Die hulp is ingrijpender en gespecialiseerd; vaak gaat het over een verblijf in een pleeggezin of in een residentiële voorziening, o.a. naar aanleiding van een verontrustende situatie in het gezin of naar aanleiding van de handicap van een kind of jongere. Over deze soort hulp hebben we wel cijfers over het aantal wachtenden. We bespreken ze hierna.

De gevraagde hulp is helaas niet altijd meteen beschikbaar. Op 31 december 2020 stonden in totaal 6.113 kinderen en jongerenop een NRTJ-wachtlijst (exclusief Persoonlijke assistentiebudget (PAB)). Dat zijn er ongeveer 10 procent meer dan in 2019 (5.543). Die stijging is wellicht te verklaren door een stabiele instroom van vragen in combinatie met een meer tragere opstart van hulp, onder meer door corona.

53 procent krijgt/kreeg andere hulp

Belangrijk om te nuanceren is dat wie wacht op een bepaalde vorm van intensieve hulp, ondertussen wel al andere hulp kan krijgen of heeft gekregen.  

Zo is het aantal wachtenden dat ondertussen is geholpen met een NRTJ-alternatief - de groene balkjes - toegenomen: van 25 procent in 2017 (1.361/5.273) tot 37 procent in 2020 (2.305/6.113). Tel je daarbij ook het aantal wachtenden dat al NRTJ-hulp heeft gekregen - de blauwe balkjes -, dan stijgt die verhouding van 40 naar 53 procent.
Ook laagdrempelige jeugdhulp, zoals contextbegeleiding, is mogelijk.

(Noot: beweeg met je cursor over de balkjes om de exacte waarden weer te geven)

Aantal unieke kinderen en jongeren op wachtlijst NRTJ-hulp

Aantal wachtenden Persoonlijke assistentiebudget (PAB) (2017-2020)

Het aantal wachtenden op een persoonlijke assistentiebudget (PAB) is in 2020 zowat gelijk gebleven, na een aantal jaren van stijgingen.

Ook hier is de nuance te maken dat jongeren die wachten op een PAB ook van een andere NRTJ-hulpvorm gebruik kunnen maken. Ook dit stijgt: van 22 procent in 2017 naar 40 procent in 2020.

Aantal wachtenden PAB

Doorlooptijd effectief gestarte hulp (2017-2020)

60 procent krijgt hulp binnen de 6 maanden

Van de hulp die effectief is opgestart, krijgt in 2020 gemiddeld 46 procent (in 2019: 48 procent) van de kinderen en jongeren hulp binnen de 3 maanden. (Cijfers exclusief PAB.) Nog eens 13 procent krijgt dit binnen de 6 maanden. Dit betekent dus dat 58 procent (in 2019 (61 procent) van de wachtenden waarvoor hulp is opgestart die hulp krijgt binnen de 6 maanden. 25 procent moet evenwel langer dan een jaar wachten, (in 2019 was dit 22 procent).

Doorlooptijd effectief gestarte NRTJ Hulp (2017-2020; procenten)

Over wachtlijsten. Duiding en beschouwing

Jeugdhulp en wachtlijsten worden de laatste jaren vaak in één adem genoemd. Dat dwingt ons tot een grondige reflectie. Het ontstaan en behoud van wachtlijsten is complexer dan vaak wordt voorgesteld: wachtlijsten worden op verschillende manieren bijgehouden, kinderen en jongeren kunnen op meerdere wachtlijsten staan, bij passief wachtbeheer is het onduidelijk of de hulpvraag nog steeds actueel is. Sommige kinderen en jongeren krijgen al hulp, maar staan toch nog op een wachtlijst, omdat ze tegelijkertijd wachten op een ander soort hulp.

Dit betekent dus dat de in de wijze waarop jeugdhulp vandaag wordt georganiseerd wachtlijsten quasi inherent deel uitmaken van deze organisatie. We hebben het hulpaanbod in verschillende modules ingedeeld. Dat moet het mogelijk maken om gepaste antwoorden op hulpvragen te bieden. Het neveneffect van deze manier van werken is dat we de hulpvragen van kinderen, jongeren en gezinnen in een bepaald hokje indelen, terwijl dit in de praktijk vaak niet het geval is. Ieder kind en iedere jongere is uniek en heeft meestal een combinatie van hulp of ondersteuning nodig. Kinderen en jongeren staan op éénzelfde wachtlijst, terwijl ze onderling moeilijk met elkaar te vergelijken zijn.

Bij discussies over wachtlijsten wijst men vaak met de vinger naar het beleid. Terecht, want wij zijn verantwoordelijk om voldoende middelen op de juiste plekken te voorzien. Toch zijn wachtlijsten een gedeelde verantwoordelijkheid. Ook directies van organisaties, hulpverleners, behandelaars en ook kinderen, jongeren en gezinnen hebben een impact op de wachtlijsten. Directies van voorzieningen en organisaties moeten de verkregen middelen optimaal inzetten en een efficiënte zorgorganisatie realiseren. Begeleiders en behandelaars moeten aan de slag met kinderen, jongeren en gezinnen. Zij moeten zo veel hulp bieden als nodig is, maar tegelijkertijd ook zorgzaam verwijzen, empowerend werken en toewerken naar meer zelfstandigheid.

De laatste schakel in de gedeelde verantwoordelijkheid zijn de kinderen, jongeren en gezinnen zelf. Zij moeten duidelijk aangeven wat wel en niet werkt en actief aan de slag gaan met hun ondersteuningsvragen, problemen. Als één van de schakels het laat afweten, dan ‘stokt’ het systeem en lopen de wachtlijsten op.  

Ten slotte zijn we er ook van overtuigd dat ‘het oplossen van de wachtlijsten’ niet enkel de opdracht en verantwoordelijkheid is van de jeugdhulp alleen. We willen hiermee absoluut de hete aardappel niet verschuiven, maar we willen wel graag bekijken in welke mate andere sectoren mee de verantwoordelijkheid voor kinderen, jongeren en gezinnen kunnen opnemen. Breed maatschappelijk moet iedereen zijn steentje bijdragen, want jeugdhulp kan dit niet alleen. Lokale besturen, politie, leerkrachten, zorgjuffen, brugfiguren, gynaecologen,… iedereen heeft een verantwoordelijkheid ten aanzien van kinderen jongeren en gezinnen. Door sneller en preventiever aanwezig te zijn in trajecten van kinderen, jongeren en gezinnen, geloven we dat we escalatie (op latere leeftijd) kunnen vermijden. We willen de expertise en krachten met andere sectoren en domeinen bundelen zodat we gezamenlijk kunnen zoeken naar manieren om kinderen en jongeren kansrijk te laten opgroeien.