Contact  |

Zorggarantie jonge kinderen

Het beleid zet extra in op de kwetsbare doelgroep van jonge kinderen (0-3 jaar). Ze doet dit onder meer via het actieplan zorggarantie jonge kinderen dat een snelle interventie en samenspel tussen verschillende actoren op het terrein beoogt.

In het decreet pleegzorg wordt pleegzorg als eerste te overwogen optie bij uithuisplaatsing van jonge kinderen (0-3 jaar) naar voren geschoven. In de concepttekst en rondzendbrief wordt deze keuze bevestigd.

Het interesseert ons om te weten of dit principe zich ook in de cijferevolutie weerspiegelt.

De meest betrouwbare parameter om de evoluties m.b.t. de verhouding pleegzorg versus residentieel verblijf op te volgen is te kijken naar de nieuwe instroom van dossiers (zie grafiek; aantal unieke jongeren met een opgestart dossier). 

Uit deze cijfergegevens blijkt dat het aandeel van jonge kinderen in pleegzorg al altijd groot geweest is in verhouding tot de totale groep van geplaatste kinderen. (Verhoudingsgewijs tussen de 82 en 89 procent) Het aantal nieuw opgestarte dossiers voor pleegzorg stijgt voor deze leeftijdsgroep licht over de jaren heen, met een lichte daling in het bijzondere jaar 2020. Omwille van corona is er in 2020 globaal genomen ook een mindere instroom. 

Grafiek: procentuele verhouding van het aantal unieke cliënten (jonge kinderen) ingestroomd in het verblijfsaanbod jeugdhulp Opgroeien (met uitzondering van de CIG en CKG) over de jaren heen (eerste schakeling) (bron: Binc)

Aantal jonge kinderen, instroom

In 2020 zijn er in de CKG's 47 jonge kinderen ingestroomd in een verblijfsaanbod lange duur. We zien binnen de CKG ook een licht dalende trend inzake residentieel verblijf voor de hele jonge kinderen, al beschikken we hier van 2017 tot 2019 enkel over cijfers m.b.t. geplaatste kinderen over een heel jaar. Bij de dalende trend van het CKG-residentieel verblijf moet er wel rekening mee gehouden worden dat de begeleidingsduur voor de langverblijvers toeneemt, wat maakt dat er logisch gezien minder capaciteit is voor nieuwe instroom en dit dus ook mogelijks één van de factoren is voor de dalende trend.
 

Een dalende trend inzake indicatiestelling residentieel verblijf versus pleegzorg voor de allerjongste kinderen blijkt ook uit de evoluties van de laatste jaren m.b.t. de indicatiestellingen over heel Vlaanderen. Daarbij moet opgemerkt worden dat het hier enkel gaat over niet-rechtstreeks toegankelijk verblijf. Het verblijf voor ouders met kinderen in een CIG stijgt maar rekenen we niet tot uithuisplaatsing. 

Binnen het residentieel verblijf wordt er het vaakste naar de CKG geïndiceerd (residentieel verblijf lange duur). Over de jaren heen is er een stijging in het aantal plaatsen (capaciteit) langverblijf terwijl de bezetting over de jaren heen constant blijft. Meer invulling van ‘lang aanbod’ impliceert een daling in aantal bereikte kinderen (die telkens langer eenzelfde plaats innemen). Indicatiestellingen verblijf lange duur nemen ook af.  Voor de situatie in 2020 verwijzen we naar onderstaande grafiek.

Grafiek: aanvragen verblijf bij de intersectorale toegangspoort voor 0 tot 3 jarigen in 2019 en 2020 (bron:INSISTO, unieke minderjarigen.)

Aanvragen verblijf bij Toegangspoort (0-3 jarigen)

Nog een vraag is hoe het gesteld is met de jeugdrechtbankmaatregelen. Volgens het decreet heeft de jeugdrechtbank motiveringsplicht wanneer een kind in een residentiële voorziening wordt geplaatst en niet in een pleeggezin. Op basis van Insisto weten we dat bij de gerechtelijke aanvragen in 64% van de gevallen pleegzorg wordt gevraagd, naast soms ook nog andere indicaties. Voor de situatie in 2020 verwijzen we naar volgende grafiek

Grafiek: gerechtelijke aanvragen verblijf bij de intersectorale toegangspoort voor 0 tot 3 jarigen in 2020 (bron: INSISTO, unieke minderjarigen)  

Gerechtelijke aanvragen verblijf jonge kinderen

In bepaalde crisissituaties wordt er via ‘een hoogdringende maatregel’ geplaatst. 

We moeten er mee rekening houden dat hoogdringende maatregelen niet enkel verwijzen naar verblijf. Ook bv. crisishulp aan huis kan hierdoor gevat zijn. Nochtans leert de praktijk ons dat hoogdringende maatregelen bij de hele jonge kinderen voornamelijk via verblijf gerealiseerd worden.

Uit onderstaande grafiek met een overzicht van de evoluties inzake hoogdringende maatregelen blijkt dat waar de hoogdringende maatregelen in hun geheel toegenomen zijn voor de jaren 2018 tot 2020 en we deze stijging minder zien voor de 0 tot 3-jarigen.

Grafiek: hoogdringende maatregelen (bron: DOMINO)

VOS Hoogdringende maatregelen

Ook in andere sectoren krijgt de doelgroep van 0-2 jarigen extra aandacht. Het VAPH bijvoorbeeld bereikte in 2020 in totaal 1.508 (2019: 1530) jonge kinderen, vooral via de rechtstreeks toegankelijke hulp (88 procent). Ook bij jonge kinderen staat een inclusieve aanpak voorop. Lees hier het interview over de globale individuele ondersteuning waarbij VAPH-diensten, kinderopvang en onderwijs de handen in elkaar slaan.